
Faalangst bij hoogsensitieve en hoogbegaafde kinderen
Inleiding
Hoogsensitieve (HSP) en hoogbegaafde (HB) kinderen hebben een groot denkvermogen, een rijke binnenwereld en een scherp gevoelsleven. Ze leren snel, verbanden leggen vanzelf en ze zijn opmerkzaam, creatief en intuïtief.
Maar precies deze eigenschappen maken hen kwetsbaarder voor faalangst.
Ze voelen verwachtingen sterker, denken dieper na over fouten, analyseren sociale signalen scherp en stellen hoge eisen aan zichzelf.
Het is geen gebrek aan kunnen. Het is juist hun gevoeligheid en intelligentie die de angst versterken.
Voorbeeld uit de praktijk
Een hoogbegaafde jongen van tien krijgt een opdracht die hij eigenlijk aankan.
Hij kijkt ernaar, zucht, schuift zijn stoel naar achteren en zegt:
"Als ik het fout doe, ben ik niet slim meer."
Ondanks dat hij de opdracht begrijpt, blokkeert hij.
Zijn zelfbeeld hangt samen met presteren.
Eén fout voelt als totale mislukking.
Hoogsensitieve kinderen laten een vergelijkbare reactie zien, maar vanuit emotionele intensiteit:
"Straks vindt de juf me stom."
De bron is anders — het effect hetzelfde.
Centrale vraag
Waarom komt faalangst zo vaak voor bij HSP- en HB-kinderen, en wat hebben zij nodig om deze angst te overwinnen?
Hoofdstuk 1 – Diep denken = diep piekeren
Waar andere kinderen een fout achter zich laten, blijven HSP- en HB-kinderen erover nadenken.
Ze analyseren:
- wat misging
- waarom het misging
- wat anderen ervan vinden
- wat dit betekent voor de toekomst
Hun denkvermogen is een kracht, maar wordt bij angst een valkuil.
Hoofdstuk 2 – Perfectionisme en hoge latten
Hoogbegaafde kinderen stellen extreme eisen aan zichzelf:
- “Alles moet in één keer goed.”
- “Als ik niet de beste ben, is het mislukt.”
- “Ik kan dit niet fout doen.”
Hoogsensitieve kinderen verlangen vooral:
- goedkeuring
- harmonie
- niemand teleurstellen
Beide groepen gebruiken perfectionisme als bescherming.
Hoofdstuk 3 – Gevoeligheid voor beoordeling
HSP-kinderen voelen nuances in toon, lichaamstaal en sfeer onmiddellijk.
HB-kinderen begrijpen impliciete verwachtingen vroegtijdig.
Dat maakt dat ze:
- sneller druk ervaren
- bang zijn voor teleurstelling
- kritiek persoonlijk nemen
- moeite hebben met zichtbaarheid
Hun zenuwstelsel registreert alles.
Hoofdstuk 4 – Asynchroniciteit en onbegrip uit de omgeving
Veel HB-kinderen denken snel, maar hebben nog niet even snelle executieve functies of emotionele vaardigheden.
Veel HSP-kinderen voelen diep, maar missen nog woorden of regulatievaardigheden.
Dit leidt tot:
- onderpresteren
- frustratie
- angst om fouten te maken
- het gevoel anders te zijn
Wanneer kinderen niet begrepen worden, groeit de angst.
Hoofdstuk 5 – Wat helpt HSP- en HB-kinderen bij faalangst?
1. Een veilige relatie waarin fouten oké zijn
Zonder veiligheid geen groei.
2. Normale latten en realistische verwachtingen
Leer dat “goed genoeg” voldoende is.
3. De nadruk op proces in plaats van resultaat
Wat heb je gedaan? Hoe heb je het aangepakt?
4. Emotieregulatie vóór cognitieve vaardigheden
Een rustig zenuwstelsel denkt beter.
5. Heldere, rustige instructie zonder druk
Geen haast → meer denkruimte.
6. Kleine stappen om succeservaringen op te bouwen
Zelfvertrouwen groeit door te doen, niet door te denken.
7. Psycho-educatie over hun eigen brein
Leg uit hoe angst werkt, hoe hun gevoeligheid werkt, hoe hun denken werkt.
Kennis geeft controle.
Meer weten?
Ziet je kind op tegen fouten maken of nieuwe dingen proberen?
In de mini-cursus Faalangst leer je waar faalangst vandaan komt, hoe het zich uit bij kinderen en hoe je je kind kunt helpen om weer vertrouwen te voelen in zichzelf.
Met herkenbare voorbeelden en praktische stappen voor thuis.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
