Nt2 en rekenen - Artikel kennisbank Ina Terra

Rekenen en NT2: als taal het inzicht in de weg zit

Inleiding

Rekenen wordt vaak gezien als een “taalloos” vak.

Cijfers zijn toch cijfers?

Toch lopen juist NT2-leerlingen regelmatig vast bij rekenen.

Niet omdat zij geen rekeninzicht hebben,

maar omdat taal een veel grotere rol speelt dan vaak wordt gedacht.

Vooral bij verhaalsommen en contextvragen wordt rekenen ineens een taalopgave.


Voorbeeld

Een kind rekent sommen vlot uit.

Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen — dat gaat prima.


Maar zodra er een verhaaltje bij komt:

“Hoeveel blijft er over?”

“Wat is het verschil tussen…?”

loopt het vast.

Niet door het rekenen, maar door de woorden.


Centrale vraag

Waarom lopen NT2-leerlingen vast bij rekenen, en hoe zit taal het rekeninzicht soms in de weg?

Hoofdstuk 1 - Rekenen is minder taalloos dan het lijkt

In het rekenonderwijs speelt taal een grote rol:

  • uitleg van strategieën
  • verhaalsommen
  • toetsvragen
  • reflectie op het antwoord

Woorden als:

  • meer dan
  • minder dan
  • verschil
  • ongeveer
  • samen, over, elk

bepalen wat er van een kind wordt gevraagd.


Hoofdstuk 2 - Verhaalsommen: dubbele belasting

Bij verhaalsommen moet een kind:

  • de tekst begrijpen
  • de relevante informatie selecteren
  • een rekenstrategie kiezen
  • het antwoord berekene
  • en dit soms ook nog verwoorden


Voor NT2-leerlingen betekent dit een dubbele belasting:

  • taal verwerken
  • én rekenen

Als de taal hapert, komt het rekenen niet eens aan bod.


Hoofdstuk 3 - Abstracte rekenwoorden als struikelblok

Veel rekenwoorden zijn abstract en contextafhankelijk.

Woorden als verschil of over:

  • hebben geen vast beeld
  • veranderen van betekenis per situatie
  • worden zelden expliciet uitgelegd

Voor NT2-leerlingen is het dan onduidelijk:

Wat moet ik hier nu eigenlijk doen?

Het inzicht kan er zijn, maar de ingang ontbreekt.


Hoofdstuk 4 - Inzicht wordt onderschat

Wat vaak gebeurt:

  • het antwoord is fout
  • de strategie wordt niet gezien
  • het kind scoort laag

Terwijl:

  • het kind wel degelijk logisch kan redeneren
  • de juiste rekenstappen kent
  • maar de vraag anders interpreteert

Dat wordt soms uitgelegd als een rekenprobleem,

terwijl het een taalinterpretatieprobleem is.


Hoofdstuk 5 - Toetsen versterken dit effect

Rekentoetsen:

  •  zijn sterk talig
  • bieden weinig visuele ondersteuning
  • laten geen ruimte om te laten zien hoe een kind denkt

Daardoor lijken NT2-leerlingen:

  • zwakker in rekenen
  • onzeker
  • traag

Terwijl het rekeninzicht vaak aanwezig is.


Hoofdstuk 6 - Wat helpt NT2-leerlingen bij rekenen?

Wat helpt:

  • verhaalsommen eerst samen ontleden
  • woorden koppelen aan beelden of handelingen
  • schema’s, tekeningen en materialen gebruiken
  • rekenwoorden expliciet uitleggen
  • kinderen laten aanwijzen wat ze bedoelen

Zo wordt rekenen weer een denktaak,

in plaats van een taalhindernis.


Tot slot

Wanneer NT2-leerlingen vastlopen bij rekenen,

is het belangrijk om niet meteen te denken aan een rekenprobleem.

Vaak zit het inzicht er al — maar staat taal in de weg.

Door taal en rekenen uit elkaar te trekken,

kunnen kinderen laten zien wat ze werkelijk begrijpen.