- Hoofdstuk 1 – Het zenuwstelsel van jonge kinderen
- Hoofdstuk 2 – Gedrag als communicatiemiddel
- Hoofdstuk 3 – Overgangen zijn extra belastend
- Hoofdstuk 4 – Snel overprikkeld, langzaam herstellen
- Hoofdstuk 5 – Wat jonge hooggevoelige kinderen nodig hebben
- Hoofdstuk 6 – De rol van ouders en opvoeders
- Hoofdstuk 7 – Gevoeligheid als basis voor vertrouwen

Hooggevoeligheid bij jonge kinderen (peuters en kleuters)
Inleiding
Bij jonge kinderen wordt hooggevoeligheid vaak nog niet herkend als zodanig. Peuters en kleuters laten hun gevoeligheid zien via gedrag: boosheid, terugtrekken, huilen of juist extreem aanhankelijk zijn.
Omdat jonge kinderen nog weinig woorden hebben voor wat ze voelen, spreekt hun lichaam. Hooggevoeligheid uit zich dan vooral als snelle overbelasting.
Voorbeeld
Na een ochtend op de opvang is Saar (3) ontroostbaar. Ze wil niet eten, niet praten en kruipt het liefst op schoot.
De dag was leuk, maar vol: andere kinderen, geluiden, activiteiten. Haar systeem zit vol. Niet omdat ze iets niet aankan, maar omdat ze alles intens beleeft.
Centrale vraag
Hoe herken je hooggevoeligheid bij jonge kinderen, en wat hebben peuters en kleuters nodig om zich veilig en in balans te voelen?
Hoofdstuk 1 – Het zenuwstelsel van jonge kinderen
Bij peuters en kleuters:
- is het zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling
- ontbreekt zelfregulatie
- worden prikkels ongefilterd verwerkt
Hooggevoeligheid maakt dit proces nog intenser.
Hoofdstuk 2 – Gedrag als communicatiemiddel
Jonge hooggevoelige kinderen laten spanning zien via:
- huilbuien
- drift
- terugtrekken
- lichamelijke nabijheid zoeken
Dit gedrag is geen ‘probleem’, maar een signaal.
Hoofdstuk 3 – Overgangen zijn extra belastend
Overgangen zoals:
- opstaan
- weggaan
- afscheid nemen
- naar bed gaan
vragen veel schakelen. Voor hooggevoelige jonge kinderen kan dit snel te veel zijn.
Hoofdstuk 4 – Snel overprikkeld, langzaam herstellen
Hooggevoelige jonge kinderen:
- raken sneller vol
- hebben meer hersteltijd nodig
- kunnen prikkels nog niet zelf verwerken
Rust en nabijheid zijn daarom essentieel.
Hoofdstuk 5 – Wat jonge hooggevoelige kinderen nodig hebben
Helpende factoren zijn:
- voorspelbaarheid
- vaste routines
- nabijheid
- rustige overgangen
- ruimte om te ontladen
Niet strenger, maar veiliger.
Hoofdstuk 6 – De rol van ouders en opvoeders
Wat helpt:
- gedrag niet persoonlijk nemen
- emoties benoemen
- nabij blijven bij ontlading
- het tempo verlagen
Zo leert het kind dat spanning gedragen kan worden.
Hoofdstuk 7 – Gevoeligheid als basis voor vertrouwen
Wanneer jonge hooggevoelige kinderen:
- zich gezien voelen
- niet overvraagd worden
- mogen herstellen
ontstaat een veilige basis voor verdere ontwikkeling.
Tot slot
Hooggevoeligheid bij jonge kinderen vraagt om kijken met zachte ogen. Door gedrag te zien als communicatie en veiligheid centraal te stellen, help je peuters en kleuters om hun gevoeligheid te dragen — zonder dat het hen overspoelt.
Meer verdieping?
In de mini-cursus Hooggevoeligheid lees je hoe hooggevoeligheid werkt en wat helpt om je kind beter te begrijpen en ondersteunen in het dagelijks leven.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
