Leerprobleem of leerstoornis
Leerproblemen
Ina Terra
Leerproblemen
08/30/2026
15 min
0

Wat is het verschil tussen leerproblemen en leerstoornissen?

08/30/2026
15 min
0

Je kind blijft moeite houden met lezen. De tafels willen maar niet beklijven. Spellingwoorden lijken na een dag alweer verdwenen. Of je kind begrijpt de les tijdens de uitleg, maar weet thuis niet meer hoe het moet beginnen.

Wanneer leren niet vanzelf gaat, kom je al snel allerlei begrippen tegen. Leerproblemen, leerachterstand, leerstoornis, dyslexie, dyscalculie, ADHD, concentratieproblemen, automatiseringsproblemen…

Maar wat betekenen die woorden eigenlijk? En wat is precies het verschil tussen een leerprobleem en een leerstoornis?

Het korte antwoord is:

Een leerprobleem is een brede omschrijving voor moeilijkheden die een kind ervaart bij het leren. Een leerstoornis is een specifieke, hardnekkige problematiek waarbij bepaalde schoolse vaardigheden zich duidelijk moeilijker ontwikkelen en de problemen blijven bestaan ondanks passende instructie en ondersteuning.

Vaak wordt het nog eenvoudiger uitgelegd:

Een leerprobleem is tijdelijk en een leerstoornis is blijvend.

Dat klinkt lekker overzichtelijk.

Maar kinderen en leren zijn ingewikkelder dan dat.

Een leerprobleem hoeft namelijk helemaal niet tijdelijk te zijn. Een kind kan jarenlang moeite hebben met automatiseren, aandacht, werkgeheugen, begrijpend lezen of zelfstandig werken zonder dat er sprake is van dyslexie of dyscalculie.

Andersom kan een kind mét dyslexie of dyscalculie op allerlei andere gebieden juist uitstekend leren.

Daarom vind ik een andere vraag minstens zo belangrijk als de vraag welk woord bij de problemen past:

Waar loopt het leren precies vast?

Want pas wanneer je dat beter begrijpt, kun je gaan kijken wat een kind nodig heeft.


Wat is een leerprobleem?

Een leerprobleem betekent in de eerste plaats dat een kind ergens tijdens het leren vastloopt.

Dat kan heel zichtbaar zijn.

Een kind leest bijvoorbeeld langzaam, maakt veel spellingfouten, krijgt de tafels niet geautomatiseerd of heeft moeite met rekenen.

Maar leerproblemen kunnen ook minder opvallend zijn.

Een kind kan bijvoorbeeld:

  • uitleg moeilijk onthouden;
  • niet weten hoe het aan een taak moet beginnen;
  • steeds stappen vergeten;
  • veel tijd nodig hebben om informatie te verwerken;
  • moeite hebben met automatiseren;
  • moeite hebben met begrijpend lezen;
  • kennis wel hebben, maar niet goed kunnen toepassen;
  • snel afgeleid raken;
  • dichtklappen bij toetsen;
  • thuis uitgeput zijn na een schooldag;
  • veel oefenen, maar weinig lijken te onthouden.

Het woord leerprobleem vertelt je dus vooral dát er iets moeilijk gaat.

Het vertelt je nog niet automatisch waarom.

En dat is een belangrijk onderscheid.


Hetzelfde leerprobleem kan verschillende oorzaken hebben

Stel je eens drie kinderen voor die alle drie de tafels niet goed kennen.

Bij het eerste kind blijkt dat het begrip achter vermenigvuldigen nog onvoldoende stevig is. Het heeft veel rijtjes uit het hoofd geleerd, maar begrijpt nog onvoldoende wat bijvoorbeeld 4 × 6 eigenlijk betekent.

Het tweede kind begrijpt vermenigvuldigen prima. Het kan met materiaal en tussenstappen uitstekend uitrekenen wat 4 × 6 is. Maar het lukt niet om het antwoord snel en automatisch uit het geheugen op te halen.

Het derde kind kent de tafels thuis eigenlijk best goed. Zodra er een tafeltoets met tijdsdruk komt, schiet de spanning omhoog. Het kind blokkeert en weet ineens antwoorden niet meer die het een dag eerder probleemloos kon geven.

