- Hoofdstuk 1 – Overprikkeling: wanneer prikkels te hard binnenkomen
- Hoofdstuk 2 – Onderprikkeling: wanneer het lichaam extra input zoekt
- Hoofdstuk 3 – Elk zintuig kan anders reageren
- Hoofdstuk 4 – Prikkelverwerking beïnvloedt gedrag, emoties en leren
- Hoofdstuk 5 – Wat helpt bij overprikkeling?
- Hoofdstuk 6 – Wat helpt bij onderprikkeling?
Autisme en sensorische prikkelverwerking – Over- en onderprikkeling
Inleiding
Een groot deel van het gedrag van kinderen met autisme komt voort uit sensorische prikkelverwerking. Hun zenuwstelsel staat anders afgesteld: prikkels kunnen veel harder binnenkomen of juist bijna niet doorkomen.
Deze verschillen bepalen hoe een kind reageert op geluid, licht, aanraking, beweging, geuren en smaken. Overprikkeling en onderprikkeling zijn geen gedrag, maar zintuiglijke ervaringen die het hele functioneren beïnvloeden.
Voorbeeld uit de praktijk
Een meisje van vijf weigert om bepaalde kleren aan te trekken. Ze zegt dat de stof “pijn doet”, terwijl haar ouders niets bijzonders voelen. Bij gym overstuur, in de kantine met haar handen op haar oren, thuis juist voortdurend bewegen, springen en zoeken naar druk.
Wanneer haar ouders beseffen dat dit geen koppigheid maar sensorische over- én onderprikkeling is, verandert de sfeer thuis compleet.
Centrale vraag
Hoe werkt sensorische prikkelverwerking bij autisme, en waarom reageren kinderen zo verschillend op zintuiglijke prikkels?
Hoofdstuk 1 – Overprikkeling: wanneer prikkels te hard binnenkomen
Het zenuwstelsel kan extreem gevoelig zijn voor:
- harde of onverwachte geluiden (handdrogers, stoelen schuiven)
- fel licht of knipperende lampen
- aanraking (kledinglabels, onverwachte aanraking)
- sterke geuren (koken, parfum)
- drukte in ruimtes
Overprikkeling leidt tot:
- stress
- vluchtgedrag
- boosheid of huilen
- terugtrekken
- meltdown
Het kind wil rust omdat zijn zintuigen overbelast zijn.
Hoofdstuk 2 – Onderprikkeling: wanneer het lichaam extra input zoekt
Sommige zintuigen ontvangen juist te weinig informatie. Het kind zoekt dan actief prikkels zoals:
- springen
- wiebelen
- constant bewegen
- dingen aanraken
- druk zoeken (tegen je aan leunen, stevig knuffelen)
- geluiden maken
Deze kinderen lijken druk of impulsief, maar hun lichaam vraagt om input om zich veilig en gegrond te voelen.
Hoofdstuk 3 – Elk zintuig kan anders reageren
Bij autisme kan elk zintuig over- of ondergevoelig zijn — soms tegelijk.
Voorbeelden:
- gevoelig voor geluid, maar ondergevoelig voor pijn
- afkeer van bepaalde structuren, maar behoefte aan diepe druk
- moeite met fel licht, maar continu bewegende prikkels opzoeken
- aversie tegen geuren maar smaak juist slecht registreren
Daarom is elk sensorisch profiel uniek.
Hoofdstuk 4 – Prikkelverwerking beïnvloedt gedrag, emoties en leren
Sensorische over- of onderprikkeling kan leiden tot:
- stress en angst
- concentratieproblemen
- terugtrekken of juist opzoeken van prikkels
- frustratie
- vermoeidheid na school
- weigeren van kleding, eten of activiteiten
Veel gedragsproblemen verdwijnen wanneer ouders en leerkrachten begrijpen dat het sensorisch is.
Hoofdstuk 5 – Wat helpt bij overprikkeling?
Effectieve strategieën:
- een rustige, prikkelarme plek
- koptelefoon of oordoppen
- gedimd licht
- voorspelbare dagstructuur
- minder open vragen, meer duidelijkheid
- pauzes inbouwen
- tijdig weghalen uit drukke situaties
Rust en voorspelbaarheid helpen het zenuwstelsel te herstellen.
Hoofdstuk 6 – Wat helpt bij onderprikkeling?
Wanneer het lichaam te weinig input krijgt:
- een wiebelkussen
- verzwaringsdeken
- bewegingstussendoortjes
- kauwmateriaal
- diepe druk (massages, stevige knuffels)
- schommelen, trampoline, klimtoestel
Deze ondersteuning helpt het kind om zich te reguleren en te focussen.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.