Tijdsbesef bij peuters en kleuters - Artikel kennisbank Ina Terra

Tijdsbesef bij peuters en kleuters

Inleiding

Peuters en kleuters leven vooral in het hier en nu. Tijd is voor hen geen lijn van verleden naar toekomst, maar een reeks momenten die elkaar opvolgen. Begrippen als straks, morgen of over een kwartier hebben nog weinig betekenis.

Dat is geen probleem, maar een normale fase in de ontwikkeling van tijdsbesef.


Voorbeeld

Een peuter vraagt meerdere keren per dag of het al bijna bedtijd is. Een kleuter raakt boos als het spelen ineens moet stoppen, terwijl dit vooraf is aangekondigd. Voor volwassenen voelt dit onlogisch, maar voor jonge kinderen komt het moment vaak onverwacht.

Ze hoorden de woorden, maar voelden de tijd niet.


Centrale vraag

Hoe ontwikkelt tijdsbesef zich bij peuters en kleuters en wat kun je realistisch van hen verwachten?


Hoofdstuk 1 – Leven in het nu

Peuters en kleuters zijn sterk gericht op wat op dat moment gebeurt. Hun brein is nog niet ingericht op vooruitdenken of plannen. Wat nu fijn of belangrijk is, staat volledig op de voorgrond.

Dit maakt wachten en stoppen lastig.


Hoofdstuk 2 – Tijd gekoppeld aan gebeurtenissen

Jonge kinderen begrijpen tijd vooral via gebeurtenissen, niet via kloktijden. Na het eten, na het buitenspelen of na het verhaaltje zijn voor hen veel duidelijker dan minuten of uren.

Gebeurtenissen geven tijd betekenis.


Hoofdstuk 3 – Woorden voor tijd zijn nog vaag

Tijdswoorden zoals straks, later en morgen worden vaak gebruikt, maar hun betekenis is nog niet stevig verankerd. Voor jonge kinderen kunnen deze woorden telkens iets anders betekenen.

Daarom lijkt het soms alsof een kind afspraken “vergeet”.


Hoofdstuk 4 – Overgangen zijn het moeilijkst

Het stoppen met iets leuks en beginnen aan iets anders vraagt schakelen. Voor peuters en kleuters is dit intensief. Ze voelen het einde niet aankomen en raken daardoor sneller overstuur.

Overgangen kosten meer energie dan het spel zelf.


Hoofdstuk 5 – Wat jonge kinderen nodig hebben

Peuters en kleuters hebben baat bij:

  • vaste routines
  • voorspelbare dagindeling
  • suggesties gekoppeld aan handelingen
  • rust bij overgangen

Zo groeit tijdsbesef vanzelf mee met de ontwikkeling.


Tot slot

Bij peuters en kleuters staat tijdsbesef nog in de kinderschoenen. Dat is geen achterstand, maar een logisch ontwikkelingsstadium. Door tijd te koppelen aan ervaringen en ritme, leg je een stevige basis voor later.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.