Wat je beter níét zegt tegen een kind met faalangst
Inleiding
Ouders zeggen meestal precies wat ze zeggen vanuit zorg, liefde en betrokkenheid. Juist daarom kan het confronterend zijn om te ontdekken dat sommige goedbedoelde uitspraken faalangst onbedoeld versterken.
Niet omdat ouders het verkeerd doen — maar omdat angst een andere taal spreekt dan logica.
Voorbeeld
Tijdens het huiswerk zegt vader tegen Milan (9):
“Je kunt dit toch? Je hebt het gisteren nog geoefend.”
Milan klapt dicht, wordt boos en gooit zijn potlood weg.
Wat bedoeld was als aanmoediging, voelt voor Milan als extra druk.
Centrale vraag
Welke uitspraken versterken faalangst onbedoeld, en waarom werken ze juist bij gespannen kinderen averechts?
Hoofdstuk 1 – “Je kunt dit”
Voor een kind in rust is dit een helpende zin.
Voor een kind in faalangst kan het betekenen:
- “Ik móét dit kunnen”
- “Er is iets mis met mij als het niet lukt”
De kloof tussen verwachting en gevoel wordt groter.
Hoofdstuk 2 – “Doe rustig”
Deze uitspraak suggereert dat een kind controle heeft over zijn spanning.
Bij faalangst voelt dat niet zo. Het lichaam staat al in stressstand.
“Doe rustig” kan dan overkomen als: “Wat jij voelt klopt niet.”
Hoofdstuk 3 – “Het valt wel mee”
Bagatelliseren is vaak bedoeld om te helpen relativeren.
Voor een angstig kind voelt het eerder als:
- niet gezien worden
- niet serieus genomen worden
- alleen staan met spanning
Dat vergroot juist de onveiligheid.
Hoofdstuk 4 – “Je moet het gewoon proberen”
Proberen vraagt ruimte en veiligheid.
Bij faalangst voelt “gewoon proberen” als:
- risico nemen
- jezelf blootstellen
- kans op falen vergroten
Het woord gewoon maakt de spanning vaak groter.
Hoofdstuk 5 – “Anderen kunnen dit ook”
Vergelijken — zelfs subtiel — kan faalangst verdiepen.
Het kind hoort:
- “Ik loop achter”
- “Ik ben minder”
Vergelijking vergroot schaamte en druk.
Hoofdstuk 6 – “Je weet dit”
Deze zin benadrukt het verschil tussen:
- wat een kind kan in rust
- wat het laat zien onder stress
Dat contrast kan juist extra blokkeren en twijfel oproepen.
Hoofdstuk 7 – Waarom deze uitspraken zo hard aankomen
Bij faalangst:
- staat het stresssysteem aan
- is zelfkritiek vaak al aanwezig
- voelt falen groot en bedreigend
Woorden die logisch zijn voor volwassenen, kunnen voor kinderen voelen als bewijs dat ze tekortschieten.
Tot slot
Het gaat er niet om dat je als ouder nooit meer “iets verkeerds” zegt. Het gaat erom dat je begrijpt waarom bepaalde woorden niet landen bij angst. Door spanning eerst serieus te nemen, ontstaat ruimte voor andere woorden — woorden die werkelijk steunend zijn.
Wil je meer weten?
In de mini-cursus faalangst leer je waar faalangst vandaan komt, hoe het zich uit bij kinderen en hoe je je kind kunt helpen om weer vertrouwen te voelen in zichzelf.
Met herkenbare voorbeelden en praktische stappen voor thuis.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.