
Concentratie en executieve functies
Inleiding
Concentratie wordt vaak gezien als één vaardigheid:
een kind kan zich concentreren of niet.
Maar in werkelijkheid is concentratie het zichtbare resultaat van meerdere onderliggende functies die samenwerken.
Die functies noemen we de executieve functies.
Wanneer die samenwerking onder druk staat, zakt de concentratie weg —
zelfs bij kinderen die gemotiveerd en intelligent zijn.
In dit artikel lees je hoe concentratie samenhangt met executieve functies, waarom concentratie vaak als eerste probleem zichtbaar wordt en waarom het zo belangrijk is om verder te kijken dan alleen ‘opletten’.
Centrale vraag
Welke rol spelen executieve functies bij concentratie, en waarom is concentratie vaak een signaal dat er daar iets vastloopt?
Hoofdstuk 1 – Wat executieve functies zijn
Executieve functies zijn de regelfuncties van het brein.
Ze zorgen ervoor dat een kind:
- gedrag kan sturen
- aandacht kan vasthouden
- impulsen kan remmen
- overzicht kan houden
- taken kan plannen en afronden
Ze ontwikkelen zich langzaam en ongelijk.
Dat betekent dat een kind op het ene vlak sterk kan zijn, en op een ander vlak kwetsbaar.
Hoofdstuk 2 – Concentratie als samenspel
Concentratie ontstaat alleen wanneer meerdere executieve functies samenwerken, zoals:
- volgehouden aandacht – bij een taak blijven
- inhibitie – afleidingen onderdrukken
- cognitieve flexibiliteit – schakelen als iets niet lukt
- planning en organisatie – weten wat je moet doen
- zelfmonitoring – merken of je nog goed bezig bent
Als één van deze functies hapert, zie je dat vaak terug als concentratieprobleem.
Hoofdstuk 3 – Waarom concentratie vaak het eerste is wat ‘opvalt’
Concentratie is zichtbaar gedrag:
- wegkijken
- wiebelen
- niet starten
- stoppen halverwege
Daarom krijgt concentratie vaak de schuld.
Maar onder die zichtbare onrust zit vaak:
- moeite met plannen
- moeite met overzicht
- moeite met zelfsturing
Concentratie is dus zelden het probleem zelf, maar het waarschuwingslampje.
Hoofdstuk 4 – Wanneer executieve functies extra belast worden
Executieve functies krijgen het extra zwaar wanneer:
- taken talig en abstract zijn
- meerdere stappen tegelijk gevraagd worden
- tempo hoog ligt
- prikkels toenemen
- stress meespeelt
Voor kinderen met kwetsbare executieve functies voelt concentreren dan als topsport.
Hoofdstuk 5 – Waarom corrigeren niet helpt
Zinnen als:
- “Blijf erbij.”
- “Concentreer je.”
sturen op gedrag, maar niet op de onderliggende functie.
Een kind kan pas geconcentreerd werken als het:
- overzicht heeft
- weet waar het moet beginnen
- ruimte voelt om fouten te maken
Zonder die voorwaarden kan concentratie niet ontstaan.
Hoofdstuk 6 – Wat helpt wél
Executieve functies worden niet sterker door druk, maar door ondersteuning.
Concentratie verbetert vaak wanneer:
- taken worden opgedeeld
- stappen zichtbaar zijn
- verwachtingen helder zijn
- tempo aangepast wordt
- het kind mag oefenen zonder beoordeling
Niet door harder te sturen, maar door beter te structureren.
Tot slot
Concentratie is geen losstaande vaardigheid.
Het is het resultaat van hoe goed de executieve functies op dat moment kunnen samenwerken.
Door concentratieproblemen te zien als signaal:
- kijk je dieper
- voorkom je onnodige strijd
- en help je een kind op het juiste niveau
In de kennisbank vind je meer informatie over executieve functies.
Verder verdiepen?
In de mini-cursus Concentratie bij kinderen krijg je overzicht, uitleg en een praktische checklist om beter te begrijpen wat er bij jouw kind speelt.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
