- Hoofdstuk 1 – Beelddenken is breed, intens en detailrijk
- Hoofdstuk 2 – Overprikkeling ontstaat bij gebrek aan overzicht
- Hoofdstuk 3 – Sensorische gevoeligheid en empathisch vermogen
- Hoofdstuk 4 – Overprikkeling wordt vaak verward met gedragsproblemen
- Hoofdstuk 5 – Wat helpt beelddenkers om prikkels te verwerken en te reguleren?

Beelddenkers en overprikkeling – Waarom ze sneller ‘vol’ zitten en wat je kunt doen
Inleiding
Veel beelddenkers lijken altijd “aan” te staan. Ze pikken signalen op die anderen niet eens merken, hebben een sterk inlevingsvermogen en verwerken informatie razendsnel. Maar juist deze gevoeligheid zorgt ervoor dat ze sneller overprikkeld raken, zowel thuis als op school.
Overprikkeling bij beelddenkers wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd als druk gedrag, verzet, boosheid of dromerigheid. In werkelijkheid is het een vol hoofd, een brein dat te veel tegelijk probeert te verwerken zonder een duidelijke structuur.
Voorbeeld uit de praktijk
Een beelddenkend kind komt binnen in een druk lokaal.
Er hangen posters aan de muur, kinderen praten door elkaar, stoelen schuiven, er ligt werk op het bureau, er is een opdracht op het bord, en de juf zegt:
"Leg je spullen klaar, we beginnen zo."
Voor veel kinderen is dit normaal.
Voor een beelddenker komt alles tegelijkertijd binnen: beelden, geluiden, emoties, vragen, verwachtingen, kleuren, beweging.
Het brein maakt honderd verbindingen tegelijk.
Het kind reageert met drukte, terugtrekken, boosheid of blokkeren.
Niet omdat het lastig is, maar omdat er geen filter is voor prikkels.
Centrale vraag
Waarom raken beelddenkers sneller overprikkeld, hoe kun je hen helpen om weer rust, overzicht en veiligheid te ervaren?
Hoofdstuk 1 – Beelddenken is breed, intens en detailrijk
Beelddenkers verwerken prikkels breed: ze zien en horen véél meer tegelijk dan taaldenkers.
Hun denkproces verloopt via beelden, associaties en emoties, waardoor er sneller “ruis” ontstaat.
Dit betekent dat zij:
- subtiele signalen oppikken
- sterk reageren op sfeer en spanning
- moeite hebben met filteren
- elke verandering meteen opmerken
- prikkels niet vanzelf verwerken of loslaten
Waar taaldenkers informatie sequentieel verwerken, verwerken beelddenkers het in één grote, kleurrijke stroom. Dat maakt hun creativiteit groot, maar hun kwetsbaarheid óók.
Hoofdstuk 2 – Overprikkeling ontstaat bij gebrek aan overzicht
Een beelddenker heeft altijd eerst overzicht nodig.
Wanneer dat ontbreekt, gebeurt er iets belangrijks:
Het brein blijft zoeken naar betekenis, structuur en samenhang.
Als die niet gevonden wordt, blijft er informatie hangen → die stapelt → het hoofd raakt vol → het kind verliest regie.
Typische signalen:
- snel overvallen worden door emoties
- plotseling “boos uit het niets”
- niets meer kunnen beginnen
- afhaken bij instructie
- zich terugtrekken
- druk of chaotisch gedrag
Niet omdat het kind moeilijk doet, maar omdat het overweldigd is.
Hoofdstuk 3 – Sensorische gevoeligheid en empathisch vermogen
Veel beelddenkers zijn hoogsensitief of sterk empathisch.
Ze voelen sfeer haarfijn aan, merken spanning tussen mensen op en reageren intens op geluid, licht, beweging of emoties in de ruimte.
Dit zorgt voor:
- snel vol raken in drukke klaslokalen
- moeite met onverwachte veranderingen
- sterke emotionele reacties
- minder draagkracht aan het einde van de dag
- behoefte aan rust en voorspelbaarheid
Hun brein heeft geen tijd om prikkels te verwerken wanneer de wereld constant “aan” staat.
Hoofdstuk 4 – Overprikkeling wordt vaak verward met gedragsproblemen
Beelddenkers laten bij overprikkeling gedrag zien dat lijkt op:
- verzet
- weglopen
- clownesk doen
- dwingend worden
- boosheid
- stilvallen of blokkeren
Maar dit zijn coping-reacties — manieren om met een overweldigende situatie om te gaan.
Het gedrag zegt niets over motivatie of wil, maar alles over de hoeveelheid prikkels.
Zodra de prikkelstroom vermindert, zie je het kind weer tot rust komen.
Hoofdstuk 5 – Wat helpt beelddenkers om prikkels te verwerken en te reguleren?
Geef overzicht voordat de taak begint.
Een schema, korte uitleg, visueel stappenplan of voorbeeld vermindert meteen interne ruis.
Creëer rustmomenten.
Korte pauzes, ademhalen, even bewegen of naar buiten kijken helpt het brein ontladen.
Structuur boven herhaling.
Niet meer oefenen, maar duidelijkheid in wat, hoe en waarom.
Zichtbare ordening.
Een lege tafel, vaste plek voor materialen, kleuren, mapjes, dagschema.
Beperk verbale informatie.
Hoe meer woorden, hoe sneller het brein volloopt.
Zintuiglijke rust.
Zachte verlichting, minder geluid, voorspelbare omgeving.
Erken wat het kind voelt.
Ouders horen vaak: “Doe niet zo moeilijk”, maar erkenning werkt kalmerend:
"Ik zie dat het veel is voor je. Laten we het even klein maken."
Wanneer het brein weer ruimte heeft, komt het kind vanzelf terug in verbinding — en in leren.
Meer weten?
In de mini-cursus Beelddenken lees je alles over beelddenken, waarom kinderen vastlopen op school en vind je een uitgebreide checklist beelddenken.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
