- Hoofdstuk 1 – Wat we zien aan de buitenkant
- Hoofdstuk 2 – Wat gebeurt er bij overbelasting
- Hoofdstuk 3 – Wat gebeurt er bij onderbelasting
- Hoofdstuk 4 – Waarom gedrag zo misleidend kan zijn
- Hoofdstuk 5 – Signalen die kunnen helpen onderscheiden
- Hoofdstuk 6 – Waarom de verkeerde aanpak het probleem vergroot
- Hoofdstuk 7 – De rol van hoogbegaafdheid
- Hoofdstuk 8 – Wat dit vraagt van volwassenen

Concentratieproblemen: overbelasting of onderbelasting? Waarom hetzelfde gedrag iets totaal anders kan betekenen
Inleiding
Een kind dat zich niet kan concentreren, laat gedrag zien dat voor volwassenen vaak lastig te duiden is.
Het lijkt:
- afwezig
- dromerig
- ongeïnteresseerd
- slordig
- ongemotiveerd
En al snel ontstaat de vraag:
“Wat is hier aan de hand?”
Wat veel mensen niet weten, is dat hetzelfde concentratiegedrag twee heel verschillende oorzaken kan hebben:
- overbelasting
- onderbelasting
In dit artikel leg ik uit wat het verschil is, hoe je de signalen kunt herkennen en waarom het zo belangrijk is om niet te snel conclusies te trekken.
Een herkenbare situatie
Twee kinderen zitten in dezelfde klas.
Beiden staren uit het raam.
Beiden maken hun werk niet af.
Toch gebeurt er bij hen iets totaal anders.
Het ene kind:
- probeert te begrijpen
- raakt het overzicht kwijt
- voelt spanning
- en haakt af
Het andere kind:
- begrijpt het al
- voelt zich niet uitgedaagd
- verveelt zich
- en haakt af
Van buiten zie je hetzelfde.
Van binnen niet.
Centrale vraag
Hoe herken je of concentratieproblemen voortkomen uit overbelasting of juist uit onderbelasting, en waarom is dit onderscheid zo belangrijk?
Hoofdstuk 1 – Wat we zien aan de buitenkant
Bij zowel overbelasting als onderbelasting zie je vaak:
- afleiding
- dromerig gedrag
- taken niet afronden
- slordige fouten
- traag of juist gehaast werken
Dat maakt het zo lastig.
Gedrag alleen vertelt niet het hele verhaal.
Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan wat zichtbaar is.
Hoofdstuk 2 – Wat gebeurt er bij overbelasting
Bij overbelasting vraagt een taak te veel van het brein.
Dat kan gebeuren wanneer:
- er te veel stappen zijn
- instructies talig en abstract zijn
- tempo hoog ligt
- het werkgeheugen snel vol raak
spanning of faalangst meespeelt
Het kind wil vaak wel, maar:
- raakt het overzicht kwijt
- verliest grip
- voelt stress
- en schakelt uit
Concentratie zakt weg omdat het brein bescherming zoekt.
Hoofdstuk 3 – Wat gebeurt er bij onderbelasting
Bij onderbelasting gebeurt iets anders.
Dan:
- sluit de taak niet aan bij het denkvermogen
- is de uitdaging te laag
- ontbreekt betekenis of autonomie
- voelt het werk zinloos of voorspelbaar
Dit zie je regelmatig bij:
- (hoog)begaafde kinderen
- kinderen die de stof al beheersen
- kinderen die weinig cognitieve prikkeling krijgen
Hun brein wordt simpelweg niet geactiveerd.
Ook hier zakt de concentratie weg —
niet door te veel, maar door te weinig.
Hoofdstuk 4 – Waarom gedrag zo misleidend kan zijn
Bij beide vormen kan een kind:
- uit het raam staren
- niet starten
- snel stoppen
- fouten maken
- ongeïnteresseerd overkomen
Daarom leidt het gedrag vaak tot verkeerde conclusies:
- “Hij doet geen moeite.”
- “Ze is lui.”
- “Hij kan zich niet concentreren.”
Terwijl het echte verschil zit in de interne ervaring van het kind.
Hoofdstuk 5 – Signalen die kunnen helpen onderscheiden
Vragen die helpen om richting te voelen:
- Wordt het kind rustiger en geconcentreerder bij vereenvoudiging?
→ vaak overbelasting
- Wordt het kind juist alerter bij extra uitdaging of complexere vragen?
→ vaak onderbelasting
- Zakt concentratie weg bij stress en tijdsdruk?
→ overbelasting
- Haakt het kind af bij herhaling en voorspelbaarheid?
→ onderbelasting
Dit zijn geen harde regels, maar richtingwijzers.
Hoofdstuk 6 – Waarom de verkeerde aanpak het probleem vergroot
Wanneer overbelasting wordt behandeld als onderbelasting:
- krijgt het kind nóg meer uitdaging
- groeit de spanning
- neemt faalangst toe
Wanneer onderbelasting wordt behandeld als overbelasting:
- wordt de lat lager gelegd
- verdwijnt uitdaging
- groeit verveling en weerstand
In beide gevallen voelt het kind zich niet gezien.
Hoofdstuk 7 – De rol van hoogbegaafdheid
Bij (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen zie je vaak:
- snelle begrip
- weinig herhaling nodig
- behoefte aan autonomie
- diepe interesse in specifieke onderwerpen
Wanneer die behoeften niet worden gezien, kan concentratie wegvallen.
Niet omdat het kind niet kan, maar omdat het niet wordt aangesproken.
Dat vraagt om een andere blik dan bij overbelasting.
Hoofdstuk 8 – Wat dit vraagt van volwassenen
Dit onderscheid vraagt geen snelle oplossingen, maar afstemming.
Niet:
- harder corrigeren
- meer eisen
- sneller labelen
Maar:
- observeren
- variëren
- luisteren
- en durven bijstellen
Soms is minder nodig.
Soms juist meer.
Tot slot
Concentratieproblemen zijn geen eenduidig signaal.
Ze vertellen dat er iets schuurt —
maar niet automatisch wat.
Door het onderscheid tussen overbelasting en onderbelasting serieus te nemen:
- voorkom je misverstanden
- bescherm je het zelfbeeld van het kind
- en ontstaat er ruimte voor passende begeleiding
In volgende artikelen verdiepen we dit verder, onder andere bij:
- motivatie
- hoogbegaafdheid
- prikkelverwerking
- executieve functies
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
