Neurodiversiteit versus stoornisdenken - Artikel kennisbank Ina Terra

Neurodiversiteit versus stoornisdenken

Inleiding

Veel ouders komen met neurodiversiteit in aanraking nadat hun kind een label krijgt — of juist dreigt te krijgen. ADHD, autisme, dyslexie. Dat roept vragen op: Wat betekent dit? Wat zegt het over mijn kind?

Het verschil tussen stoornis-denken en neurodiversiteit zit niet in de kinderen, maar in de manier van kijken.


Voorbeeld

Op school wordt gezegd dat je kind “afwijkt van de norm”. Er wordt gesproken over achterstanden, problemen of beperkingen. Jij ziet ondertussen een kind met talenten, gevoeligheid en een eigen manier van denken. Twee werkelijkheden botsen — en dat schuurt.


Centrale vraag

Wat is het verschil tussen stoornis-denken en neurodiversiteit, en waarom maakt dat zoveel uit voor kinderen?


Hoofdstuk 1 – Wat is stoornis-denken?

Stoornis-denken kijkt naar gedrag en ontwikkeling vanuit één norm. Alles wat daarvan afwijkt, wordt gezien als:

  • probleem
  • tekort
  • stoornis die gecorrigeerd moet worden

De focus ligt op wat niet goed gaat en wat “hersteld” moet worden.


Hoofdstuk 2 – Wat neurodiversiteit anders doet

Neurodiversiteit vertrekt vanuit een ander uitgangspunt:

  • verschillen in het brein zijn normaal
  • niet ieder kind past in hetzelfde systeem
  • vastlopen zegt iets over de omgeving

De vraag wordt niet wat is er mis?

maar wat heeft dit kind nodig?


Hoofdstuk 3 – Het effect op kinderen

Stoornis-denken kan bij kinderen leiden tot:

  • het gevoel niet goed genoeg te zijn
  • schaamte
  • faalangst
  • aanpassen ten koste van zichzelf

Neurodiversiteit daarentegen kan zorgen voor:

  • erkenning
  • begrip
  • zelfvertrouwen
  • ruimte om te groeien


Hoofdstuk 4 – Het effect op ouders

Ook voor ouders maakt dit verschil veel uit.

Stoornis-denken kan:

  • onzekerheid vergroten
  • het gevoel geven dat je kind “stuk” is
  • leiden tot eindeloze trajecten

Neurodiversiteit geeft ouders vaak juist rust, omdat het verklaart zonder te veroordelen.


Hoofdstuk 5 – Labels in perspectief

Neurodiversiteit zegt niet dat labels nooit helpend zijn. Het plaatst ze in context.

Een label kan:

  • richting geven
  • toegang bieden tot ondersteuning

Maar het is niet het kind. Het kind blijft altijd meer dan een beschrijving.


Tot slot

Stoornis-denken kijkt naar afwijking, neurodiversiteit naar variatie. Dat verschil bepaalt of een kind zichzelf als probleem gaat zien — of als iemand die anders werkt in een wereld die niet altijd meebeweegt.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.