- Een herkenbaar voorbeeld
- Hoofdstuk 1 – De aanname achter ‘even opletten’
- Hoofdstuk 2 – Wat concentratie werkelijk vraagt
- Hoofdstuk 3 – Waarom corrigeren vaak averechts werkt
- Hoofdstuk 4 – Afleiding als signaal
- Hoofdstuk 5 – Waarom sommige kinderen dit vaker horen
- Hoofdstuk 6 – Wanneer opletten wél lukt
- Hoofdstuk 7 – Een andere manier van kijken

Waarom ‘even opletten’ niet werkt - En wat er wél nodig is om tot concentratie te komen.bij kinderen
Inleiding
“Let eens even op.”
“Je was net zo goed bezig.”
“Concentreer je nou.”
Het zijn zinnen die veel kinderen dagelijks horen — thuis en op school.
Zinnen die logisch klinken, goed bedoeld zijn en voortkomen uit zorg.
En toch helpen ze vaak niet.
Sterker nog: bij veel kinderen maken deze opmerkingen het probleem juist groter.
In dit artikel lees je waarom ‘even opletten’ zelden werkt, wat concentratie werkelijk vraagt van een kinderbrein en waarom concentratie geen kwestie is van willen, maar van kunnen.
Een herkenbaar voorbeeld
Een kind zit aan tafel met schoolwerk.
Het begint gemotiveerd, maar:
- kijkt om zich heen
- schuift met zijn stoel
- zucht
- maakt een fout
- begint opnieuw
De reactie van de omgeving is vaak snel:
“Je moet je beter concentreren.”
Wat we niet zien, is wat er vanbinnen gebeurt.
Het kind probeert grip te houden op iets wat mentaal te zwaar is.
Niet omdat het niet wil.
Maar omdat het brein de taak niet meer kan dragen.
Centrale vraag
Waarom werkt ‘even opletten’ niet bij kinderen, en wat vraagt concentratie eigenlijk van het brein?
Hoofdstuk 1 – De aanname achter ‘even opletten’
De zin ‘even opletten’ gaat uit van een belangrijke aanname:
dat concentratie een bewuste keuze is.
Alsof een kind kan denken:
“O ja, nu ga ik me concentreren.”
Voor sommige kinderen klopt dat deels.
Voor veel kinderen niet.
Concentratie is geen knop die je aanzet.
Het is een toestand die ontstaat wanneer meerdere voorwaarden tegelijk vervuld zijn.
Zonder die voorwaarden kan concentratie simpelweg niet ontstaan, hoe hard een kind ook zijn best doet.
Hoofdstuk 2 – Wat concentratie werkelijk vraagt
Om zich te kunnen concentreren, moet een kind:
- begrijpen wat de bedoeling is
- overzicht hebben over de taak
- informatie kunnen vasthouden
- prikkels kunnen filteren
- zich veilig genoeg voelen om fouten te maken
Dat betekent dat concentratie afhankelijk is van:
- cognitieve belasting
- emotionele veiligheid
- omgeving
- taakniveau
Wanneer één van deze factoren uit balans raakt, zakt de concentratie weg.
Niet als keuze, maar als automatische reactie van het brein.
Hoofdstuk 3 – Waarom corrigeren vaak averechts werkt
Wanneer een kind wordt aangesproken op concentratie:
- “Let op.”
- “Niet zo dromerig.”
- “Je moet je best doen.”
gebeurt er vaak iets wat onbedoeld is.
Het kind:
- voelt druk
- ervaart falen
- wordt zich extra bewust van wat niet lukt
En druk:
- verkleint de mentale ruimte
- vergroot spanning
- maakt concentratie nóg lastiger
Zo ontstaat een vicieuze cirkel:
concentratie lukt niet → correctie → meer spanning → nog minder concentratie.
Hoofdstuk 4 – Afleiding als signaal
Wat wij zien als ‘afleiding’ is vaak geen onwil, maar een signaal.
Een signaal dat:
- de taak te complex is
- er te veel stappen zijn
- de uitleg niet helder is
- het tempo te hoog ligt
- het werkgeheugen vol raakt
Het brein zoekt dan automatisch naar verlichting:
- wegkijken
- bewegen
- praten
- stoppen
Niet om dwars te zijn, maar om te overleven.
Hoofdstuk 5 – Waarom sommige kinderen dit vaker horen
Sommige kinderen krijgen bovengemiddeld vaak te horen dat ze moeten opletten.
Dat zijn vaak kinderen die:
- beeldend denken
- gevoelig zijn voor prikkels
- moeite hebben met overzicht
- faalangstig zijn
- of extra moeten schakelen om mee te komen
Zij gebruiken hun mentale energie intensiever.
Daardoor raken ze sneller overbelast — en valt concentratie eerder weg.
Hoofdstuk 6 – Wanneer opletten wél lukt
Een belangrijke vraag is niet alleen wanneer het misgaat, maar juist:
wanneer lukt het wél?
Vaak zie je dat concentratie beter lukt:
- bij één taak tegelijk
- met duidelijke, concrete uitleg
- in een rustige omgeving
- zonder tijdsdruk
- met visuele ondersteuning
Dat laat zien dat concentratie geen vaste eigenschap is, maar situatie-afhankelijk.
Hoofdstuk 7 – Een andere manier van kijken
Wanneer je begrijpt hoe concentratie werkt, verschuift de vraag.
Van:
“Waarom let mijn kind niet op?”
Naar:
“Wat maakt het hier zo moeilijk om geconcentreerd te blijven?”
Die verschuiving verandert alles:
- de toon
- de samenwerking
- het zelfbeeld van het kind
Niet corrigeren, maar ontlasten wordt het uitgangspunt.
Tot slot
‘Even opletten’ klinkt eenvoudig, maar vraagt in werkelijkheid iets wat een kind niet altijd kan leveren.
Concentratie is geen kwestie van discipline of motivatie.
Het is een gevolg van hoe zwaar of licht een taak is voor het brein.
Door anders te kijken naar concentratie:
- verdwijnt onnodige strijd
- ontstaat begrip
- en komt er ruimte om samen te zoeken naar wat wél werkt
In de volgende artikelen binnen deze categorie verdiepen we dit verder, onder andere bij:
- concentratie en motivatie
- overbelasting en onderbelasting
- executieve functies
- werkgeheugen
Verder verdiepen?
In de mini-cursus Concentratie bij kinderen krijg je overzicht, uitleg en een praktische checklist om beter te begrijpen wat er bij jouw kind speelt.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
