Executieve functies ontwikkelen per leeftijd
Inleiding
Veel ouders vragen zich af of hun kind ‘achterloopt’. Waarom lukt plannen nog niet? Waarom raakt hij steeds het overzicht kwijt? Waarom lijkt alles zo moeizaam te gaan, terwijl andere kinderen het wél lijken te kunnen?
Wat vaak vergeten wordt, is dat executieve functies zich stap voor stap ontwikkelen — en dat dit per leeftijd sterk verschilt.
Herkenbaar voorbeeld
Je ziet andere kinderen zelfstandig hun tas inpakken of hun huiswerk plannen. Jouw kind raakt al in de stress bij het idee alleen.
Je vraagt je af: zou hij dit niet gewoon moeten kunnen inmiddels?
Maar misschien vraag je iets wat het brein nog niet aankan.
Centrale vraag
Hoe ontwikkelen executieve functies zich per leeftijd - en wat mag je realistisch verwachten van een kind?
Hoofdstuk 1 – Executieve functies rijpen langzaam
Executieve functies horen bij de frontale hersengebieden. Deze gebieden ontwikkelen zich niet in één keer, maar over vele jaren.
Dat betekent dat kinderen vaardigheden zoals plannen, overzicht houden en zelfsturing nog aan het leren zijn, ook al zien ze er groot uit.
Belangrijk om te weten: ontwikkeling verloopt sprongsgewijs en ongelijkmatig.
Hoofdstuk 2 – Wat je globaal per leeftijd kunt verwachten
Dit zijn gemiddelden, geen normen:
4–6 jaar
Starten met een taak lukt met begeleiding. Overzicht houden is nog lastig. Impulsief gedrag hoort erbij.
7–9 jaar
Aandacht vasthouden lukt steeds beter. Stappen onthouden blijft moeilijk zonder hulp. Zelf plannen is nog beperkt.
10–12 jaar
Meer overzicht, maar snel overprikkeld. Emoties kunnen leren nog sterk beïnvloeden. Plannen lukt met ondersteuning.
12+
Zelfsturing groeit, maar is wisselend. Stress en sociale druk kunnen executieve functies tijdelijk ontregelen.
Hoofdstuk 3 – Waarom vergelijken niet helpt
Kinderen ontwikkelen zich niet in een rechte lijn.
Vergelijken met klasgenoten of broers en zussen:
- vergroot onzekerheid
- zet druk op het leerproces
- helpt de ontwikkeling niet vooruit
Wat een kind nodig heeft, is ondersteuning die past bij zijn ontwikkelingsleeftijd, niet bij zijn kalenderleeftijd.
Hoofdstuk 4 – Wat helpt per fase
Wat helpt, is aansluiten bij waar het kind staat:
- jonge kinderen: samen doen en verwoorden
- middenbouw: structuur bieden zonder overnemen
- oudere kinderen: samen reflecteren en stap voor stap loslaten
Zo groeit zelfstandigheid van binnenuit.
Tot slot
Executieve functies ontwikkelen zich in hun eigen tempo. Als een kind iets nog niet kan, betekent dat niet dat hij faalt — maar dat zijn brein nog aan het oefenen is.
Wanneer verwachtingen beter aansluiten bij ontwikkeling, ontstaat rust. En vanuit rust groeit leren.
Wil je hier verder mee aan de slag?
In mijn mini-cursus Executieve Functies leg ik uit hoe en waarom kinderen vastlopen in leren, plannen, starten of omgaan met spanning.
Je krijgt heldere uitleg én praktische handvatten om je kind te ondersteunen op een manier die past bij de ontwikkeling van het kinderbrein.
In de mini=cursus Leren leren kun je meer vinden over leer strategieën, motivatie, timemanagement, leerstijlen en het bevorderen van zelfstandigheid.
En wil je meer begrijpen van ontwikkelingsfasen van kinderen? Dan is misschien de mini-cursus Ontwikkelingsfasen iets voor jou. Ik heb de ontwikkelingsfasen van psycholoog Jean Piaget voor je op een rij gezet zodat je kunt zien hoe kinderen zich in bepaalde fasen ontwikkelen.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.