Zintuigen en sensorische verwerking - Artikel kennisbank Ina Terra

Zintuigen en sensorische verwerking: hoe het lichaam het brein laat leren

Inleiding

Leren begint niet in het hoofd, maar in het lichaam. Alles wat een kind leert, komt eerst binnen via de zintuigen. Pas daarna kan het brein informatie verwerken, betekenis geven en opslaan. Wanneer deze eerste stap te veel vraagt of niet goed wordt gefilterd, raakt het hele leersysteem verstoord.

Begrijpen hoe sensorische verwerking werkt, verklaart waarom sommige kinderen pas leren als ze bewegen, friemelen of juist stilte nodig hebben — en waarom overprikkeling leren kan blokkeren.


Centrale vraag

Hoe werken zintuigen en sensorische verwerking samen met het brein, en waarom zijn zij zo bepalend voor leren en gedrag?


Hoofdstuk 1 – Leren start bij zintuiglijke input

Elke leerervaring begint met zintuiglijke informatie:

  • zien
  • horen
  • voelen
  • bewegen
  • evenwicht
  • lichaamsgevoel

Deze input wordt eerst verwerkt voordat er sprake kan zijn van begrip. Als er te veel tegelijk binnenkomt, raakt het systeem verzadigd nog vóór het denken begint.


Hoofdstuk 2 – Sensorische verwerking is filteren

Sensorische verwerking betekent:

  • prikkels selecteren
  • irrelevante informatie dempen
  • relevante informatie doorlaten

Bij kinderen die moeite hebben met dit filter:

  • komt meer informatie tegelijk binnen
  • kost het verwerken meer energie
  • raakt het brein sneller overbelast

Dat zie je terug in vermoeidheid, onrust of terugtrekgedrag.


Hoofdstuk 3 – De rol van de sensorische schors

In de hersenschors liggen gebieden die:

  • zintuiglijke signalen ontvangen
  • deze ordenen en combineren
  • koppelen aan eerdere ervaringen

Wanneer deze gebieden overbelast raken:

  • wordt informatie minder nauwkeurig verwerkt
  • ontstaan fouten
  • neemt de behoefte aan herhaling toe

Dit is geen gebrek aan inzet, maar een verwerkingsvraagstuk.


Hoofdstuk 4 – Beweging als regulator van het brein

Bewegen is geen afleiding, maar een regulatiestrategie.

Beweging:

  • helpt prikkels verwerken
  • ondersteunt aandacht
  • verlaagt stress
  • activeert verbindingen tussen hersengebieden

Daarom leren veel kinderen beter wanneer ze:

  • mogen wiebelen
  • iets in handen hebben
  • tussendoor bewegen

Stilzitten vraagt juist extra energie van het brein.


Hoofdstuk 5 – Wanneer prikkels leren blokkeren

Bij overprikkeling:

  • raakt het stresssysteem geactiveerd
  • wordt de hersenschors afgeremd
  • verdwijnt overzicht en concentratie

Het kind kan dan:

  • dichtklappen
  • boos worden
  • afhaken
  • of ‘niets meer opnemen’

Dit is een neurologische reactie, geen gedragskeuze.


Hoofdstuk 6 – Verschillen tussen kinderen

Kinderen verschillen in:

  • prikkelgevoeligheid
  • verwerkingssnelheid
  • behoefte aan beweging of rust

Wat voor het ene kind helpt, kan voor het andere juist extra belasting zijn. Afstemming is daarom belangrijker dan één aanpak voor iedereen.


Hoofdstuk 7 – Sensorische verwerking en school

In een schoolomgeving zijn veel prikkels tegelijk aanwezig:

  • geluid
  • visuele drukte
  • sociale interactie
  • tijdsdruk

Voor sommige kinderen is leren daardoor niet zozeer moeilijk, maar neurologisch vermoeiend.


Hoofdstuk 8 – Wat helpt het lerende brein

Neurologisch ondersteunend is:

  • prikkels doseren
  • beweging toestaan
  • rustmomenten inbouwen
  • visuele ondersteuning gebruiken
  • het tempo aanpassen

Wanneer het lichaam mee mag doen, krijgt het brein ruimte om te leren.


Tot slot

Zintuigen vormen de ingang van het leerproces. Wanneer die ingang te smal of te druk is, komt informatie niet goed binnen. Door sensorische verwerking serieus te nemen, begrijp je waarom leren soms stokt — en hoe je het brein kunt helpen om weer ontvankelijk te worden.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.