Aan de buitenkant lijkt het probleem bij alle drie hetzelfde:

De tafels zijn niet geautomatiseerd.

Maar wat eronder zit, verschilt.

En daarom hoeft drie keer hetzelfde oefenblad helemaal niet drie keer de beste oplossing te zijn.

Dit is een van de belangrijkste dingen om te begrijpen wanneer een kind moeite heeft met leren:

Wat je aan de buitenkant ziet, is niet automatisch de oorzaak van het probleem.


Waardoor kunnen leerproblemen ontstaan?

Er bestaat niet één oorzaak van leerproblemen.

Leren vraagt voortdurend samenwerking tussen allerlei processen. Een kind moet informatie kunnen waarnemen, begrijpen, vasthouden, verwerken, onthouden, terugvinden en toepassen. Tegelijkertijd moet het aandacht kunnen richten, impulsen remmen, stappen uitvoeren en omgaan met fouten en frustratie.

Dat is behoorlijk veel.

Wanneer ergens in dat proces iets moeizaam verloopt, kan dat uiteindelijk zichtbaar worden als een probleem met lezen, rekenen, spelling of leren.

Instructieverwerking

Sommige kinderen hebben moeite met lange mondelinge instructies.

De leerkracht legt meerdere stappen achter elkaar uit, maar tegen de tijd dat het kind moet beginnen, is een deel van de uitleg alweer verdwenen.

Dat kan eruitzien alsof een kind niet heeft opgelet.

Maar misschien was de hoeveelheid informatie simpelweg te groot om in één keer te verwerken.

Werkgeheugen

Het werkgeheugen kun je zien als de tijdelijke werkruimte van het brein.

Bij een rekensom moet een kind bijvoorbeeld informatie vasthouden terwijl het tegelijkertijd een volgende stap uitvoert.

Wanneer die werkruimte snel vol raakt, kan een kind de draad kwijtraken.

Het begrijpt afzonderlijke stappen misschien prima, maar krijgt ze niet goed achter elkaar uitgevoerd.

Automatiseren

Veel schoolse vaardigheden moeten uiteindelijk steeds minder bewuste aandacht vragen.

Denk aan letters herkennen, woorden lezen, splitsingen, tafels en bepaalde rekenfeiten.

Wanneer automatiseren moeizaam verloopt, blijft een kind veel mentale energie gebruiken voor basishandelingen. Daardoor blijft er minder ruimte over voor moeilijkere taken.

Executieve functies

Ook executieve functies spelen een grote rol tijdens het leren.

Een kind moet bijvoorbeeld kunnen beginnen aan een taak, aandacht vasthouden, een plan maken, informatie onthouden, schakelen wanneer iets niet werkt en controleren wat het heeft gedaan.

Een kind kan de leerstof inhoudelijk begrijpen en tóch vastlopen doordat juist deze processen veel moeite kosten.

Aandacht en concentratie

Concentratieproblemen kunnen allerlei oorzaken hebben.

Een kind kan moeite hebben met het reguleren van aandacht, maar ook afgeleid raken doordat een taak te moeilijk, te makkelijk, te lang of te onoverzichtelijk is.

Ook vermoeidheid, stress en prikkels kunnen aandacht beïnvloeden.

Daarom vertelt de constatering "mijn kind kan zich niet concentreren" nog niet wat er precies aan de hand is.

Stress en faalangst

Een kind dat vaak ervaart dat leren niet lukt, kan steeds gespannener worden.

Gedachten als ik kan dit toch niet, straks maak ik weer fouten of iedereen is sneller dan ik gaan dan meedoen tijdens het leren.

Daardoor kan een vicieuze cirkel ontstaan.

Leren gaat moeilijk → het kind wordt onzeker → spanning neemt toe → leren wordt nog moeilijker → het kind krijgt opnieuw het gevoel dat het niet kan leren.

Wat begon als een leerprobleem kan zo ook gevolgen krijgen voor motivatie en zelfbeeld.

Energie en prikkelverwerking

Een kind leert niet alleen met zijn hoofd.

Een druk klaslokaal, veel geluid, voortdurend schakelen, sociale situaties, fel licht, een volle schooldag en weinig herstelmomenten kunnen allemaal energie kosten.

Een kind kan daardoor 's ochtends heel anders functioneren dan aan het einde van de middag.

