
Onderprikkeling: als een kind juist méér prikkels nodig heeft
Inleiding
Niet elk kind raakt overprikkeld.
Sommige kinderen lijken juist continu op zoek naar méér: bewegen, praten, friemelen, grenzen opzoeken. Ze lijken nooit ‘uit’ te staan — en worden vaak gezien als druk, ongeconcentreerd of storend.
Maar ook dit gedrag heeft vaak eenzelfde oorsprong: prikkelverwerking.
Een herkenbaar voorbeeld
Je kind wiebelt op de stoel, tikt met de pen, staat steeds op en lijkt nauwelijks te luisteren.
Hoe meer je vraagt om rust, hoe onrustiger het wordt.
Wat je ziet als onwil of druk gedrag, kan in werkelijkheid een poging zijn om wakker en in balans te blijven.
De centrale vraag
Wat is onderprikkleing, hoe herken je het, en waarom hebben sommige kinderen juist méér prikkels nodig om goed te functioneren?
Hoofdstuk 1 – Wat is onderprikkeling?
Onderprikkeling ontstaat wanneer het brein te weinig prikkels krijgt om alert en betrokken te blijven.
Het systeem zakt weg — en het kind gaat zelf prikkels zoeken.
Dat gebeurt niet bewust.
Het is een automatisch regulatiemechanisme van het zenuwstelsel.
Hoofdstuk 2 – Hoe onderprikkeling eruit kan zien
Onderprikkeling herken je vaak aan:
- wiebelen of friemelen
- druk praten of bewegen
- moeite met stilzitten
- snel afgeleid zijn
- grenzen opzoeken
- verveling of afhakend gedrag
Dit gedrag is geen gebrek aan discipline,
maar een zoektocht naar activatie.
Hoofdstuk 3 – Waarom stilzitten het probleem vergroot
Veel leeromgevingen vragen langdurige rust en concentratie.
Voor een onderprikkeld brein werkt dat averechts.
Zonder voldoende input:
- zakt de aandacht weg
- neemt impulsief gedrag toe
- ontstaan frustratie en onrust
Beweging, afwisseling en sensorische input zijn dan geen afleiding — maar noodzakelijk.
Hoofdstuk 4 – Onderprikkeling en leren
Leren vraagt een bepaalde mate van alertheid.
Is die te laag, dan:
- komt informatie niet goed binnen
- verdwijnt motivatie
- lijkt een kind ‘niet mee te doen’
Juist deze kinderen leren vaak beter:
- al bewegend
- met tastmateriaal
- via doen en ervaren
- in kortere blokken
Niet minder prikkels, maar betere prikkels.
Hoofdstuk 5 – Onder- en overprikkeling wisselen elkaar af
Belangrijk om te weten:
Onder- en overprikkeling zijn geen vaste labels. Ze kunnen elkaar afwisselen.
Een kind kan:
op school onderprikkeld zijn en thuis alsnog overprikkeld raken
Het gaat steeds om dezelfde kern: balans in het zenuwstelsel.
Tot slot
Onderprikkeling vraagt geen strengere regels,
maar een andere kijk op wat een kind nodig heeft om tot leren en rust te komen.
In de volgende artikelen kijken we naar:
- prikkelverwerking en school
- prikkelverwerking bij hooggevoeligheid
- prikkelverwerking bij beelddenkers
- en hoe je praktisch kunt ondersteunen
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
