Beelddenken en rekenen - Artikel kennisbank Ina Terra

Beelddenken en rekenen – Waarom rekenen vaak vastloopt en wat helpt

Inleiding

Veel beelddenkers zijn sterk in logisch en ruimtelijk inzicht, maar hebben opvallend vaak moeite met rekenen op school. Ze begrijpen verhoudingen, hoeveelheden en patronen, maar lopen vast zodra sommen worden aangeboden als losse symbolen of stappen. Voor ouders voelt het soms alsof er “een gat” zit tussen wat het kind kan denken en wat het op papier laat zien.

Dat is geen rekenprobleem. Het is een mismatch tussen visueel denken en talig, sequentieel rekenonderwijs.


Voorbeeld uit de praktijk

In de klas werkt de groep aan redactiesommen. De leerkracht zegt:

"Lees eerst de som, haal de getallen eruit, kijk welke som erbij hoort en reken dan uit."

Het beelddenkende kind leest de tekst en ziet meteen een plaatje: een zwembad, een rij kinderen, kaartjes, aantallen.

Het verhaal klopt in zijn hoofd, maar de stappen van de leerkracht kloppen niet met hoe hij denkt.

Hij weet intuïtief het antwoord, maar kan niet uitleggen hoe hij er komt.

Wanneer je hem vraagt het verhaal te tekenen, komt de oplossing in één keer: logisch, kloppend, zonder twijfel.

Het zit er dus wél — maar niet in de talige, lineaire vorm die school vraagt.


Centrale vraag

Waarom lopen beelddenkers vast bij rekenen, en hoe kun je rekenen op een manier aanbieden die past bij hun manier van leren?


Hoofdstuk 1 – Rekenen is abstract, beelddenken is concreet en visueel

Rekenen op school begint al vroeg met abstracte symbolen:

cijfers, plusjes, minnetjes, tafels, breuken, procenten.

Deze symbolen zijn voor taaldenkers logisch, omdat ze een talige betekenislaag hebben.

Voor beelddenkers zijn ze betekenisloos totdat er een beeld of context aan gekoppeld wordt.

Daardoor zie je dat beelddenkers sterk zijn in:

  • hoeveelheden inschatten
  • patronen herkennen
  • ruimtelijke opdrachten
  • logische verbanden

Maar moeite hebben met:

  • kale sommen
  • symbolen zonder betekenis
  • rijtjes oefenen
  • abstracte stappen
  • overschakelen tussen modellen en rekentaal

Ze begrijpen het wel, maar niet in de vorm waarin het wordt gegeven.


Hoofdstuk 2 – Problemen ontstaan wanneer de stapjes geen verband hebben

Beelddenkers leren holistisch.

Rekenen wordt echter vaak aangeleerd via kleine, losse stapjes:

  • eerst splitsen
  • dan automatiseren
  • dan strategieën
  • dan verhaaltjes
  • dan verhoudingen

Voor beelddenkers voelt dit gefragmenteerd.

Ze missen de samenhang en het doel — en daardoor haken ze af.

Typische signalen:

  • niet kunnen starten zonder context
  • goede antwoorden maar “foute manier” volgens school
  • alles door elkaar halen omdat de structuur ontbreekt
  • rekenen lukt thuis beter dan in de klas
  • frustratie bij nieuwe strategieën

Het brein zoekt een totaalplaatje, geen losse puzzelstukjes.


Hoofdstuk 3 – Automatiseren is lastig zonder betekenis

Automatiseren is een groot struikelblok.

Beelddenkers onthouden alleen wat betekenisvol, logisch of visueel is.

Tafels, splitsingen, sommen tot 20 — dit zijn precies de onderdelen die vaak “droog” worden aangeboden.

Beelddenkers:

  • kunnen tafels wel begrijpen, maar niet onthouden zonder visuele kapstok
  • weten hoeveelheden prima, maar geen idee wat 8×7 betekent als het alleen een rijtje is
  • zien niet het nut van eindeloze oefenbladen

Wanneer tafels visueel en structureel worden aangeboden (bijvoorbeeld via patronen, kleuren, groepjes, modellen) gaat het ineens veel sneller.


Hoofdstuk 4 – Rekenen vraagt sterke executieve functies

Rekenen is eigenlijk een executieve-functie-vak.

Het vraagt:

  • werkgeheugen
  • flexibiliteit
  • planning
  • volhouden
  • nauwkeurig werken
  • tussenstappen onthouden

Maar beelddenkers verwerken informatie breed en parallel, niet in kleine opeenvolgende stappen.

Hierdoor ontstaan problemen zoals:

  • vastlopen tijdens redactiesommen
  • tussenstappen overslaan
  • vergeten waar ze waren
  • door elkaar halen van strategieën
  • blokkerende angst als ze het overzicht kwijt zijn

Ze zijn niet slecht in rekenen — hun brein werkt gewoon anders dan de rekenaanpak die wordt aangeboden.


Hoofdstuk 5 – Wat helpt beelddenkers bij rekenen?

Koppel rekenen aan beelden en materialen.

Gebruik blokjes, groepjes, hoeveelheden, tekeningen, modellen, schema’s.


Geef eerst het totaalplaatje.

Laat zien waar de som over gaat, wat het doel is en hoe het logisch in elkaar zit.


Gebruik visuele strategieën.

Werk met kleuren, cirkels, pijlen, getallenlijnen die zichtbaar zijn.


Verklein de talige belasting.

Geef instructies kort, concreet en met voorbeelden.


Laat het kind oplossingen tekenen.

Voor beelddenkers is tekenen vaak denken.


Respecteer hun eigen oplossingswijze.

Beelddenkers werken vaak intuïtief, snel en logisch — anders dan de methode, maar net zo goed (of beter).


Wanneer rekenen past bij hun manier van denken, zie je dat deze kinderen creatief, snel en met plezier kunnen rekenen.


Meer weten?

Herken je hierin jouw kind?

In de mini-cursus Beelddenken ontdek je hoe beelddenkers informatie verwerken, waarom leren soms vastloopt en hoe je hier thuis praktisch op kunt aansluiten.


Met heldere uitleg, herkenbare voorbeelden en concrete handvatten voor ouders.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.