Ook dat is waardevolle informatie.

De manier waarop informatie wordt aangeboden

Niet ieder kind verwerkt informatie op precies dezelfde manier.

Het ene kind heeft genoeg aan een mondelinge uitleg. Een ander kind begrijpt iets pas wanneer het het ziet, tekent, doet of met concreet materiaal ervaart.

Wanneer de manier van aanbieden onvoldoende aansluit, kan een kind minder laten zien dan het daadwerkelijk begrijpt.

Een leerstoornis

En natuurlijk kan achter hardnekkige leerproblemen ook een specifieke leerstoornis liggen, zoals dyslexie of dyscalculie.

Dat brengt ons bij het volgende onderscheid.


Wat is een leerstoornis?

Bij een leerstoornis gaat het om meer dan tijdelijk moeite hebben met schoolwerk.

De problemen zijn specifiek en hardnekkig en blijven bestaan ondanks passende instructie en ondersteuning.

Bekende voorbeelden zijn dyslexie en dyscalculie.

Bij dyslexie bestaan hardnekkige problemen met lezen en/of spellen.

Bij dyscalculie bestaan ernstige en hardnekkige problemen met het leren en toepassen van rekenvaardigheden.

Belangrijk is dat een leerstoornis niet betekent dat een kind niet intelligent genoeg is om te leren.

Een kind kan op allerlei gebieden goed of zelfs uitzonderlijk functioneren en tegelijkertijd veel moeite hebben met een specifieke schoolse vaardigheid.

Ook betekent een leerstoornis niet dat ontwikkeling onmogelijk is.

Een kind met dyslexie kan leren lezen.

Een kind met dyscalculie kan leren rekenen.

Maar bepaalde onderdelen kunnen meer tijd, inspanning, ondersteuning of hulpmiddelen blijven vragen.


Wat is dan precies het verschil tussen een leerprobleem en een leerstoornis?

Heel eenvoudig samengevat:

LeerprobleemLeerstoornis
Brede term voor moeite met lerenSpecifieke, hardnekkige problematiek
Kan allerlei oorzaken hebbenEr gelden criteria voor vaststelling
Kan tijdelijk zijn, maar hoeft dat nietProblemen zijn hardnekkig
Kan op verschillende leergebieden voorkomenHeeft betrekking op specifieke schoolse vaardigheden
Kan sterk beïnvloed worden door omstandighedenBlijft bestaan ondanks passende ondersteuning
Een diagnose is niet nodig om van een leerprobleem te sprekenWordt vastgesteld door daarvoor bevoegde professionals
Bijvoorbeeld moeite met automatiseren, concentreren of begrijpend lezenBijvoorbeeld dyslexie of dyscalculie

Het belangrijkste verschil zit dus niet simpelweg in:

tijdelijk tegenover blijvend.

Het gaat onder andere om de aard, ernst en hardnekkigheid van de problemen en om de vraag hoe een kind reageert op goede instructie en ondersteuning.


Is een leerachterstand hetzelfde als een leerprobleem?

Nee.

Ook deze begrippen worden gemakkelijk door elkaar gebruikt.

Een leerachterstand betekent dat een kind op een bepaald gebied minder ver is dan op basis van bijvoorbeeld leeftijd of onderwijsniveau wordt verwacht.

Maar een achterstand vertelt nog niet waardoor die is ontstaan.

Een kind kan bijvoorbeeld een achterstand oplopen door langdurige ziekte, veel schoolwisselingen, gemiste instructie of andere omstandigheden.

Een leerachterstand kan samengaan met een leerprobleem of leerstoornis, maar dat hoeft niet.

Dat is opnieuw waarom alleen kijken naar een toetsuitslag onvoldoende informatie geeft.

De uitslag vertelt je waar een kind op dat moment staat.

Niet automatisch waarom het daar staat.


Is ADHD een leerstoornis?

Nee. ADHD is geen specifieke leerstoornis zoals dyslexie of dyscalculie.

Maar ADHD kan wel veel invloed hebben op leren.

Denk alleen al aan wat er gedurende een schooldag wordt gevraagd:

luisteren naar instructie, relevante informatie selecteren, afleiding negeren, beginnen, werkgeheugen gebruiken, tijd inschatten, materiaal organiseren, doorgaan wanneer iets saai is en stoppen voordat je antwoord geeft.

