Gedrag: niet kunnen of niet willen? - Artikel kennisbank Ina Terra

Het verschil tussen niet willen en niet kunnen

Inleiding

“Hij wil gewoon niet.”

“Ze kan het best, maar doet het niet.”

Het zijn uitspraken die je vaak hoort — en die begrijpelijk zijn.

Maar bij zelfregulatie en emotieregulatie zit hier een cruciaal onderscheid: niet willen is iets heel anders dan niet kunnen.


En juist dat verschil bepaalt hoe helpend jouw reactie is.


Een herkenbaar voorbeeld

Je vraagt je kind iets te doen wat het al honderd keer heeft gedaan.

Normaal lukt het prima.

Maar nu volgt boosheid, weigeren of complete blokkade.


Je denkt: “Hij doet dit expres.”

Terwijl het systeem van je kind iets heel anders vertelt.


De centrale vraag

Hoe herken je het verschil tussen niet willen en niet kunnen - en waarom is dat zo belangrijk bij zelfregulatie?


Hoofdstuk 1 – Niet willen is een bewuste keuze

Bij niet willen:

  • is er overzicht
  • is het brein aanspreekbaar
  • kan een kind nadenken over gevolgen
  • is er ruimte voor uitleg en begrenzing

Dan heeft sturen, begrenzen en afspraken maken zin.


Hoofdstuk 2 – Niet kunnen ontstaat bij ontregeling

Bij niet kunnen:

  • is het systeem overbelast
  • staan emoties of prikkels op de voorgrond
  • zijn executieve functies tijdelijk niet beschikbaar

Het kind wil misschien wel,

maar het lukt op dat moment simpelweg niet.


Hoofdstuk 3 – Waarom het verschil vaak onzichtbaar is

Van buitenaf ziet niet kunnen eruit als:

  • weigeren
  • tegenwerken
  • boos doen
  • afsluiten

Maar van binnen is er:

  • stress
  • verwarring
  • overprikkeling
  • verlies van controle

Zonder dit onderscheid reageren we vaak te streng.


Hoofdstuk 4 – Wat er gebeurt als je niet-kunnen behandelt als niet-willen

Als een ontregeld kind wordt gecorrigeerd alsof het een keuze maakt:

  • neemt stress toe
  • verergert het gedrag
  • voelt het kind zich onbegrepen
  • raakt zelfvertrouwen beschadigd

Het systeem gaat niet aan — het sluit verder af.


Hoofdstuk 5 – Eerst kijken, dan reageren

Helpende vragen voor jezelf:

  • Is mijn kind nu aanspreekbaar?
  • Is dit gedrag nieuw of situationeel?
  • Is er sprake van vermoeidheid, spanning of prikkels?

Bij niet kunnen:

  • eerst reguleren
  • daarna pas begrenzen

Bij niet willen:

  • rustig en duidelijk sturen


Tot slot

Kinderen kiezen zelden bewust voor ontregeling.

Veel vaker overkomt het hen.

Wie het verschil ziet tussen niet willen en niet kunnen,

reageert met meer precisie — en dat maakt opvoeden lichter.


In de volgende artikelen gaan we verder met:

  • co-regulatie
  • eerst reguleren, dan corrigeren
  • en wat helpt bij boosheid, verdriet en frustratie


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.