
Jullie zien allebei een ander stukje van hetzelfde kind
Jij kent jouw kind thuis.
Je weet waar het enthousiast van wordt, waar het onzeker van kan worden en hoe het reageert wanneer het moe of overprikkeld is.
De leerkracht ziet jouw kind in een heel andere omgeving.
In een klas met andere kinderen, tijdens instructies, zelfstandig werken, samenwerken en spelen op het schoolplein.
Juist daarom kan een goede samenwerking tussen ouders en leerkracht zoveel opleveren.
Jullie hoeven niet altijd hetzelfde te zien. Door informatie naast elkaar te leggen, ontstaat juist een completer beeld van jouw kind.
Waarom is samenwerken soms lastig?
Soms vertelt een ouder:
"Thuis zie ik een heel ander kind."
Terwijl een leerkracht zegt:
"Op school merken we daar eigenlijk niets van."
Dat kan verwarrend zijn.
Maar beide verhalen kunnen tegelijkertijd kloppen.
Een kind kan zich op school bijvoorbeeld lang aanpassen en thuis alle opgebouwde spanning laten zien. Andersom kan een kind thuis weinig problemen ervaren, terwijl leren of functioneren binnen een groep juist veel moeite kost.
Probeer daarom niet meteen te bepalen wie gelijk heeft.
Veel interessanter is de vraag:
Waarom zien we verschillende dingen en wat vertelt dat ons over dit kind?
1. Begin met wat goed gaat
Een gesprek hoeft niet pas plaats te vinden wanneer er problemen zijn.
Juist aan het begin van het schooljaar kan het prettig zijn om kort kennis te maken en iets over jouw kind te vertellen.
Wat vindt jouw kind leuk?
Waar is het goed in?
Waar wordt het enthousiast van?
Wat helpt wanneer iets moeilijk is?
Daarmee ontstaat vanaf het begin een breder beeld dan alleen de dingen waar jouw kind moeite mee heeft.
2. Deel concrete voorbeelden
In plaats van:
"Mijn kind is altijd overprikkeld."
kun je bijvoorbeeld vertellen:
"Na een drukke schooldag wil hij thuis vaak eerst een halfuur alleen zijn en kan hij weinig geluid verdragen."
Concrete voorbeelden maken het makkelijker om samen te onderzoeken wat er gebeurt.
Dat geldt ook voor wat goed werkt.
Bijvoorbeeld:
"Als we thuis één opdracht tegelijk geven, lukt het veel beter."
Daar kan een leerkracht iets mee.
3. Vraag wat de leerkracht ziet
Een gesprek wordt waardevoller wanneer je niet alleen vertelt, maar ook nieuwsgierig bent naar wat er op school gebeurt.
Vraag bijvoorbeeld:
- Hoe gaat het tijdens de instructie?
- Kan mijn kind zelfstandig beginnen?
- Met wie speelt mijn kind?
- Hoe reageert mijn kind wanneer iets niet lukt?
- Wanneer zie je dat het juist wél goed gaat?
- Zijn er bepaalde momenten waarop het moeilijker wordt?
Zo ga je samen op onderzoek.
4. Kijk naar verschillen tussen thuis en school
Wanneer gedrag thuis en op school verschilt, is dat interessante informatie.
Misschien is er thuis minder afleiding.
Misschien kost de drukte van de klas veel energie.
Misschien durft jouw kind thuis sneller te laten zien dat iets moeilijk is.
Of misschien helpt de structuur op school juist enorm.
Vraag daarom:
Wat is er anders op de momenten waarop het wél lukt?
Daar zitten vaak belangrijke aanwijzingen in.
5. Vertel wat jouw kind helpt
Als ouder heb je vaak al ontdekt welke aanpak prettig werkt.
Misschien heeft jouw kind behoefte aan:
- korte instructies;
- visuele ondersteuning;
- extra verwerkingstijd;
- voorspelbaarheid;
- een rustige werkplek;
- beweging tussendoor;
- bevestiging;
- duidelijke stappen.
Je hoeft de leerkracht niet te vertellen hoe die zijn of haar werk moet doen.
Je kunt simpelweg delen wat je thuis ziet werken.
6. Maak afspraken zo concreet mogelijk
"We houden het in de gaten" klinkt prettig, maar is niet erg duidelijk.
Probeer samen af te spreken:
Wat gaan we proberen?
Wie doet wat?
Wanneer kijken we opnieuw hoe het gaat?
Bijvoorbeeld:
"De komende twee weken krijgt mijn kind de instructie in kleinere stappen. Daarna bespreken we of dat verschil maakt."
