- Hoofdstuk 1 – Een mismatch tussen denkstijl en schoolse verwachtingen
- Hoofdstuk 2 – Werkgeheugen raakt sneller overbelast
- Hoofdstuk 3 – Moeite met plannen, organiseren en taakinitiatie
- Hoofdstuk 4 – Overprikkeling en blokkades bij onduidelijke opdrachten
- Hoofdstuk 5 – Wat werkt wél voor beelddenkers met zwakke executieve functies?

Executieve functies bij beelddenkers – Waarom ze zo snel vastlopen en wat wél werkt
Inleiding
Beelddenkers zijn vaak slim, gevoelig, creatief en intuïtief sterk. Maar tegelijkertijd vallen ze op doordat ze moeite hebben met starten, plannen, volhouden, organiseren, automatiseren of schakelen tussen taken. Dit lijkt soms op onwil of slordigheid, maar heeft een duidelijke oorzaak: hun brein verwerkt informatie visueel en holistisch, terwijl executieve functies vaak talig en sequentieel aangestuurd worden.
Wanneer deze twee systemen niet goed op elkaar aansluiten, ontstaan er problemen in leren én in gedrag.
Voorbeeld uit de praktijk
Een kind krijgt de opdracht:
"Pak je spullen, lees bladzijde 20, maak opdracht 1 t/m 4, let op de strategie en lever het in voordat de pauze begint."
Voor een taaldenker is dit een logische reeks.
Voor een beelddenker is dit één grote talige brij zonder beeld.
Het kind blijft zitten, kijkt rond en doet… niets.
De leerkracht ziet geen actie → denkt aan gebrek aan motivatie.
Maar in werkelijkheid ontbreekt één cruciale stap: overzicht.
Wanneer dezelfde opdracht als schema wordt gegeven, of als korte visuele instructie, komt het kind wél in beweging.
Centrale vraag
Waarom zijn executieve functies bij beelddenkers vaak kwetsbaar, en hoe kun je hen ondersteunen zodat ze wél tot leren komen?
Hoofdstuk 1 – Een mismatch tussen denkstijl en schoolse verwachtingen
Executieve functies zijn de vaardigheden die je nodig hebt om te plannen, te organiseren, te starten, te focussen en vol te houden.
Deze vaardigheden worden in het onderwijs vooral aangesproken via taal en volgorde:
- luister, onthoud, voer uit
- werk in stapjes
- plan vooruit
- lees de regels
- volg de strategie
Beelddenkers verwerken informatie echter breed, associatief en in beelden.
Dat betekent dat zij:
- eerst overzicht nodig hebben
- stapjes pas begrijpen als ze het geheel zien
- moeite hebben met talige tussenstappen
- sneller overprikkeld raken door verbale instructie
Niet de vaardigheid zelf is zwak, maar de vorm waarin die vaardigheid wordt gevraagd.
Hoofdstuk 2 – Werkgeheugen raakt sneller overbelast
Het werkgeheugen van beelddenkers kan veel informatie tegelijk aan, maar niet in verbale vorm.
Wanneer ze een rij mondelinge instructies krijgen, gebeurt het volgende:
- ze krijgen geen beeld
- ze kunnen het niet opslaan
- ze verliezen volgorde
- ze raken overweldigd
- ze haken af
Daardoor lijken ze dromerig, ongeconcentreerd of “vergeten ze alles”.
In werkelijkheid kunnen ze geen beeld vormen om de informatie vast te houden.
Wanneer informatie visueel wordt aangeboden (schema, pictogram, stappen op papier), zie je vaak direct verbetering.
Hoofdstuk 3 – Moeite met plannen, organiseren en taakinitiatie
Plannen is voor beelddenkers moeilijk omdat het vraagt om volgorde-denken.
Zonder totaalplaatje voelt elke taak als los zand.
Gevolg:
- niet kunnen beginnen
- eindeloos uitstellen
- chaos in schooltas of werkplek
- taken niet afmaken
- stress bij werkstukken en projecten
Pas wanneer de taak zichtbaar en overzichtelijk is, komt er beweging.
Beelddenkers hebben geen gebrek aan motivatie; ze missen structuur in een vorm die aansluit op hun brein.
Hoofdstuk 4 – Overprikkeling en blokkades bij onduidelijke opdrachten
Beelddenkers raken sneller overprikkeld wanneer:
- de instructie lang is
- de betekenis onduidelijk is
- de stappen niet logisch zijn
- er geen visuele kapstok is
Hun brein maakt dan te veel verbindingen tegelijk → ruis → blokkade.
Dit uit zich in:
- dichtklappen
- boosheid
- perfectionisme
- faalangst
- of juist clownesk gedrag
Deze reactie wordt vaak gezien als een gedragsprobleem, terwijl het eigenlijk een verwerkingsprobleem is.
Hoofdstuk 5 – Wat werkt wél voor beelddenkers met zwakke executieve functies?
Visualiseer taken en stappen.
Gebruik lijstjes, tekeningen, kleurcodes, pictogrammen of dag planners.
Geef structuur vóór detail.
Eerst overzicht, dan pas stappen.
Maak instructie kort en concreet.
Lange verbale uitleg werkt averechts.
Gebruik modellen en materialen.
Zichtbaar = begrijpelijk.
Werk met routines.
Vaste volgorde → minder werkgeheugenbelasting.
Breek taken op in betekenisvolle delen.
Niet: “Doe 1 t/m 10”, maar: “Eerst dit stukje, dan stopmoment.”
Bevestig hun sterke kanten.
Creativiteit, verbanden leggen, oplossend vermogen — dit geeft vertrouwen.
Wanneer de aanpak aansluit op hun visuele denkstijl, zie je dat executieve functies niet verdwijnen, maar juist tot bloei komen.
Meer weten?
Herken je hierin jouw kind?
In de mini-cursus Beelddenken ontdek je hoe beelddenkers informatie verwerken, waarom leren soms vastloopt en hoe je hier thuis praktisch op kunt aansluiten.
Met heldere uitleg, herkenbare voorbeelden en concrete handvatten voor ouders.
Of lees de artikelen over executieve functies in de kennisbank.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
