
Emotieregulatie - Waarom sommige kinderen zo snel overspoeld raken – en hoe je het kunt herkennen
Inleiding
Emotieregulatie is één van de meest zichtbare én belangrijkste executieve functies.
Het bepaalt hoe een kind omgaat met boosheid, teleurstelling, spanning, enthousiasme, onzekerheid en onverwachte situaties.
Sommige kinderen lijken een ingebouwde volumeknop te hebben: ze kunnen boosheid dempen, bij verdriet steun zoeken, zichzelf kalmeren of flexibel reageren als iets anders loopt dan verwacht.
En andere kinderen…
raken bij het minste of geringste overspoeld.
Dat is geen aanstellerij. Geen drama. Geen koppigheid.
Het is een brein dat nog niet weet hoe het emoties moet sturen.
Voorbeeld
Het is maandagochtend. Je kind maakt een klein rekenfoutje.
Niets bijzonders.
Maar ineens:
- schiet hij in tranen,
- wil hij alles weggooien,
- zegt hij dat hij “slecht is in rekenen”,
- of loopt boos weg zonder dat jij het snapt.
Voor jou voelt het als een klein dingetje,
maar voor zijn brein is het een trigger die de hele emotiemotor activeert.
Het brein kent nog geen rem, geen pauze en geen nuance.
Dit is geen onwil.
Het is een kind dat écht niet weet hoe het met de emotie moet omgaan.
Centrale vraag
Wat is emotieregulatie, waarom is het voor sommige kinderen zo lastig en hoe herken je dit in het dagelijks leven?
Hoofdstuk 1 – Wat is emotieregulatie precies?
Emotieregulatie is het vermogen om:
- emoties te herkennen
- emoties te begrijpen
- emoties te verdragen
- emoties te sturen
- en na een emotie weer te herstellen
Het betekent niet dat een kind weinig moet voelen.
Het betekent dat een kind leert:
- pauzeren
- ademen
- verwerken
- relativeren
- en terugschakelen
Emotieregulatie ontwikkelt zich tot ver in de puberteit.
Maar gevoelige kinderen, beelddenkers, kinderen met veel stress, kinderen met AD(H)D-profiel en kinderen met zwakke inhibitie ontwikkelen dit vaak trager.
Hoofdstuk 2 – Waarom gaat dit bij sommige kinderen zo moeizaam?
Er spelen vaak meerdere factoren tegelijk mee:
1. Een gevoelig zenuwstelsel
Hooggevoelige kinderen ervaren prikkels intenser → emoties worden sneller groot.
2. Onrijpe hersenverbindingen
Het deel van het brein dat emoties reguleert (prefrontale cortex) is nog in ontwikkeling.
3. Overprikkeling
Een vol hoofd = lagere tolerantie → emoties schieten sneller omhoog.
4. Moeite met inhibitie
Kinderen die impulsief reageren, reageren óók impulsief met emoties.
5. Negatieve ervaringen of faalangst
Een klein foutje raakt dan diep.
6. Beelddenken
Sterke verbeelding = sterke emotionele reactie.
Een klein probleem kan in één seconde een grote ramp lijken.
7. Stress thuis of op school
Stress sluit als eerste de emotieregulatie af.
Het brein gaat in overlevingsmodus → vechten, vluchten of bevriezen.
Hoofdstuk 3 – Hoe herken je problemen met emotieregulatie?
Veel ouders herkennen dit dagelijks:
Heftige reacties op kleine dingen
- verkeerde sok
- pen doet het niet
- gum kwijt
- boterham verkeerd gesneden
- foutje in het werk
Overspoeling
- huilbuien
- boosheid die volledig uit de hand loopt
- plotseling weglopen
- gillen, slaan of gooien
- dichtklappen en niets meer kunnen
Moeite met herstellen
- lang boos blijven
- lang verdrietig blijven
- zichzelf niet kunnen “resetten”
Bevriezen of blokkeren
- stil worden
- niets meer zeggen
- niet meer willen proberen
- angstig worden om fouten te maken
Op school
- snel afgeleid door emoties
- vermijden van moeilijke taken
- conflictjes met klasgenoten
- perfectionisme of faalangst
- vluchtgedrag (“Ik kan dit niet”)
Een kind dat moeite heeft met emotieregulatie is nooit bewust uitdagend.
Het is een kind dat zijn eigen emotie niet kan dragen.
Hoofdstuk 4 – Hoe beïnvloedt dit het leren?
Kinderen die snel emotioneel overspoeld raken:
1. Vermijden moeilijkere opdrachten
Ze zijn bang weer overweldigd te raken.
2. Leren minder van fouten
Niet door onwil, maar omdat emoties alles blokkeren.
3. Hebben een laag frustratietolerantie
Elk foutje voelt als falen → stoppen.
4. Zijn sneller overprikkeld
Emoties kosten veel energie; daarna is er minder “breinruimte” om te leren.
5. Hebben moeite met taken afmaken
Een emotie onderbreekt het hele werkproces.
6. Blokkeren sociaal
Conflicten of misverstanden escaleren sneller.
7. Voelen veel druk
School wordt een bron van spanning → leren wordt geassocieerd met stress.
Voor volwassenen lijkt dit “onlogisch gedrag”.
Maar voor een kind voelt de emotie écht te groot om te dragen.
Hoofdstuk 5 – Wat kun je thuis doen?
Je kunt emotieregulatie niet afdwingen met “rustig blijven”, “niet huilen” of “stel je niet aan”.
Maar je kunt het dagelijks ondersteunen door veiligheid, structuur en co-regulatie.
1. Blijf zelf rustig
Een kind reguleert altijd mee met jouw zenuwstelsel.
Jij bent de thermostaat.
2. Benoem wat er gebeurt
“Je bent boos omdat het niet lukt.”
Herkenning = kalmering.
3. Bouw voorspelbaarheid en duidelijkheid in
Hoe minder verrassingen, hoe minder triggers.
4. Geef pauzes vóór het brein vastloopt
Klein beetje preventie voorkomt enorme uitbarstingen.
5. Oefen “reset-momenten”
Op rustige momenten:
- ademhaling
- drukknuffel
- zachte muziek
- even naar buiten
- handen tegen je wangen
- voeten op de grond
6. Help met herstel
Niet meteen praten.
Eerst laten landen.
Dan pas reflectie.
7. Gebruik visuele rust-hulpmiddelen
Beelddenkers reguleren beter als ze zien wat er verwacht wordt.
8. Bied erkenning
“Het is oké dat je dit voelt. Ik ben bij je.”
Dat is de basis van regulatie.
