Concentreren - Artikel kennisbank Ina Terra

Volgehouden aandacht bij kinderen – waarom focus zo snel wegvalt

Inleiding

Veel ouders herkennen het: je kind begint ergens aan, maar binnen een paar minuten is de aandacht al weg. Het potlood ligt ineens ergens anders, het schrift is dicht, de gedachten dwalen af, of je kind staat op om iets totaal anders te doen.


Voor ouders voelt dit soms alsof een kind “geen zin heeft” of “zich niet kan concentreren”.

Maar in werkelijkheid gaat het om een executieve functie: volgehouden aandacht.


En die ontwikkelt zich langzamer dan veel mensen denken. Zeker bij gevoelige, beweeglijke, creatieve of beelddenkende kinderen.


Voorbeeld

Je kind krijgt een opdracht:

“Maak som 1 t/m 10.”


Eerst gaat het goed.

Maar al snel gebeurt dit:

  • hij schuift op zijn stoel
  • kijkt naar het raam
  • vraagt iets over de hond
  • raakt zijn gum kwijt
  • maakt priegeltekeningetjes
  • zegt dat hij dorst heeft
  • of staart gewoon voor zich uit


Bij jou komt de frustratie omhoog: Waarom kan hij dit nou niet gewoon even afmaken?

Bij hem is het simpel: zijn aandachts-motor valt stil.

Niet uit onwil.

Maar omdat volgehouden aandacht nog niet sterk genoeg is om langere taken te dragen.


Centrale vraag

Wat is volgehouden aandacht precies - en waarom is focussen voor veel kinderen zo lastig?

Hoofdstuk 1 – Wat is volgehouden aandacht?

Volgehouden aandacht is het vermogen om:

  • langere tijd bij een taak te blijven
  • prikkels te negeren
  • informatie vast te blijven houden
  • niet weg te glijden in gedachten
  • en door te gaan, ook als het saai of moeilijk is


Het is de concentratiemotor van het brein.

Maar die motor is bij kinderen lang niet altijd stabiel:

  • hij start traag,
  • draait even goed,
  • raakt sneller oververhit,
  • en slaat makkelijker af.

Concentratie is geen karaktereigenschap,

maar een neurologische vaardigheid in ontwikkeling.


Hoofdstuk 2 – Waarom is focussen voor kinderen zo moeilijk?

1. Het brein is nog onrijp

De prefrontale cortex – verantwoordelijk voor aandacht – ontwikkelt door tot ongeveer 25 jaar.

Kinderen hebben dus minder “breinpower” om aandacht vast te houden.


2. Kinderen zijn gevoelig voor prikkels

Geluiden

Beweging

Gedachten

Emoties

Alles is even belangrijk in hun brein.


3. Saai = moeilijker dan moeilijk

Kinderen kunnen beter focussen op iets moeilijks dat interessant is

dan op iets makkelijks dat saai is.


4. Beelddenken

Beelddenkers hebben een rijke interne wereld: hun visuele gedachten zijn vaak interessanter dan de taak.


5. Overprikkeling

Een vol hoofd is een slap brein.

Aandacht valt dan instant weg.


6. Werkgeheugenproblemen

Als een kind de opdracht vergeet → stopt de aandacht automatisch.


7. Stress en prestatiedruk

Stress sluit de aandachts-motor af.

Het brein gaat van “leren” naar “overleven”.


Hoofdstuk 3 – Hoe herken je moeite met volgehouden aandacht?

1. Starten gaat goed, maar na 2–5 minuten valt de aandacht weg

Het is geen “altijd afgeleid”, maar “al snel afgeleid”.


2. Taken worden niet afgemaakt

Er wordt wél begonnen, maar niet voltooid.


3. Serieus ogende redenen om te stoppen

“Mijn gum is weg.”

“Ik moet plassen.”

“Ik moet dit eerst even pakken.”


4. Dagdromen

Het kind staart weg en lijkt afwezig, maar zit in een diepe gedachtestroom.


5. Onrustig lichaam

Friemelen, draaien, wiebelen, opstaan, tikken.


6. Alles is belangrijker dan de taak

Een vlieg, een geluidje, een krul op het papier.


7. Kind kan wel langdurig focussen op iets dat leuk is

Let op: dit betekent NIET dat je kind “wel kan concentreren als hij wil”.

Het betekent dat interesse dopamine geeft, waardoor het brein beter werkt.


Hoofdstuk 4 – Hoe beïnvloedt zwakke volgehouden aandacht het leren?

1. Tempo ligt laag

Niet omdat je kind langzaam werkt, maar omdat hij constant opnieuw moet starten.


2. Moeite met instructie volgen

Na 30 seconden is de aandacht al gevlogen.


3. Slordige fouten

Hele stukken worden overgeslagen.


4. Frustratie en faalangst

Kind denkt dat hij “stom” of “lui” is → zelfvertrouwen keldert.


5. Conflicten in de klas

“Aandacht er niet bij” wordt vaak gezien als ongehoorzaamheid.


6. Minder effectieve leertijd

Als een taak 20 minuten kost, werkt het kind misschien maar 5 minuten echt.


7. Bij beelddenkers extra uitdaging

Ze leven in beelden en associaties → focus wordt sneller onderbroken door interne gedachten.


Hoofdstuk 5 – Wat kun je thuis doen?

Goed nieuws: volgehouden aandacht kun je ondersteunen, net zoals reflexen.

Niet door taken langer te maken, maar juist door ze te versmallen.


1. Werk in hele kleine taakblokjes

Niet:

“Maak bladzijde 12.”

Wel:

“Maak som 1 en 2. Dan kom ik terug.”


2. Werk met visuele timers

Een zandloper van 3 minuten.

Een kookwekker.

Een digitale timer.

Kinderen presteren beter als ze zien: dit duurt niet eeuwig.


3. Zorg voor een prikkelarme plek

Rustig en voorspelbaar.

Geen speelgoed naast de werkplek.

Geen geluidsmix in de ruimte.


4. Maak taken concreet

Beelddenkers hebben een beeld nodig:

“Maak tot hier.”

“Eerst deze rij.”

“Stop bij het sterretje.”


5. Bouw micro-pauzes in

Elke 5 minuten even opstaan, rekken, iets pakken → daarna weer door.


6. Complimenteer inspanning, niet uitkomst

“Je bleef erbij, knap!”

“Je deed er 3 minuten over, wat goed!”


7. Check werkgeheugen vooraf

Vraag:

“Wat ga je nu doen?”

Als je kind het niet kan herhalen → dan is de kans op afdwalen 100%.