Neurodiversiteit in de puberteit - Artikel kennisbank Ina Terra

Neurodiversiteit bij pubers

Inleiding

De puberteit is voor geen enkel kind eenvoudig. Voor neurodiverse jongeren kan deze fase extra intens zijn. Veranderingen in het lichaam, het brein en de sociale wereld vragen veel aanpassing — juist in een periode waarin prikkelverwerking, emotieregulatie en zelfbeeld al kwetsbaar zijn.

Neurodiversiteit helpt om pubergedrag te begrijpen zonder het weg te zetten als “lastig” of “onwillig”.


Voorbeeld

Je puber trekt zich steeds meer terug, raakt sneller boos of lijkt voortdurend moe. School kost enorm veel energie, terwijl er thuis weinig ruimte is om bij te komen. Gesprekken lopen vast en je vraagt je af of dit “erbij hoort” of dat er meer speelt.


Centrale vraag

Wat maakt de puberteit extra uitdagend voor neurodiverse jongeren, en hoe uit zich dat in gedag en emoties?


Hoofdstuk 1 – Een brein in verbouwing

Tijdens de puberteit verandert het brein ingrijpend. Bij neurodiverse pubers zie je vaak:

  • verhoogde prikkelgevoeligheid
  • moeite met plannen en overzicht
  • wisselende energie

Het systeem is volop in ontwikkeling en daardoor kwetsbaar.


Hoofdstuk 2 – Emoties en identiteit

Pubers zijn bezig met wie ze zijn en waar ze bij horen. Neurodiverse jongeren:

  • voelen emoties vaak intenser
  • twijfelen sneller aan zichzelf
  • vergelijken zich sterk met anderen

Dit kan leiden tot terugtrekken, boosheid of somberheid.


Hoofdstuk 3 – Schooldruk neemt toe

In het voortgezet onderwijs nemen eisen toe:

  • meer zelfstandigheid
  • hogere werkdruk
  • meer toetsen
  • minder structuur

Voor neurodiverse pubers kan dit snel tot overbelasting leiden.


Hoofdstuk 4 – Gedrag als overlevingsstrategie

Gedrag dat zorgelijk lijkt, kan ook een manier zijn om te overleven:

  • vermijden
  • afhaken
  • boos worden
  • alles perfect willen doen

Achter dit gedrag zit vaak uitputting.


Hoofdstuk 5 – Wat pubers nodig hebben

Neurodiverse pubers hebben baat bij:

  • begrip in plaats van strijd
  • voorspelbaarheid
  • realistische verwachtingen
  • ruimte om te herstellen
  • vertrouwen in wie ze zijn

Autonomie én steun zijn beide nodig.


Tot slot

De puberteit is een intensieve fase voor neurodiverse jongeren. Door gedrag en emoties te zien als signalen, ontstaat ruimte voor verbinding en ondersteuning. Dat helpt pubers om zichzelf niet kwijt te raken in een periode van grote verandering.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.