Soorten basisonderwijs - Artikel kennisbank Ina Terra

Welke soorten onderwijs zijn er? Een overzicht voor ouders

Inleiding

Als je kind vastloopt op school, komt vroeg of laat de vraag:

Ligt het aan mijn kind… of aan het onderwijs?

Veel ouders weten niet dat er meer mogelijkheden zijn dan alleen de ‘gewone’ basisschool. En dat is logisch: het onderwijssysteem is complex, versnipperd en vol afkortingen.

Dit artikel geeft je overzicht.

Welke soorten onderwijs zijn er? Wat houden ze globaal in? En waarom werkt de ene vorm beter voor het ene kind dan voor het andere?


Een herkenbaar uitgangspunt

Misschien herken je dit:

Je kind is slim, gevoelig of creatief, maar komt niet tot bloei.

Het tempo ligt te hoog. Of juist te laag.

De prikkels zijn te veel. Of de instructie te talig.


En je vraagt je af: “Is dit nou hoe school hoort te voelen?”


De centrale vraag

Welke soorten onderwijs zijn er, en hoe verschillen ze van elkaar in visie, aanpak en passendheid voor kinderen?

Hoofdstuk 1 – Regulier onderwijs

Het regulier onderwijs is het onderwijs waar de meeste kinderen naartoe gaan.

Kenmerken:

  • klassikaal
  • vaste leerstof per leerjaar
  • landelijk vastgestelde kerndoelen
  • relatief grote groepen

Voor veel kinderen werkt dit prima.

Voor andere kinderen vraagt dit systeem veel aanpassing — vooral bij gevoeligheid, leerproblemen of een andere leerstijl.


Hoofdstuk 2 – Passend onderwijs

Passend onderwijs is geen aparte schoolsoort, maar een wettelijk kader.

Het idee: ieder kind krijgt onderwijs dat zo goed mogelijk aansluit bij zijn of haar ondersteuningsbehoefte.

In de praktijk betekent dit:

  • extra ondersteuning binnen regulier onderwijs
  • of een plek in het speciaal onderwijs

Of het écht passend voelt, verschilt sterk per kind en per school.


Hoofdstuk 3 – Speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs is bedoeld voor kinderen die in het reguliere onderwijs onvoldoende tot ontwikkeling komen.

Kenmerken:

  • kleinere groepen
  • meer begeleiding
  • aangepast tempo en aanbod
  • focus op veiligheid en regulatie

Voor sommige kinderen geeft dit rust en ruimte om weer te leren.

Voor anderen voelt het (tijdelijk) als een tussenstap.


Hoofdstuk 4 – Alternatieve onderwijsvormen

Naast regulier en speciaal onderwijs bestaan er alternatieve onderwijsvormen, zoals:

  • montessorionderwijs
  • daltononderwijs
  • jenaplanonderwijs
  • vrijeschoolonderwijs

Deze scholen verschillen in visie op leren, zelfstandigheid, tempo en toetsing.

Sommige kinderen bloeien hier juist op — anderen minder.


Hoofdstuk 5 – Particulier onderwijs en thuisonderwijs

Daarnaast zijn er vormen buiten het bekostigde onderwijs:

  • particulier onderwijs (kleinschalig, vaak duurder)
  • thuisonderwijs (onder strikte voorwaarden in Nederland)

Deze vormen bieden soms maatwerk, maar vragen ook veel van ouders — praktisch, financieel en organisatorisch.


Hoofdstuk 6 – Er is geen ‘beste’ vorm van onderwijs

Belangrijk om te weten:

Er bestaat geen universeel beste onderwijsvorm.

Wat telt, is de match tussen kind en leeromgeving:

  • prikkelgevoeligheid
  • leerstijl
  • tempo
  • behoefte aan structuur of vrijheid
  • emotionele veiligheid

Onderwijs werkt pas echt als een kind zich veilig genoeg voelt om te leren.


Tot slot

Weten welke soorten onderwijs er zijn, geeft lucht.

Het haalt de druk weg van “het moet hier lukken”

en opent de ruimte om breder te kijken.


In de volgende artikelen zoomen we per onderwijsvorm in:

  • wat houdt het precies in?
  • voor welke kinderen kan het passend zijn?
  • waar lopen kinderen soms juist tegenaan?