- Hoofdstuk 1 – Wat het betekent om uit het lijf te zijn
- Hoofdstuk 2 – Waarom het lijf veiligheid nodig heeft
- Hoofdstuk 3 – Weer in het lijf komen is geen ontspanningstechniek
- Hoofdstuk 4 – Kleine, concrete ingangen
- Hoofdstuk 5 – De rol van de volwassene
- Hoofdstuk 6 – Wanneer woorden weer kunnen
- Hoofdstuk 7 – Van spanning naar vertrouwen
Hoe je een kind helpt weer in het lijf te komen
Inleiding
Wanneer een kind vastloopt door faalangst, zit het vaak vooral in het hoofd — of lijkt dat zo. In werkelijkheid is het kind juist het contact met het lichaam kwijt.
Spanning trekt het kind omhoog: in gedachten, in controle, in alertheid. Weer in het lijf komen betekent niet ontspannen of oplossen, maar landen. Terug naar voelen wat er nu is, zonder dat het gevaarlijk wordt.
Voorbeeld
Na een mislukte taak zit Tijn (8) wiebelend op zijn stoel. Hij praat snel, wil opnieuw beginnen en raakt steeds bozer.
Zijn vader zegt niets, maar vraagt hem even zijn voeten op de grond te zetten en samen naar buiten te kijken.
Na een paar minuten zakt Tijns ademhaling. Hij zegt: “Het is iets rustiger.”
Niet opgelost — wel weer aanwezig.
Centrale vraag
Wat betekent 'weer in het lijf komen', en hoe help je een kind om uit spanning en blokkade terug zakken in contact met zichzelf?
Hoofdstuk 1 – Wat het betekent om uit het lijf te zijn
Bij faalangst raken kinderen vaak:
- in hun hoofd
- in controle
- in alertheid
Het lichaam wordt genegeerd of overspoeld. Contact verdwijnt.
Hoofdstuk 2 – Waarom het lijf veiligheid nodig heeft
Het lichaam voelt eerst:
- spanning
- dreiging
- onveiligheid
Pas als het lichaam veiligheid ervaart, kan het denken weer meedoen.
Hoofdstuk 3 – Weer in het lijf komen is geen ontspanningstechniek
Het gaat niet om:
- rustig worden
- ‘je beter voelen’
- spanning wegmaken
Het gaat om aanwezig zijn bij wat er is — zonder overspoeling.
Hoofdstuk 4 – Kleine, concrete ingangen
Helpende ingangen zijn:
- voeten voelen op de grond
- iets vastpakken
- bewegen zonder doel
- vertragen in contact
- kijken naar iets concreets
Dit zijn ankers, geen oplossingen.
Hoofdstuk 5 – De rol van de volwassene
Een kind komt niet alleen terug in het lijf.
Wat helpt:
- jouw rust
- jouw tempo
- jouw nabijheid
- niet sturen, wel volgen
Regulatie gebeurt samen.
Hoofdstuk 6 – Wanneer woorden weer kunnen
Pas als het lichaam:
- zakt
- vertraagt
- zich veiliger voelt
ontstaat ruimte voor praten, reflecteren en leren.
Hoofdstuk 7 – Van spanning naar vertrouwen
Wanneer een kind vaker:
- mag landen
- niet hoeft te presteren
- zichzelf mag voelen
neemt faalangst langzaam af. Niet omdat het ‘weg’ is, maar omdat het niet meer alles overneemt.
Tot slot
Een kind helpen weer in het lijf te komen is geen snelle interventie, maar een houding. Door eerst veiligheid te bieden op lichamelijk niveau, help je het kind om spanning te dragen — en leren weer toe te laten, stap voor stap.
Wil je meer weten?
In de mini-cursus faalangst leer je waar faalangst vandaan komt, hoe het zich uit bij kinderen en hoe je je kind kunt helpen om weer vertrouwen te voelen in zichzelf.
Met herkenbare voorbeelden en praktische stappen voor thuis.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.