Wat verstaan we onder regulier onderwijs?
Inleiding
Voor de meeste kinderen in Nederland begint de schoolloopbaan in het regulier onderwijs. Het is zo vanzelfsprekend dat we er zelden bij stilstaan hoe dit systeem eigenlijk is ingericht — en voor wie het goed werkt.
Pas als een kind vastloopt, ontstaat de vraag:
Is dit onderwijs wel passend voor mijn kind?
Om die vraag te kunnen beantwoorden, is het belangrijk eerst te begrijpen wat regulier onderwijs precies is.
Een herkenbaar uitgangspunt
Je kind doet wat er gevraagd wordt.
Of probeert dat in ieder geval.
Maar ondertussen zie je:
- veel spanning
- vermoeidheid
- aanpassing
- of langzaam minder plezier in leren
En dan vraag je je af: “Ligt dit aan mijn kind… of aan de manier waarop onderwijs is georganiseerd?”
De centrale vraag
Wat is regulier onderwijs, hoe is het ingericht en voor welke kinderen werkt deze onderwijsvorm goed - en voor wie minder?
Hoofdstuk 1 – Wat is regulier onderwijs?
Regulier onderwijs is het door de overheid bekostigde onderwijs waar het grootste deel van de kinderen naartoe gaat.
Kenmerken:
- vaste leerjaren (groep 1 t/m 8)
- klassikale instructie
- landelijk vastgestelde leerdoelen
- toetsen en methodes per leerjaar
- één leerkracht voor een groep kinderen
Het systeem is ingericht op gemiddelde ontwikkeling binnen een vast tempo.
Hoofdstuk 2 – Hoe ziet een schooldag eruit?
Een gemiddelde schooldag bestaat uit:
- gezamenlijke instructie
- zelfstandig werken
- vaste pauzemomenten
- wisselende vakken in een strak rooster
Dit vraagt van kinderen:
- lang stilzitten
- luisteren terwijl prikkels doorgaan
- schakelen tussen taken
- leren binnen een vast tempo
Voor sommige kinderen is dit overzichtelijk.
Voor andere kinderen juist intens.
Hoofdstuk 3 – Voor welke kinderen werkt regulier onderwijs goed?
Regulier onderwijs past vaak goed bij kinderen die:
- prikkels redelijk kunnen filteren
- zich makkelijk aanpassen
- leren via taal en uitleg
- een gemiddeld tempo volgen
- weinig extra ondersteuning nodig hebben
Deze kinderen bewegen relatief soepel mee met het systeem.
Hoofdstuk 4 – Waar lopen kinderen soms tegenaan?
Regulier onderwijs kan lastig zijn voor kinderen die:
- gevoelig zijn voor prikkels
- anders leren (bijv. visueel of kinesthetisch)
- meer tijd nodig hebben
- moeite hebben met zelfregulatie
- vastlopen door stress of faalangst
Het probleem zit dan vaak niet in motivatie of intelligentie,
maar in de match tussen kind en leeromgeving.
Hoofdstuk 5 – Extra ondersteuning binnen regulier onderwijs
Binnen regulier onderwijs kan extra ondersteuning worden ingezet, zoals:
- remedial teaching
- ondersteuning door intern begeleider
- aanpassingen in tempo of aanbod
Dit kan helpend zijn — zolang de draagkracht van de school en het kind in balans blijven.
Hoofdstuk 6 – Wanneer begint het te knellen?
Als ondanks ondersteuning:
- spanning blijft toenemen
- leren steeds meer energie kost
- gedrag verandert
- zelfvertrouwen daalt
dan is het logisch om verder te kijken dan alleen het reguliere kader.
Dat is geen falen —
maar een teken dat de omgeving mogelijk niet meer past.
Tot slot
Regulier onderwijs is voor veel kinderen een goede plek.
Maar niet voor ieder kind — en niet in iedere fase.
Door te begrijpen hoe regulier onderwijs werkt,
kun je beter beoordelen of het aansluit bij wat jouw kind nodig heeft.
In de volgende artikelen kijken we naar:
- wanneer regulier onderwijs niet meer passend voelt
- alternatieve onderwijsvormen
- en andere routes binnen het onderwijssysteem