Dyslexie en spelling - Artikel kennisbank Ina Terra

Dyslexie en spelling – Waarom automatiseren zo moeilijk is

Inleiding

Spelling is voor veel kinderen met dyslexie het lastigste onderdeel van taal. Waar lezen al veel energie kost, vraagt spelling nóg meer inzet: het kind moet klanken analyseren, regels toepassen, uitzonderingen onthouden en het woord vervolgens correct opschrijven.

Voor kinderen met dyslexie werkt dit proces anders. Het brein automatiseert klank-tekenkoppelingen minder snel, waardoor spellingfouten hardnekkig blijven terugkomen.


Voorbeeld uit de praktijk

Een meisje van tien schrijft het woord “hond” vijf keer fout, telkens op een andere manier: “hont”, “hondt”, “hontd”. Ze weet hoe het woord klinkt, maar het juist opschrijven lukt niet automatisch. Haar ouders denken dat ze niet oplet, maar in werkelijkheid raakt haar brein de lettervolgorde steeds kwijt.

Wanneer ze woorden leert in kleinere delen en met visuele steun, gaat het beter.


Centrale vraag

Waar is spelling zo moeilijk bij dyslexie en welke processen in het brein spelen hierbij een rol?


Hoofdstuk 1 – Analyse van klanken is complex

Bij spelling moet een kind:

  • een woord in klanken splitsen
  • de juiste letters kiezen
  • die letters in de juiste volgorde plaatsen
  • regels toepassen
  • uitzonderingen onthouden

Bij dyslexie verloopt vooral de auditieve analyse minder efficiënt. Hierdoor worden klanken verkeerd of onvolledig omgezet in letters.


Hoofdstuk 2 – Klank-tekenkoppeling blijft kwetsbaar

Het koppelen van klanken aan letters is de basis van spelling.

Bij dyslexie:

  • wordt deze koppeling niet automatisch
  • moet het kind blijven nadenken over elke letter
  • blijven fouten terugkomen, ook na oefenen
  • worden letters sneller verwisseld

Het brein heeft moeite om letterpatronen vast te houden en te herkennen.


Hoofdstuk 3 – Automatiseren kost meer tijd

Automatiseren betekent dat een vaardigheid vanzelf gaat.

Bij dyslexie blijft spelling vaak bewust werk:

  • woorden worden niet snel genoeg herkend
  • regels komen niet automatisch boven
  • er is weinig ruimte in het werkgeheugen voor spelling
  • het kind moet alles stap voor stap verwerken

Hierdoor voelt spelling langzaam, omslachtig en frustrerend.


Hoofdstuk 4 – Onthouden van regels en uitzonderingen is lastig

De Nederlandse taal bevat veel uitzonderingen.

Kinderen met dyslexie hebben moeite met:

  • regels onthouden
  • toepassen in nieuwe situaties
  • onderscheid tussen klank en betekenis
  • werkwoordspelling, vooral in groep 6 t/m 8

Het brein slaat taalregels minder stevig op, waardoor ze snel vervagen.


Hoofdstuk 5 – Werkgeheugen is kwetsbaar bij spelling

Spellen vraagt veel tegelijk:

  • het woord vasthouden in gedachten
  • klanken analyseren
  • regels toepassen
  • letters noteren

Bij dyslexie raakt het werkgeheugen snel overbelast. Het kind vergeet de volgorde, deeltjes van het woord of de regel die net is toegepast.


Hoofdstuk 6 – Wat helpt bij het leren van spelling?

Effectieve strategieën zijn:

  • woorden hakken en plakken
  • werken met kleuren en beeld
  • woorden in clusters aanleren
  • ritme gebruiken
  • regels visualiseren
  • veel herhaling in kleine hoeveelheden
  • spellinghulp tijdens toetsen

Spelling hoeft geen strijd te zijn wanneer het op de juiste manier wordt aangeboden.


Meer weten?

Loopt lezen of spellen steeds vast, ondanks oefenen?

In de mini-cursus Dyslexie krijg je inzicht in wat dyslexie wél en niet is, hoe het brein van je kind werkt en hoe je thuis kunt ondersteunen zonder strijd.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.