Daarbij spelen aandacht en executieve functies voortdurend een rol.

Een kind kan daardoor aanzienlijke leerproblemen ervaren zonder een leerstoornis te hebben.

En het één sluit het ander niet uit.

Een kind kan bijvoorbeeld zowel ADHD als dyslexie hebben.


En hoe zit het met hoogbegaafdheid, autisme of beelddenken?

Ook daarbij is het belangrijk om begrippen niet op één hoop te gooien.

Hoogbegaafdheid en autisme zijn geen leerstoornissen zoals dyslexie en dyscalculie. Beelddenken is evenmin een leerstoornis of officiële diagnose.

Ze kunnen wel invloed hebben op de manier waarop een kind informatie verwerkt, onderwijs ervaart en leert.

En daar wordt het interessant.

Want een kind kan cognitief heel sterk zijn en tegelijkertijd moeite hebben met automatiseren.

Een kind kan ingewikkelde verbanden begrijpen, maar vergeten zijn schrift mee naar school te nemen.

Een kind kan een prachtig mondeling verhaal vertellen, maar vastlopen zodra het zijn gedachten op papier moet structureren.

Sterke en zwakkere functies kunnen dus naast elkaar bestaan.

Daarom zegt één cijfer, één toets of één label nooit alles over hoe een kind leert.


Leerprobleem of leerstoornis? Een paar voorbeelden

Mijn kind leest langzaam en maakt veel fouten

Dat kan passen bij dyslexie, maar langzaam of onnauwkeurig lezen alleen is onvoldoende om dat te concluderen.

Kijk ook naar de ontwikkeling over langere tijd, de instructie die een kind heeft gehad, de ondersteuning die is ingezet en de mate waarin problemen blijven bestaan.

Mijn kind kent de tafels maar niet

Dat betekent niet automatisch dyscalculie.

Misschien is het getalbegrip nog onvoldoende ontwikkeld. Misschien verloopt automatiseren moeizaam. Misschien heeft het kind te weinig passende oefening gehad. Misschien speelt werkgeheugen mee.

Of er kan inderdaad sprake zijn van bredere en hardnekkige rekenproblematiek.

De tafels zijn één aanwijzing, geen diagnose.

Mijn kind begrijpt de stof thuis wel maar scoort slecht op toetsen

Dan zou ik juist nieuwsgierig worden naar het verschil tussen beide situaties.

Is er op school tijdsdruk?

Speelt spanning mee?

Zijn de opdrachten taliger?

Heeft het kind thuis meer één-op-éénuitleg?

Is de omgeving rustiger?

Wordt thuis visueel of concreet uitgelegd?

Juist verschillen tussen situaties kunnen aanwijzingen geven.

Mijn kind moet ontzettend veel oefenen

Ook dat verdient aandacht.

Meer oefenen is niet automatisch beter.

Wanneer een kind iets na tientallen herhalingen nog steeds niet beheerst, is de volgende vraag niet alleen:

Hoe kunnen we nóg meer oefenen?

Maar ook:

Waarom beklijft dit niet?

Misschien moet de vaardigheid anders worden aangeboden. Misschien ontbreekt onderliggend begrip. Misschien is de stap te groot. Misschien raakt het werkgeheugen overbelast.

Blijven herhalen zonder te onderzoeken waar het misgaat, kan bovendien frustratie vergroten.


Een diagnose kan belangrijk zijn, maar vertelt niet het hele verhaal

Diagnostiek kan enorm waardevol zijn.

Een diagnose kan erkenning geven.

Het kan verklaren waarom iets ondanks hard werken moeilijk blijft.

Het kan helpen om passende begeleiding te organiseren en duidelijk maken welke aanpassingen of ondersteuning nodig zijn.

Maar een diagnose is niet het eindpunt van het begrijpen van een kind.

Stel dat je weet dat je kind dyslexie heeft.

Dan weet je iets belangrijks over de lees- en spellingproblemen.