Dan weet iedereen waar hij aan toe is.
7. Houd de communicatie klein wanneer dat kan
Niet ieder signaal vraagt meteen om een uitgebreid gesprek.
Soms is een korte terugkoppeling voldoende.
"Hij was gisteren erg moe na school. Hebben jullie iets bijzonders gemerkt?"
Of:
"Het voorbereiden van de spreekbeurt gaf thuis veel spanning. Hoe ging het uiteindelijk in de klas?"
Kleine contactmomenten kunnen voorkomen dat zorgen zich opstapelen.
8. Durf ook aan te geven wanneer je je zorgen maakt
Goed samenwerken betekent niet dat je het overal mee eens hoeft te zijn.
Wanneer jouw gevoel zegt dat jouw kind vastloopt, mag je dat benoemen.
Probeer zo concreet mogelijk te blijven:
"Ik merk dat ze de laatste drie weken iedere ochtend buikpijn heeft en steeds vaker zegt dat ze niet naar school wil. Daar maak ik me zorgen over."
Dat geeft veel meer informatie dan alleen:
"Het gaat niet goed."
9. Betrek jouw kind waar dat kan
Kinderen weten soms verrassend goed wat hen helpt.
Vraag bijvoorbeeld:
"Wat zou de juf of meester kunnen doen waardoor het makkelijker wordt?"
Of:
"Wanneer gaat het op school juist goed?"
Natuurlijk hoeft een kind niet verantwoordelijk te worden voor het oplossen van het probleem.
Maar zijn of haar ervaring is wel een belangrijk onderdeel van het totaalbeeld.
10. Zie elkaar als partners
Ouders en leerkrachten hebben soms verschillende perspectieven, maar uiteindelijk is het doel meestal hetzelfde:
dat een kind zich veilig voelt, zich kan ontwikkelen en tot leren komt.
Je hoeft daarvoor niet tegenover elkaar te staan.
Juist wanneer thuis en school informatie delen en samen nieuwsgierig blijven, ontstaat er ruimte om te ontdekken wat een kind werkelijk nodig heeft.
Samen kijken vanuit het Kompas van Leren
Het Kompas van Leren kan ook helpen om gesprekken met school breder te maken.
In plaats van alleen te zeggen:
"Mijn kind kan zich niet concentreren."
kun je samen onderzoeken:
Instructieverwerking
Begrijpt mijn kind de uitleg en kan het de informatie verwerken?
Automatiseren & executieve functies
Lukt het om te starten, plannen, onthouden en zelfstandig verder te werken?
Energie & prikkelverwerking
Hoeveel energie kost de schooldag en welke prikkels spelen een rol?
Emoties & motivatie
Voelt mijn kind zich veilig? Durft het fouten te maken? Heeft het vertrouwen in zichzelf?
Manier van denken & ontwikkeling
Past de manier waarop iets wordt aangeboden bij hoe mijn kind leert en zich ontwikkelt?
Zo verschuift een gesprek van:
"Wat gaat er mis?"
naar:
"Wat zien we, wat zou er kunnen spelen en wat heeft dit kind nodig?"
Dat is een veel prettiger uitgangspunt voor samenwerking.
Alles over een fijne schoolstart
De start van een nieuw schooljaar gaat over veel meer dan alleen de eerste schooldag. Wennen aan het schoolritme, een nieuwe groep, leren, concentreren, prikkels verwerken en je opnieuw veilig voelen op school: ieder kind beleeft deze periode anders.
Op mijn centrale pagina over Schoolstart vind je alle informatie bij elkaar. Je kunt er verder lezen vanuit de vijf thema's van het Kompas van Leren en eenvoudig doorklikken naar de onderwerpen die passen bij jouw kind.
→ Bekijk alles over Schoolstart
Lees ook
- Wat vertel je de nieuwe leerkracht over je kind?
- Mijn kind kan moeilijk wennen aan de nieuwe groep
- Mijn kind heeft moeite met afscheid nemen op school
- Mijn kind wil niet naar school na de zomervakantie
- Mijn kind heeft moeite met plannen en organiseren na de zomervakantie
- Mijn kind heeft moeite met concentreren na de zomervakantie
- 10 praktische tips voor een ontspannen schoolstart
Gratis e-book: Een fijne schoolstart
Wil je jouw kind met meer rust en vertrouwen begeleiden tijdens de eerste schoolweken?
Download dan mijn gratis e-book Een fijne schoolstart.
Daarin vind je praktische uitleg over onder andere wennen, routines, informatieverwerking, executieve functies, prikkels en emoties tijdens de eerste weken van het schooljaar.










