
De pre-operationele fase (2–7 jaar)
Inleiding
Tussen ongeveer twee en zeven jaar verandert het denken van kinderen razendsnel. Taal komt op gang, fantasie bloeit en de wereld wordt steeds rijker. Volgens Jean Piaget bevinden kinderen zich in deze periode in de pre-operationele fase.
Ze kunnen steeds meer voorstellen en verwoorden — maar logisch en abstract denken is nog volop in ontwikkeling.
Voorbeeld
Een kleuter is ervan overtuigd dat de maan hem volgt tijdens het lopen. Of denkt dat een glas met dezelfde hoeveelheid water “meer” bevat omdat het hoger is. Voor volwassenen is dit onlogisch. Voor een kind in deze fase is het volkomen logisch.
Centrale vraag
Hoe denken kinderen in de pre-operationele fase, en waarom lijken hun redeneringen soms zo 'onlogisch'?
Hoofdstuk 1 – Denken wordt symbolisch
In deze fase leren kinderen:
- woorden gebruiken voor dingen
- doen alsof in spel
- tekenen wat ze bedoelen
Een blok kan een auto zijn, een doos een huis. Symbolisch denken is een enorme stap vooruit.
Hoofdstuk 2 – Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar
Kinderen in deze fase:
- geloven sterk in fantasie
- kunnen angstig zijn voor denkbeeldige dingen
- ervaren verhalen alsof ze echt gebeuren
Het brein maakt nog geen scherp onderscheid tussen echt en verzonnen.
Hoofdstuk 3 – Egocentrisch denken
Egocentrisch denken betekent dat een kind:
- de wereld bekijkt vanuit zichzelf
- moeite heeft met andere perspectieven
- ervan uitgaat dat anderen hetzelfde zien en weten
Dit is geen egoïsme, maar een ontwikkelingskenmerk.
Hoofdstuk 4 – Logisch denken is nog beperkt
In de pre-operationele fase kan een kind:
- nog geen stabiele logische redeneringen maken
- moeite hebben met oorzaak-gevolg over tijd
- zich laten leiden door uiterlijk en indruk
Daarom zijn begrippen als tijd, hoeveelheid en volgorde nog lastig.
Hoofdstuk 5 – Conservatie is nog niet ontwikkeld
Een bekend voorbeeld is conservatie:
- dezelfde hoeveelheid blijft gelijk
- ook als de vorm verandert
Een kind denkt vaak dat een hoger glas meer bevat, ook al zag het dat de hoeveelheid gelijk bleef.
Hoofdstuk 6 – Wat dit betekent voor leren
In deze fase helpt leren vooral door:
- concreet materiaal
- spel en beleving
- herhaling zonder druk
- visuele ondersteuning
Abstract uitleggen werkt meestal nog niet.
Tot slot
De pre-operationele fase is een periode van verbeelding, groei en verwondering. Door aan te sluiten bij hoe kinderen in deze fase denken, ontstaat ruimte voor leren met plezier — en zonder onrealistische verwachtingen.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