Maar je weet daarmee nog niet automatisch:

  • waarom huiswerk iedere avond strijd oplevert;
  • waarom je kind op school niets durft te vragen;
  • waarom instructies zo snel vergeten worden;
  • waarom je kind na school volledig leeg is;
  • waarom het ene soort uitleg wel werkt en het andere niet;

of waarom je kind inmiddels zegt:

"Ik ben gewoon dom."

Een kind kan naast een leerstoornis ook moeite hebben met executieve functies, spanning ervaren, overprikkeld raken of het vertrouwen in zichzelf verliezen.

En soms zijn juist die bijkomende factoren op dat moment het grootste probleem.


Oorzaak en gevolg kunnen door elkaar gaan lopen

Dat zie je vaak wanneer kinderen langere tijd moeite hebben met leren.

Stel dat lezen vanaf groep 3 moeizaam gaat.

Het kind merkt dat klasgenoten sneller gaan.

Voorlezen wordt spannend.

Het probeert beurten te vermijden.

Het gaat minder graag lezen.

Daardoor oefent het minder.

Het verschil met klasgenoten wordt groter.

Het zelfvertrouwen neemt af.

Na verloop van tijd zie je niet meer alleen een leesprobleem.

Je ziet misschien ook vermijding, frustratie, buikpijn voor school, boosheid tijdens huiswerk of uitspraken als "ik kan het toch niet."

Dan is het belangrijk om niet alle nieuwe problemen als losse problemen te behandelen.

Soms moet je terug naar het begin:

Waar is het vastlopen begonnen?


Hoe weet ik of mijn kind een leerstoornis heeft?

Dat kun je als ouder niet op basis van één lijstje vaststellen.

Een slechte toets is geen diagnose.

Een paar maanden moeite met lezen ook niet.

En moeite met rekenen betekent niet automatisch dyscalculie.

Bij vermoedens van een leerstoornis wordt onder andere gekeken naar de aard, ernst en hardnekkigheid van de problemen en naar de ontwikkeling die een kind laat zien na passende instructie en ondersteuning.

Bij zorgen is school daarom een belangrijke eerste gesprekspartner.

Vraag niet alleen:

"Hoe scoort mijn kind?"

Vraag ook:

Waar loopt mijn kind precies vast?

Wat zien jullie tijdens de instructie?

Welke ondersteuning is al geprobeerd?

Hoe reageert mijn kind daarop?

Wat gaat juist wél goed?

Zien jullie verschil tussen verschillende soorten taken?

Hoe ontwikkelt dit zich over langere tijd?

Dat levert vaak veel meer informatie op dan alleen een rij toets resultaten.


Wanneer is verder kijken verstandig?

Een periode waarin leren moeilijker gaat, hoeft niet direct reden tot grote zorgen te zijn.

Maar blijf wel alert wanneer problemen langdurig aanwezig zijn, wanneer een kind ondanks passende ondersteuning nauwelijks vooruitgaat of wanneer leren steeds grotere gevolgen krijgt voor het welzijn.

Bijvoorbeeld wanneer je merkt dat je kind:

  • structureel achterblijft bij lezen, spelling of rekenen;
  • opvallend veel meer oefening nodig heeft dan andere kinderen;
  • geleerde informatie steeds opnieuw lijkt kwijt te raken;
  • grote verschillen laat zien tussen begrijpen en uitvoeren;
  • steeds meer weerstand tegen school ontwikkelt;
  • regelmatig buikpijn of hoofdpijn rond school ervaart;
  • erg bang wordt om fouten te maken;
  • zichzelf dom of slecht in leren noemt;
  • extreem moe thuiskomt;
  • taken steeds vaker vermijdt;
  • ondanks veel inspanning weinig vooruitgang ervaart.

Dan is nog harder oefenen niet vanzelfsprekend de beste volgende stap.

Dan is het tijd om beter te gaan kijken.


Kijk niet alleen naar wat niet lukt

Wanneer een kind moeite heeft met leren, komt de aandacht vanzelf te liggen op tekorten.

Welke woorden leest het fout?

Welke sommen kan het niet?

Welke spellingregels kent het nog niet?

Welke doelen zijn niet gehaald?

Maar er is nog een vraag die ontzettend veel informatie kan opleveren:

Wanneer lukt het wél?

Kan je kind een som oplossen wanneer het materiaal mag gebruiken?

Begrijpt het een tekst beter wanneer je hem voorleest?

