Leren klokkijken

Timemanagement bij kinderen – waarom tijd zo lastig is

Inleiding

Timemanagement is voor kinderen één van de lastigste executieve functies.

Waar volwassenen tijd aanvoelen en ongeveer weten hoeveel minuten iets kost,

leven kinderen vooral in het nu.

De rest van de tijd — straks, zo, morgen, over 10 minuten — is voor hen geen concrete realiteit.


Voor ouders lijkt het soms alsof hun kind “te laat begint”,

“geen haast voelt”,

of “tijd totaal verkeerd inschat”.

Maar kinderen ervaren tijd compleet anders.

Hun brein kent nog geen innerlijke klok.


Voorbeeld

Je zegt om 7:30:

“We moeten over 10 minuten weg!”

Jij voelt meteen: 10 minuten… opschieten dus.

Maar jouw kind:

  • gaat nog even spelen,
  • begint aan iets nieuws,
  • raakt in gedachten,
  • zoekt sokken op z’n gemak,
  • en staat om 7:40 verbaasd dat jullie NU weg moeten.

Het lijkt alsof je kind niet luistert —

maar het probleem is dat zijn tijdsbesef niet actief is.

Het brein weet niet hoelang “10 minuten” voelt of hoeveel tijd hij nog heeft.


Centrale vraag

Wat is timemanagement - en waarom is tijd inschatten zo moeilijk voor kinderen?


Hoofdstuk 1 – Wat is timemanagement?

Timemanagement als executieve functie betekent:

  • tijd kunnen inschatten,
  • de lengte van een taak kunnen voorspellen,
  • weten hoeveel tijd je nog hebt,
  • prioriteiten stellen,
  • en kunnen schakelen wanneer de tijd bijna om is.


Het vraagt een combinatie van:

  • planning,
  • volgehouden aandacht,
  • organisatie,
  • en werkgeheugen.


Kinderen hebben deze vaardigheden nog lang niet volledig ontwikkeld.

Daarom voelt tijd voor hen vloeibaar en onvoorspelbaar.


Hoofdstuk 2 – Waarom is timemanagement zo moeilijk voor kinderen?

1. Tijd is abstract

Voor kinderen bestaat tijd uit concrete gebeurtenissen:

“na het eten”, “voor school”, “als papa thuis is”.

Niet uit minuten of uren.


2. Het werkgeheugen is te klein

Kind vergeet tijdens het doen hoeveel tijd er nog is.


3. Tijdsbesef ontwikkelt laat

De innerlijke klok — dat ‘gevoel’ voor tijd — komt pas rond 10–12 jaar langzaam op gang.


4. Overprikkeling verstoort tijdsgevoel

Een vol hoofd → geen tijdsbesef

Kind denkt: het duurt eeuwig! of dat was heel kort!

terwijl het tegendeel waar is.


5. Beelddenkers leven in beelden, niet in tijd

Een taak duurt zolang als hun interne wereld het toelaat.


6. Stress vervormt tijd

Onder druk voelt tijd sneller of juist trager.


7. Geen visuele ondersteuning

Kinderen kunnen tijd niet voelen,

maar wél zien.


Hoofdstuk 3 – Hoe herken je problemen met timemanagement?

1. Altijd te laat of te vroeg

Kind heeft geen realistisch idee wanneer het “tijd” is.


2. Kind onderschat of overschat de duur van een taak

“Dit is zo klaar!” → duurt 30 minuten

“Dit duurt heel lang!” → is in 2 minuten klaar


3. Stress bij onverwachte tijdsdruk

“Opschieten!” werkt averechts → brein blokkeert.


4. Taken worden niet op tijd afgemaakt

Niet door luiheid, maar omdat het kind geen intern eindpunt voelt.


5. Moeite met de ochtend- en avondroutine

Kind doet alles in willekeurige volgorde.


6. Kind raakt makkelijk de tijd kwijt bij leuk spel

Hyperfocus betekent NIET dat het tijd kan inschatten.


7. Moeite met klokkijken

Zowel analoog als digitaal.

Dit is geen rekenprobleem —

het is een tijdsbesefprobleem.


8. Altijd “nog even”

Het brein voelt geen natuurlijke urgentie.


Hoofdstuk 4 – Hoe beïnvloedt slecht timemanagement het leren?

1. Huiswerk kost langer dan nodig

Kind begint te laat, werkt inefficiënt en raakt tijd kwijt.


2. Kind komt niet toe aan afmaken

Geen intern gevoel van “bijna klaar”.


3. Druk en stress bij toetsen

Tijd vliegt → paniek → blokkeren.


4. Moeite met taken in de klas

Als kinderen de tijd niet kunnen inschatten,

wordt de opdracht groter dan hij is.


5. Problemen met klokkijken

Klokkijken is een cognitieve vaardigheid,

maar timemanagement is een executieve functie.

Als deze nog niet rijp is,

lukt klokkijken vaak niet — zelfs met goede instructie.


6. Zelfvertrouwen daalt

Kind krijgt te horen dat het “traag” is of “niet oplet”,

terwijl het geen tijdsgevoel heeft.


Hoofdstuk 5 – Wat kun je thuis doen?

1. Maak tijd zichtbaar

Gebruik:

  • zandlopers (2, 5, 10 minuten)
  • time-timers
  • kleurvakken in een dagplanning
  • pictogrammen met tijden

Kinderen leren tijd door te kijken, niet door te voelen.


2. Benoem hoeveel tijd iets duurt

“Deze sommen zijn 5-minuten-taakjes.”

“Dit kost ongeveer evenveel tijd als tandenpoetsen.”


3. Gebruik tijdsblokjes

10 minuten werken → 2 minuten pauze.

Het brein houdt dat beter vol.


4. Start samen

Kinderen krijgen pas tijdsgevoel tijdens het doen.


5. Maak routines voorspelbaar

Een vaste ochtend- en avondstructuur scheelt enorm.


6. Gebruik aftelmomenten

“Over 3 minuten gaan we naar boven.”

Kind kan dan anticiperen.


7. Zet de klok letterlijk centraal

Kinderen moeten tijd zien voordat ze het kunnen begrijpen.


8. Verminder tijdsdruk

Paniek doodt tijdsbesef.

Rust maakt het zichtbaar.


9. Gebruik het pakket 'In NO TIME leren klokkijken   

Vooral de spiekbrief en oefenklok zijn ideaal voor het ontwikkelen van timemanagement.

Voor meer informatie klik je hier.