ASS en EF - Artikel kennisbank Ina Terra

Autisme en executieve functies – Flexibiliteit, planning en overzicht

Inleiding

Executieve functies zijn de regelfuncties van het brein: plannen, organiseren, starten, volhouden, schakelen en overzicht houden.

Bij kinderen met autisme werken deze functies vaak anders. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat hun informatieverwerking en prikkelfiltering anders verlopen.

Taken die voor andere kinderen eenvoudig zijn — zoals beginnen aan huiswerk, een taak afmaken of schakelen tussen activiteiten — kunnen veel energie kosten.


Voorbeeld uit de praktijk

Een jongen van negen moet een werkblad maken met vijf verschillende opdrachten. Hij begint vol goede moed, maar blijft na de eerste opdracht hangen. Hij weet niet goed wat er daarna moet gebeuren, raakt het overzicht kwijt en stopt met werken.

Wanneer de leerkracht de pagina opdeelt in losse stappen en een visuele checklist geeft, werkt hij zonder problemen verder.

Niet het werk, maar het organiseren van het werk was de drempel.


Centrale vraag

Waarom zijn executieve functies kwetsbaar bij autisme, en hoe verklaart dit het gedrag dat ouders en leerkrachten dagelijks zien?


Hoofdstuk 1 – Moeite met plannen en organiseren

Plannen vraagt dat het brein:

  • inschat wat nodig is
  • stappen ordent
  • prioriteiten ziet
  • het geheel overziet

Bij autisme verloopt dit minder automatisch.

Het kind kan:

  • taken te groot vinden
  • niet weten waar te beginnen
  • moeite hebben met afronden
  • vergeten wat de bedoeling was
  • verdwalen in details

Wanneer de structuur zichtbaar wordt, lukt het vaak wel.


Hoofdstuk 2 – Flexibiliteit en schakelen zijn lastig

Flexibiliteit vraagt snel omschakelen tussen gedachten of activiteiten.

Kinderen met autisme kunnen:

  • vastlopen bij veranderingen
  • moeite hebben met onverwachte wendingen
  • boos of verdrietig worden bij een andere planning
  • lang in een situatie blijven hangen
  • liever één ding tegelijk doen

Dit komt door een brein dat graag voorspelbaarheid en duidelijkheid heeft.


Hoofdstuk 3 – Starten van taken kost energie

De startknop werkt anders.

Veel kinderen met autisme ervaren:

  • uitstelgedrag
  • weerstand zonder duidelijke reden
  • moeite met op gang komen
  • vertraging na vakantie of weekenden

Startproblemen hebben vaak te maken met angst voor fouten, onduidelijke verwachtingen of te veel prikkels.


Hoofdstuk 4 – Werkgeheugen is sneller overbelast

Het werkgeheugen houdt informatie vast terwijl het kind een taak uitvoert.

Bij autisme raakt dit geheugen sneller vol door:

  • prikkels om hen heen
  • details die blijven hangen
  • dubbele betekenis van taal
  • emoties of spanning
  • te veel stappen tegelijk

Dit verklaart waarom instructies snel “kwijt” lijken te raken.


Hoofdstuk 5 – Tijd ervaren werkt anders

Kinderen met autisme:

  • onderschatten of overschatten tijd
  • raken gestrest als een taak onverwacht lang duurt
  • houden van timers, maar raken overspoeld door tijdsdruk
  • hebben moeite met wachten of deadlines
  • Tijd voelen is voor hen geen automatisch proces.


Hoofdstuk 6 – Wat helpt bij executieve functies?

Ondersteuning richt zich op duidelijkheid, voorspelbaarheid en ontlasting van het brein:

  • visuele stappenplannen
  • checklists met één taak tegelijk
  • duidelijke begin- en eindpunten
  • vaste routines
  • timers met voorbereiding
  • taken kleiner maken
  • pauzes op tijd inbouwen
  • voorbeelden laten zien

Executieve functies bloeien wanneer het kind niet hoeft te raden, maar weet wat er van hem verwacht wordt.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.