Onthoudt het informatie uitstekend wanneer het geïnteresseerd is?

Kan het mondeling veel meer vertellen dan het schriftelijk laat zien?

Gaat leren thuis beter zonder tijdsdruk?

Helpt tekenen?

Beweging?

Een stappenplan?

Een voorbeeld?

Een rustige omgeving?

Eén opdracht tegelijk?

Dat zijn geen toevalligheden.

Het zijn aanwijzingen.


Van "wat heeft mijn kind?" naar "wat heeft mijn kind nodig?"

Wanneer een kind vastloopt, is het logisch dat je als ouder op zoek gaat naar een verklaring.

Heeft mijn kind dyslexie?

Is het ADHD?

Zou het dyscalculie zijn?

Waarom lukt automatiseren niet?

Is mijn kind misschien hoogbegaafd?

Die vragen kunnen belangrijk zijn.

Maar ik zou er altijd een tweede vraag naast zetten:

Wat heeft mijn kind nodig om weer verder te kunnen?

Want uiteindelijk wil je niet alleen een naam vinden voor wat moeilijk gaat.

Je wilt begrijpen wat er tijdens het leren gebeurt.


Daarom kijk ik liever naar het hele leerproces

Leren bestaat uit veel meer dan kunnen lezen, spellen en rekenen.

Wanneer een kind vastloopt, kijk ik daarom graag breder.

Hoe komt instructie binnen?

Kan het kind informatie vasthouden en verwerken?

Hoe verloopt automatiseren?

Hoe functioneren aandacht, planning en werkgeheugen?

Hoeveel energie kost leren?

Welke rol spelen prikkels?

Wat gebeurt er wanneer iets moeilijk wordt?

Hoe is het zelfbeeld?

Is er nog nieuwsgierigheid en motivatie?

En welke manier van denken en leren past bij dit kind?

Die onderdelen beïnvloeden elkaar voortdurend.

Een kind dat onvoldoende begrijpt wat het moet doen, kan afhaken.

Een kind dat steeds faalt, kan onzeker worden.

Een onzeker kind kan gaan vermijden.

Een overprikkeld kind kan minder informatie verwerken.

Een kind met een vol werkgeheugen kan stappen vergeten.

En een kind dat voortdurend moet compenseren, kan aan het einde van de schooldag volledig uitgeput zijn.

Dat is waarom ik leren liever niet bekijk als een verzameling losse problemen.


Het verschil tussen een leerprobleem en een leerstoornis is belangrijk, maar het is niet de belangrijkste vraag

Het is goed om begrippen uit elkaar te houden.

Een leerprobleem is niet hetzelfde als een leerstoornis.

Een leerachterstand is niet automatisch een leerprobleem.

ADHD is geen leerstoornis.

En niet ieder kind dat moeite heeft met lezen of rekenen heeft dyslexie of dyscalculie.

Maar uiteindelijk wil je verder komen dan het juiste woord.

Want of er nu wel of geen diagnose is, je zit als ouder nog steeds tegenover hetzelfde kind.

Een kind met sterke kanten.

Met dingen die moeilijk gaan.

Met een eigen manier van informatie verwerken.

Met emoties.

Met energie.

Met ervaringen.

En met mogelijkheden om verder te leren.

Misschien is daarom de belangrijkste verschuiving wel deze:

Niet alleen vragen:

Wat is er met mijn kind aan de hand?

Maar ook:

Wat gebeurt er wanneer mijn kind leert?

Waar in dat proces loopt het vast?

Wanneer gaat het juist beter?

En wat vertelt dat ons over wat dit kind nodig heeft?

Daar begint voor mij het werkelijk begrijpen van leerproblemen.


Wil je ontdekken wat er achter de leerproblemen van je kind kan zitten?

Wat is het verschil tussen leerproblemen en leerstoornissen?Een leerprobleem vertelt je dát iets tijdens het leren moeilijk gaat, maar nog niet waardoor. In mijn gratis gids 10 meest voorkomende oorzaken van leerproblemen neem ik je mee langs verschillende oorzaken die ervoor kunnen zorgen dat een kind vastloopt met leren.

Zo krijg je meer zicht op wat er bij jouw kind kan meespelen en waar je verder naar kunt kijken.

