- Hoofdstuk 1 – Wat geruststellen veronderstelt
- Hoofdstuk 2 – Wat er in het lichaam gebeurt bij faalangst
- Hoofdstuk 3 – Waarom woorden dan niet landen
- Hoofdstuk 4 – Hoe geruststellen onbedoeld druk kan verhogen
- Hoofdstuk 5 – Wat een kind op dat moment eigenlijk nodig heeft
- Hoofdstuk 6 – Het verschil tussen erkennen en overtuigen
- Hoofdstuk 7 – Wanneer geruststelling wél helpend wordt
Waarom geruststellen soms averechts werkt bij faalangst
Inleiding
Wanneer een kind gespannen is, is geruststellen vaak het eerste wat we doen. “Het komt goed.” “Je kunt dit.” “Je hoeft niet bang te zijn.”
Dat is logisch en liefdevol. Toch merken veel ouders dat hun woorden weinig effect hebben — of de spanning zelfs groter lijkt te worden. Dat voelt verwarrend en machteloos.
Voorbeeld
Vlak voor een toets zegt moeder tegen Julia (10):
“Je hebt goed geoefend, je kunt dit echt.”
Julia barst in tranen uit en roept: “Nee, dat kan ik niet!”
Hoe harder haar moeder probeert gerust te stellen, hoe meer Julia vastloopt.
Het probleem zit niet in de intentie, maar in het moment waarop geruststelling wordt gegeven.
Centrale vraag
Waarom werkt geruststellen bij faalangst soms averechts, en wat heeft een kind op zo'n moment wél nodig?
Hoofdstuk 1 – Wat geruststellen veronderstelt
Geruststellende woorden zijn gebaseerd op logica en redenering. Ze gaan ervan uit dat een kind:
- kan nadenken
- kan relativeren
- openstaat voor uitleg
Maar bij faalangst is dat vaak niet het geval.
Hoofdstuk 2 – Wat er in het lichaam gebeurt bij faalangst
Bij faalangst staat het lichaam in stressstand.
Het zenuwstelsel is gericht op gevaar, niet op nuance. Het brein stelt niet de vraag “Klopt dit?”, maar “Ben ik veilig?”
Zolang die vraag onbeantwoord blijft, komt geruststelling niet binnen.
Hoofdstuk 3 – Waarom woorden dan niet landen
In een stressreactie:
- is het denkende brein minder actief
- komt taal vertraagd of vervormd binnen
- voelt geruststelling onrealistisch
Uitspraken als “Je kunt dit” botsen met wat een kind vanbinnen voelt.
Hoofdstuk 4 – Hoe geruststellen onbedoeld druk kan verhogen
Goedbedoelde woorden kunnen onbedoeld betekenen:
- “Je móét dit kunnen”
- “Je mag niet falen”
- “Je stelt me teleur als het niet lukt”
Voor een gevoelig kind kan dat de spanning juist vergroten.
Hoofdstuk 5 – Wat een kind op dat moment eigenlijk nodig heeft
Wat helpt vóór geruststelling:
- erkenning van spanning
- vertragen
- nabijheid zonder oplossen
- veiligheid voelen in het contact
Eerst reguleren, dan pas redeneren.
Hoofdstuk 6 – Het verschil tussen erkennen en overtuigen
Erkennen klinkt als:
- “Ik zie dat je het spannend vindt.”
- “Dit voelt groot voor je.”
Overtuigen klinkt als:
- “Het valt wel mee.”
- “Je hoeft niet bang te zijn.”
Erkennen opent, overtuigen sluit vaak af.
Hoofdstuk 7 – Wanneer geruststelling wél helpend wordt
Pas als de spanning zakt:
- komt het brein weer online
- ontstaat er ruimte voor woorden
- kan geruststelling echt landen
Timing is hier alles.
Tot slot
Geruststellen is geen fout — maar het is niet altijd het juiste eerste antwoord. Bij faalangst heeft een kind eerst veiligheid nodig, geen argumenten. Als die veiligheid er is, volgt vertrouwen vaak vanzelf.
Wil je meer weten?
In de mini-cursus faalangst leer je waar faalangst vandaan komt, hoe het zich uit bij kinderen en hoe je je kind kunt helpen om weer vertrouwen te voelen in zichzelf.
Met herkenbare voorbeelden en praktische stappen voor thuis.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.