- Hoofdstuk 1 – Wat verstaan we onder vermijding?
- Hoofdstuk 2 – Faalangst als onderliggende motor
- Hoofdstuk 3 – Wanneer vermijding géén faalangst is
- Hoofdstuk 4 – Het verschil zit in de spanning
- Hoofdstuk 5 – Hoe gedrag eruit kan zien bij faalangst
- Hoofdstuk 6 – Waarom de juiste interpretatie zo belangrijk is
- Hoofdstuk 7 – Wat kun je als ouder observeren?
Faalangst of vermijding? Het subtiele verschil bij kinderen
Inleiding
Sommige kinderen stellen taken uit, beginnen niet of haken snel af. Dat gedrag wordt vaak gezien als luiheid, onwil of gebrek aan motivatie. Maar achter dat gedrag kan iets heel anders schuilgaan.
Niet elk vermijdend gedrag komt voort uit faalangst — en niet elke faalangst ziet eruit als angst.
Voorbeeld
Ties (9) begint steeds later aan zijn huiswerk. Hij rommelt wat, wordt boos en zegt dat hij geen zin heeft.
Zijn zusje Emma (8) begint wel, maar raakt bij het minste foutje in paniek en wil stoppen.
Beide kinderen lopen vast — maar om een andere reden.
Centrale vraag
Wanneer is gedrag een teken van faalangst, en wanneer gaat het om vermijding met een andere oorzaak?
Hoofdstuk 1 – Wat verstaan we onder vermijding?
Vermijding is gedrag dat erop gericht is om:
- spanning
- onzekerheid
- frustratie
- ongemak
niet te hoeven voelen. Het kind ontwijkt de taak, niet omdat het niet wil leren, maar omdat het iets wil vermijden wat het als bedreigend ervaart.
Hoofdstuk 2 – Faalangst als onderliggende motor
Bij faalangst is vermijding vaak een beschermingsmechanisme.
Het kind denkt (bewust of onbewust):
- “Als ik niet begin, kan ik ook niet falen.”
- “Als ik het uitstel, hoef ik het gevoel niet te voelen.”
De angst zit onder het gedrag verstopt.
Hoofdstuk 3 – Wanneer vermijding géén faalangst is
Niet elke vermijding komt door angst. Vermijding kan ook ontstaan door:
- overvraging
- vermoeidheid
- onbegrip van de taak
- concentratieproblemen
- gebrek aan motivatie of aansluiting
In dat geval is het stresssysteem niet primair actief, maar is er een praktisch knelpunt.
Hoofdstuk 4 – Het verschil zit in de spanning
Een belangrijk onderscheid:
- Bij faalangst: hoge innerlijke spanning, veel zelfkritiek
- Bij andere vermijding: weinig spanning, soms zelfs onverschilligheid
Let niet alleen op gedrag, maar vooral op wat je kind voelt.
Hoofdstuk 5 – Hoe gedrag eruit kan zien bij faalangst
Vermijding door faalangst uit zich vaak als:
- uitstelgedrag
- perfectionisme
- boosheid of tranen
- “ik kan dit niet”-uitspraken
- plots lichamelijke klachten
Het gedrag lijkt soms op tegenwerking, maar is bescherming.
Hoofdstuk 6 – Waarom de juiste interpretatie zo belangrijk is
Als faalangst wordt gezien als onwil:
- neemt de druk toe
- voelt het kind zich onbegrepen
- verdiept de angst
Als praktische vermijding wordt gezien als angst:
- krijgt een kind te weinig structuur
- blijven vaardigheden onderontwikkeld
De aanpak moet kloppen bij de oorzaak.
Hoofdstuk 7 – Wat kun je als ouder observeren?
Vraag jezelf af:
- is mijn kind gespannen of leeg?
- wil het wel, maar durft het niet?
- wordt spanning groter naarmate het moment nadert?
Je hoeft het niet meteen te weten — nieuwsgierig kijken is vaak genoeg.
Tot slot
Vermijdend gedrag is altijd een signaal, maar niet altijd hetzelfde signaal. Door het verschil tussen faalangst en andere vormen van vermijding te herkennen, kun je gerichter ondersteunen — zonder onnodige strijd.
Wil je meer weten?
In de mini-cursus faalangst leer je waar faalangst vandaan komt, hoe het zich uit bij kinderen en hoe je je kind kunt helpen om weer vertrouwen te voelen in zichzelf.
Met herkenbare voorbeelden en praktische stappen voor thuis.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.