Download gratis de gids: 10 meest voorkomende oorzaken van leerproblemen


Veelgestelde vragen over leerproblemen en leerstoornissen

Wat zijn voorbeelden van leerproblemen?

Voorbeelden zijn moeite met lezen, spelling, rekenen, automatiseren, begrijpend lezen, instructies onthouden, concentreren, plannen, zelfstandig werken of het toepassen van geleerde kennis. Een leerprobleem beschrijft dat het leren ergens moeilijk verloopt, maar vertelt niet automatisch wat de oorzaak daarvan is.

Welke leerstoornissen zijn er?

Dyslexie en dyscalculie zijn bekende specifieke leerstoornissen. Niet ieder probleem dat invloed heeft op leren is daarmee een leerstoornis.

Is ADHD een leerstoornis?

Nee. ADHD is geen specifieke leerstoornis. ADHD kan wel invloed hebben op onder andere aandacht, impulsregulatie, werkgeheugen, planning en taakgericht gedrag en daardoor leerproblemen veroorzaken of versterken.

Is dyslexie een leerprobleem of een leerstoornis?

Dyslexie is een specifieke leerstoornis. De lees- en spellingproblemen die een kind daardoor ervaart zijn tegelijkertijd natuurlijk problemen tijdens het leren. Daarom worden de begrippen in gewone gesprekken soms door elkaar gebruikt.

Is dyscalculie hetzelfde als moeite hebben met rekenen?

Nee. Veel kinderen hebben op enig moment moeite met rekenen zonder dyscalculie te hebben. Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige rekenproblemen die aan specifieke criteria moeten voldoen.

Zijn leerproblemen altijd tijdelijk?

Nee. Dat is een te eenvoudige voorstelling. Sommige leerproblemen verminderen wanneer omstandigheden veranderen of passende ondersteuning wordt geboden. Andere kunnen langdurig aanwezig blijven zonder dat er sprake is van een specifieke leerstoornis.

Kan een kind meerdere problemen tegelijk hebben?

Ja. Problemen en ontwikkelingskenmerken kunnen naast elkaar voorkomen en elkaar beïnvloeden. Een kind kan bijvoorbeeld dyslexie én ADHD hebben, of een leerstoornis hebben en daarnaast faalangst ontwikkelen.

Wanneer moet ik hulp zoeken?

Wanneer leerproblemen langdurig blijven bestaan, een kind ondanks passende ondersteuning nauwelijks vooruitgaat of wanneer het welzijn, zelfvertrouwen of plezier in school duidelijk achteruitgaat, is het verstandig om de zorgen met school en zo nodig een passende deskundige te bespreken.

Kan ik mijn kind thuis helpen zonder dat er een diagnose is?

Zeker. Je hoeft niet te wachten op een diagnose om te observeren wat helpt. Kijk wanneer leren beter gaat, welke uitleg aansluit, hoeveel informatie je kind tegelijk aankan, wat spanning doet en welke ondersteuning verschil maakt. Bij aanhoudende of ernstige problemen blijft professionele beoordeling natuurlijk belangrijk.


Tot slot

Misschien kwam je bij dit artikel omdat je wilde weten:

Wat is het verschil tussen een leerprobleem en een leerstoornis?

Dan hoop ik dat je inmiddels niet alleen het verschil kent, maar ook ziet waarom die vraag eigenlijk het begin is.

Een leerprobleem vertelt je dat ergens iets vastloopt.

Een leerstoornis kan verklaren waarom bepaalde vaardigheden ondanks goede instructie en ondersteuning hardnekkig moeilijk blijven.

Maar geen van beide vertelt in zijn eentje het hele verhaal van een kind.

Daarvoor moet je verder kijken.

Naar wat je kind begrijpt.

Naar wat niet beklijft.

Naar wat ontzettend veel moeite kost.

Naar spanning en zelfvertrouwen.

Naar aandacht en werkgeheugen.

Naar energie en prikkels.

Naar de manier waarop informatie wordt aangeboden.

En vooral ook naar alles wat wél lukt.

Want uiteindelijk is het doel niet dat je steeds meer woorden krijgt voor wat er misgaat.

Het doel is dat je steeds beter begrijpt hoe jouw kind leert en wat het nodig heeft om verder te komen.

Reacties
Categorieën