
Dyslexie in de klas – Wat werkt wel en wat werkt niet?
Inleiding
Kinderen met dyslexie kunnen prima leren, maar hebben een andere aanpak nodig dan hun klasgenoten. Lezen, spelling en taalverwerking vragen bij hen meer tijd, energie en ondersteuning. De juiste begeleiding in de klas voorkomt frustratie, vergroot succeservaringen en beschermt het zelfvertrouwen.
Effectieve ondersteuning richt zich op duidelijke instructie, tempo-aanpassingen, visuele hulp en een veilige leeromgeving.
Voorbeeld uit de praktijk
Een meisje van negen krijgt een lange leestekst tijdens een wereldoriëntatie les. Ze start vol goede moed, maar na enkele regels raakt ze achter, begrijpt ze de inhoud niet meer en voelt ze stress. Niet omdat zij het onderwerp niet snapt, maar omdat het lezen zelf zoveel energie kost.
Wanneer de juf haar de tekst laat beluisteren via audio, kan ze wél actief meedoen aan de les en vragen beantwoorden. Het verschil zit niet in kennis, maar in toegang tot informatie.
Centrale vraag
Welke aanpak werkt voor kinderen met dyslexie in de klas, en welke manieren van lesgeven maken het juist moeilijker?
Hoofdstuk 1 – Duidelijke, gestructureerde instructie
Goede instructie helpt het kind om overzicht te houden en verbanden te leggen.
Effectief is:
- stappen uitleggen in logische volgorde
- hardop voordoen
- visuele ondersteuning geven
- herhaling bieden
- de belangrijkste informatie markeren
Korte, gerichte uitleg werkt beter dan lange, doorlopende instructies.
Hoofdstuk 2 – Ruimte voor een lager leestempo
Tempo is een van de grootste uitdagingen bij dyslexie. Het kind profiteert van:
- extra tijd bij toetsen en opdrachten
- vooraf teksten bekijken om spanning te verminderen
- kleinere leesstukken
- vermijden van “tempo-oefeningen” die frustreren
Een lager tempo betekent niet minder intelligentie — het betekent dat het brein anders verwerkt.
Hoofdstuk 3 – Gebruik van ondersteunende hulpmiddelen
Hulpmiddelen vergroten de toegang tot informatie.
Effectief zijn onder andere:
- voorleesfuncties (audio)
- letterkaarten
- kleuren en pictogrammen
- mindmaps
- vergrote of vereenvoudigde teksten
- software voor spellingondersteuning
Deze hulpmiddelen zijn geen voordeel; ze creëren een gelijk speelveld.
Hoofdstuk 4 – Aanpak voor spelling die werkt
Spelling vraagt om veel herhaling en duidelijke opbouw. Wat helpt:
- auditief oefenen (hardop hakken, plakken en zeggen)
- regels visueel aanbieden
- woorden verdelen in stukjes
- ritme gebruiken bij klankstructuren
- veel oefenkansen in kleine hoeveelheden
Kinderen met dyslexie profiteren van materialen die structureren en herhalen.
Hoofdstuk 5 – Alternatieven voor lezen in de groep
Voorlezen in grote groepen kan stressvol zijn. Helpend zijn:
- vrijwillig laten kiezen of een kind wil voorlezen
- korte stukjes laten lezen
- duo-lezen met een klasgenoot
- voorlezen overslaan bij spanning
Het doel is niet voorleeskracht, maar leerplezier behouden.
Hoofdstuk 6 – Wat werkt niet in de klas
Sommige aanpakken vergroten de problemen. Vermijd:
- nadruk op tempo of competitie
- kinderen laten “doorlezen” terwijl het te moeilijk is
- kritiek op spellingfouten zonder uitleg
- opdrachten geven met veel tekst zonder ondersteuning
- kinderen vergelijken met klasgenoten
Deze strategieën versterken faalangst en ondermijnen motivatie.
Meer weten?
Loopt lezen of spellen steeds vast, ondanks oefenen?
In de mini-cursus Dyslexie krijg je inzicht in wat dyslexie wél en niet is, hoe het brein van je kind werkt en hoe je thuis kunt ondersteunen zonder strijd.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
