- Hoofdstuk 1 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op ADHD
- Hoofdstuk 2 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op autisme (ASS)
- Hoofdstuk 3 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op dyslexie of leerproblemen
- Hoofdstuk 4 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op ODD of gedragsproblemen
- Hoofdstuk 5 – Hoe voorkom je misdiagnoses? Wat helpt?

Misdiagnoses bij hoogbegaafdheid – Wanneer gedrag op ADHD, ASS of dyslexie lijkt, maar iets anders betekent
Inleiding
Hoogbegaafdheid wordt regelmatig verkeerd geïnterpreteerd.
Omdat hoogbegaafde kinderen intens, gevoelig, snel denkend en soms afwijkend gedrag laten zien, worden zij opvallend vaak onderzocht op ADHD, autisme, ODD of leerstoornissen.
Soms klopt de diagnose.
Maar vaak is er geen stoornis, maar een misinterpretatie van gedrag dat hoort bij hun unieke ontwikkeling.
Een misdiagnose kan leiden tot verkeerde begeleiding, onnodige zorgtrajecten en een beschadigd zelfbeeld.
Daarom is het cruciaal om te begrijpen hoe hoogbegaafdheid eruit kan zien – en hoe sterk dat soms lijkt op iets anders.
Voorbeeld uit de praktijk
Een meisje van negen wordt verwezen voor ADHD omdat ze dromerig, traag en chaotisch lijkt.
Tijdens onderzoek blijkt dat ze een uitzonderlijk hoog IQ heeft.
Ze dagdroomt niet uit onvermogen, maar omdat de instructie haar niveau ver onder zich laat — ze zoomt uit omdat haar brein niets te doen krijgt.
Op school: “aandachtsprobleem.”
In werkelijkheid: onder-prikkeling en mismatch.
Centrale vraag
Welke gedragingen van hoogbegaafde kinderen lijken op stoornissen, en hoe onderscheid je misdiagnoses van daadwerkelijk bijkomende kenmerken?
Hoofdstuk 1 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op ADHD
Veel hoogbegaafde kinderen:
- zijn snel afgeleid
- hebben moeite met concentreren op saaie taken
- wiebelen, praten veel of stellen eindeloze vragen
- beginnen niet aan opdrachten zonder logica
- lijken druk of impulsief
Dit wordt vaak gezien als ADHD.
Maar bij hoogbegaafdheid gaat het meestal om:
- verveling
- cognitief onder-aanbod
- behoefte aan autonomie
- mentale overprikkeling
- snelle denkprocessen
Een belangrijk onderscheid:
Deze kinderen kunnen zich wél extreem lang concentreren wanneer iets hen boeit.
Hoofdstuk 2 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op autisme (ASS)
Hoogbegaafde kinderen kunnen:
- letterlijk denken
- gevoelig zijn voor prikkels
- moeite hebben met sociale aansluiting
- intens focussen op interesses
- moeite hebben met veranderen van plannen
Dat lijkt soms op ASS.
Maar bij hoogbegaafdheid is er geen sprake van:
- fundamentele beperkingen in sociale wederkerigheid
- moeite met non-verbale communicatie
- beperkt vermogen om perspectief te nemen
- star gedrag dat voortkomt uit angst, niet uit structuurbehoefte
Hoogbegaafde kinderen missen vaak inhoudelijke aansluiting, geen sociale vaardigheid.
Hoofdstuk 3 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op dyslexie of leerproblemen
Hoogbegaafde kinderen kunnen onverwacht worstelen met:
- spelling
- automatiseren
- netjes schrijven
- lezen op tempo
Dit wordt soms verward met dyslexie of dyspraxie.
Mogelijke echte oorzaken:
- verveling → slordig werken
- te snelle denkstappen → overslaan van details
- perfectionisme → blokkeren bij oefenopgaven
- minder geoefend in basisvaardigheden door compacten in het hoofd
- discrepantie tussen denken en doen
Soms is er wél sprake van dubbele bijzonderheid (hoogbegaafd én dyslexie).
Maar niet elk haperend schoolresultaat betekent een stoornis.
Hoofdstuk 4 – Wanneer hoogbegaafdheid lijkt op ODD of gedragsproblemen
Hoogbegaafde kinderen worden soms gezien als:
- tegendraads
- koppig
- brutaal
- argumentatief
- moeilijk stuurbaar
Maar dit gedrag ontstaat vaak door:
- gebrek aan logica in regels (“Waarom moet dit zo?”)
- behoefte aan autonomie
- mismatch in niveau
- rechtvaardigheidsgevoel
- onderprikkeling
- miscommunicatie door volwassen taalgebruik
Dit is geen ODD — het is een kind dat serieus genomen wil worden in zijn denken.
Hoofdstuk 5 – Hoe voorkom je misdiagnoses? Wat helpt?
Kijk altijd eerst naar niveau & onderwijsbehoefte.
Is het gedrag er ook wanneer het kind wél genoeg uitdaging krijgt?
Beoordeel gedrag in meerdere omgevingen.
Hoogbegaafde kinderen functioneren thuis vaak totaal anders dan op school.
Vraag door naar motivatie en betekenis.
Wat triggert het gedrag? Verveling? Onzekerheid? Onlogica?
Werk met iemand die hoogbegaafdheid begrijpt.
Veel misdiagnoses komen voort uit gebrek aan specialistische kennis.
Onderzoek dubbel bijzonderheid zorgvuldig.
Soms is er sprake van én-én. Maar alleen wanneer alle andere oorzaken zijn uitgesloten.
Zie het kind als geheel.
Niet alleen cognitief, niet alleen gedrag — maar het hele ontwikkelingsprofiel.
Misdiagnoses zijn te voorkomen wanneer we gedrag niet meteen labelen, maar eerst begrijpen.
Mini-cursus hoogbegaafdheid
Wil je verder lezen of meer verdieping? In de mini-cursus hoogbegaafdheid worden meerdere aspecten uitgelegd die je ziet bij hoogbegaafde kinderen. Hoe ervaren zij de wereld? Hoe voelen zij en waarom is de wereld zo'n uitdaging. Praktisch en herkenbaar.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
