
Dyslexie en zelfbeeld – Waarom kinderen zich dom kunnen voelen
Inleiding
Dyslexie raakt meer dan lezen en spelling. Het raakt het zelfvertrouwen. Een kind ziet dat klasgenoten sneller lezen, hogere scores halen of minder moeite hoeven te doen. Ondanks hun intelligentie en inzet krijgen kinderen met dyslexie vaak het gevoel dat zij “achterlopen”, “langzamer zijn” of “iets niet kunnen”.
Het probleem zit nooit in hun capaciteiten, maar in een taaksysteem dat niet op hun manier van verwerken is gebouwd.
Voorbeeld uit de praktijk
Een jongen van tien werkt hard aan zijn leesopdracht, maar raakt gefrustreerd wanneer hij opnieuw dezelfde fouten maakt. Hij zegt: “Iedereen snapt het behalve ik.” De juf en zijn ouders zien een slim kind, maar hij ervaart alleen de herhaalde moeite en de teleurstelling. Zijn zelfbeeld wordt niet geschaad door wie hij is, maar door het verschil tussen zijn inzet en het resultaat.
Centrale vraag
Waarom heeft dyslexie zo'n grote invloed op het zelfbeeld en hoe kun je een kind helpen dit te versterken?
Hoofdstuk 1 – Vergelijken met klasgenoten
Lezen is zichtbaar. In de klas ziet het kind voortdurend wie sneller is, gemakkelijker leest of minder fouten maakt.
Hierdoor kan het kind denken:
- “Ik ben langzamer.”
- “Ik doe het verkeerd.”
- “Ik loop altijd achter.”
Deze vergelijking is onvermijdelijk, maar beïnvloedt sterk hoe een kind zichzelf ziet.
Hoofdstuk 2 – Inzet zonder zichtbaar resultaat
Kinderen met dyslexie werken vaak harder dan anderen. Ze oefenen meer, lezen meer en besteden veel energie aan taken die anderen automatisch doen.
Wanneer de vooruitgang klein blijft, denkt het kind al snel dat de moeite “geen zin” heeft. Dat gevoel ondermijnt motivatie en zelfvertrouwen.
Hoofdstuk 3 – Hardnekkige fouten voelen persoonlijk
Fouten die blijven terugkomen, ondanks oefenen, voelen voor het kind als falen.
Dit leidt tot:
- schaamte
- frustratie
- boosheid op zichzel
- terugtrekken uit taalopdrachten
Het kind begrijpt niet dat deze fouten voortkomen uit het brein, niet uit gebrek aan talent.
Hoofdstuk 4 – Onzichtbare inspanning
De extra inspanning die kinderen met dyslexie dagelijks leveren, is voor anderen niet zichtbaar. Leerkrachten en ouders zien soms alleen het eindresultaat, niet de uren oefenen, de spanning of de vermoeidheid.
Daardoor voelen kinderen zich vaak niet begrepen in hoe hard zij werken.
Hoofdstuk 5 – Angst voor lezen en falen
Wanneer een kind herhaaldelijk negatieve ervaringen heeft met lezen of spelling, ontstaat spanning rondom taal.
Dit kan leiden tot:
- faalangst
- vermijden van lezen
- zenuwen bij toetsen
- weerstand tegen huiswerk
De angst gaat niet over lezen zelf, maar over het gevoel te falen.
Hoofdstuk 6 – Wat helpt om het zelfbeeld te versterken?
Het zelfbeeld groeit wanneer het kind gezien en erkend wordt in zijn inspanning en talenten.
Helpend zijn:
- uitleg dat dyslexie niets met intelligentie te maken heeft
- fouten normaliseren
- successen vieren
- sterke kanten benutten
- alternatieven bieden voor lezen (zoals audio)
- nadruk leggen op groei in plaats van tempo
Wanneer het kind begrijpt dat het brein anders werkt, verdwijnt de gedachte “ik ben dom”.
Meer weten?
Loopt lezen of spellen steeds vast, ondanks oefenen?
In de mini-cursus Dyslexie krijg je inzicht in wat dyslexie wél en niet is, hoe het brein van je kind werkt en hoe je thuis kunt ondersteunen zonder strijd.
Praktisch, verhelderend en afgestemd op het tempo van jouw kind.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
