
Autisme en werkgeheugen – waarom informatie soms moeilijk vast te houden is
Inleiding
Het werkgeheugen speelt een belangrijke rol bij leren. Het helpt kinderen om informatie tijdelijk vast te houden terwijl ze een taak uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan het onthouden van instructies, het maken van rekensommen of het volgen van meerdere stappen in een opdracht.
Voor sommige kinderen met autisme werkt het werkgeheugen anders. Daardoor kunnen schooltaken die voor andere kinderen vanzelf lijken te gaan, meer moeite kosten.
Voorbeeld
Een leerling krijgt van de leerkracht de instructie:
“Pak je rekenboek, sla bladzijde 42 open en maak som 1 tot en met 10.”
Terwijl andere kinderen meteen beginnen, blijft een leerling met autisme zitten. Hij weet nog dat hij zijn rekenboek moet pakken, maar de rest van de instructie is al deels vergeten.
De leerkracht denkt misschien dat hij niet heeft geluisterd, terwijl zijn brein simpelweg moeite heeft om alle informatie tegelijk vast te houden.
Centrale vraag
Waarom kan het werkgeheugen bij kinderen met autisme invloed hebben op leren en schooltaken?
Hoofdstuk 1 – Wat het werkgeheugen doet in het brein
Het werkgeheugen is het systeem in het brein dat informatie tijdelijk vasthoudt terwijl je ermee werkt.
Het helpt bijvoorbeeld bij:
- het volgen van instructies
- hoofdrekenen
- lezen en begrijpen van tekst
- plannen van taken
Wanneer het werkgeheugen overbelast raakt, kan informatie snel verdwijnen.
Hoofdstuk 2 – Veel informatie tegelijk verwerken
In een klas gebeurt veel tegelijk:
- uitleg van de leerkracht
- opdrachten op het bord
- geluiden van klasgenoten
- nieuwe informatie
Voor sommige kinderen met autisme kan het moeilijk zijn om al deze informatie tegelijk te verwerken. Het werkgeheugen raakt dan sneller vol.
Hoofdstuk 3 – Stap voor stap denken
Veel kinderen met autisme denken stap voor stap. Ze willen eerst precies begrijpen wat er gebeurt voordat ze verdergaan.
Dat kan betekenen dat het werkgeheugen langer bezig is met één stap, waardoor nieuwe informatie minder goed wordt opgeslagen.
Hoofdstuk 4 – Stress en prikkels beïnvloeden het werkgeheugen
Wanneer een kind gespannen is of veel prikkels ervaart, kan het werkgeheugen minder goed functioneren.
Bijvoorbeeld wanneer:
- de klas druk is
- er tijdsdruk is
- een taak moeilijk voelt
Het brein gebruikt dan energie om met prikkels of emoties om te gaan.
Hoofdstuk 5 – Ondersteuning kan het werkgeheugen ontlasten
Veel kinderen met autisme profiteren van hulpmiddelen die het werkgeheugen ondersteunen, zoals:
- visuele stappenplannen
- duidelijke instructies
- taken opdelen in kleine stappen
- extra verwerkingstijd
Hierdoor hoeft het brein minder informatie tegelijk vast te houden.
Tot slot
Het werkgeheugen speelt een belangrijke rol bij leren. Wanneer het werkgeheugen snel vol raakt, kan dat invloed hebben op het volgen van instructies, plannen van taken en uitvoeren van opdrachten.
Dat betekent niet dat een kind iets niet kan. Vaak helpt het al wanneer informatie duidelijker wordt aangeboden en het brein minder tegelijk hoeft te verwerken.
