Waarom sommige kinderen moeite hebben met nadenken over hun eigen leren

Inleiding

Sommige kinderen lijken goed te begrijpen hoe ze een taak moeten aanpakken. Ze controleren hun werk, merken wanneer iets niet goed gaat en passen hun strategie aan.


Andere kinderen blijven echter dezelfde aanpak gebruiken, zelfs wanneer die niet werkt. Ze maken fouten zonder die zelf te herkennen of beginnen opnieuw zonder te begrijpen wat er misging.


Dit heeft vaak te maken met metacognitie: het vermogen om na te denken over het eigen denken en leren.


Wanneer deze vaardigheid minder sterk ontwikkeld is, kan leren op school moeilijker worden.


Voorbeeld uit de praktijk

Een leerling maakt een rekensom met meerdere stappen.

Het kind maakt de som en krijgt een fout antwoord. In plaats van te kijken waar het misging, schrijft het kind simpelweg een nieuw antwoord op.

Een ander kind kijkt eerst terug:

  • Welke stap ging fout?
  • Heb ik de vraag goed gelezen?
  • Heb ik de juiste strategie gebruikt?

Dit tweede kind gebruikt metacognitieve vaardigheden om het probleem te analyseren.


Centrale vraag

Waarom vinden sommige kinderen het moeilijk om na te denken over hun eigen leren en aanpak?


Hoofdstuk 1 – Metacognitie ontwikkelt zich geleidelijk

Metacognitie ontstaat niet vanzelf. Het is een vaardigheid die zich langzaam ontwikkelt tijdens de kindertijd.

Jonge kinderen zijn vaak vooral gericht op het uitvoeren van een taak. Ze denken minder na over de manier waarop ze werken.

Pas later leren kinderen om hun eigen denken te analyseren en hun aanpak aan te passen.


Hoofdstuk 2 – Sommige kinderen zijn vooral taakgericht

Veel kinderen richten zich vooral op het afmaken van de opdracht.

Ze denken bijvoorbeeld:

  • “Ik moet deze sommen maken.”
  • “Ik moet dit werkblad invullen.”

Hierdoor vergeten ze soms om stil te staan bij vragen zoals:

  • Begrijp ik deze taak eigenlijk?
  • Werkt mijn aanpak?

Dit maakt het moeilijker om fouten te herkennen of strategieën aan te passen.


Hoofdstuk 3 – Executieve functies spelen een rol

Metacognitie hangt nauw samen met executieve functies.

Voor zelfreflectie zijn bijvoorbeeld nodig:

  • werkgeheugen
  • aandacht
  • planning
  • zelfmonitoring.

Wanneer deze functies nog in ontwikkeling zijn, kan het voor kinderen moeilijker zijn om hun eigen denken te sturen.


Hoofdstuk 4 – Niet alle kinderen merken hun fouten op

Sommige kinderen hebben moeite om hun eigen fouten te herkennen.

Ze zien bijvoorbeeld niet dat:

  • een antwoord niet logisch is
  • een stap is overgeslagen
  • een strategie niet werkt.

Hierdoor blijven ze dezelfde aanpak gebruiken, ook wanneer die niet effectief is.


Hoofdstuk 5 – Metacognitie kan zich ontwikkelen

Hoewel sommige kinderen moeite hebben met zelfreflectie, betekent dit niet dat ze deze vaardigheid niet kunnen ontwikkelen.

Door ervaring en begeleiding leren kinderen stap voor stap om:

  • na te denken over hun aanpak
  • hun werk te controleren
  • strategieën aan te passen.

Dit helpt hen om steeds beter inzicht te krijgen in hun eigen leerproces.


Tot slot

Nadenken over het eigen leren is een belangrijke vaardigheid die zich geleidelijk ontwikkelt. Sommige kinderen hebben hier meer moeite mee dan anderen, vooral wanneer executieve functies nog in ontwikkeling zijn.

Door kinderen bewust te laten nadenken over hun aanpak en leerproces, kunnen ze stap voor stap leren om hun eigen leren beter te sturen.


Wil je hier verder mee aan de slag?
In mijn mini-cursus Executieve Functies leg ik uit hoe en waarom kinderen vastlopen in leren, plannen, starten of omgaan met spanning.
Je krijgt heldere uitleg én praktische handvatten om je kind te ondersteunen op een manier die past bij de ontwikkeling van het kinderbrein.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.