- Hoofdstuk 1 – Emoties komen snel en intens binnen
- Hoofdstuk 2 – Moeite met het herkennen en benoemen van emoties
- Hoofdstuk 3 – Meltdowns: een uitbarsting na overprikkeling
- Hoofdstuk 4 – Shutdowns: dichtklappen en terugtrekken
- Hoofdstuk 5 – Veranderingen en onduidelijkheid zijn grote triggers
- Hoofdstuk 6 – Wat helpt bij emoties?

Autisme en emoties – Waarom emoties intens of anders zichtbaar zijn
Inleiding
Kinderen met autisme voelen emoties niet minder, maar juist vaak intensiever. Emoties kunnen sneller oplopen, langer aanhouden of juist moeilijk te uiten zijn. Sommige kinderen reageren heftig en explosief, terwijl anderen dichtklappen en zich terugtrekken.
Deze reacties komen niet door onwil, maar door een brein dat prikkels diep en letterlijk verwerkt en moeite heeft om emoties snel te reguleren.
Voorbeeld uit de praktijk
Een jongen van acht krijgt te horen dat de gymles niet doorgaat. Hij schreeuwt, huilt en duwt de stoelen om. De juf denkt dat hij overdrijft, maar zijn brein is volledig overspoeld door de onverwachte verandering. Later vertelt hij dat hij niet boos was op de juf, maar bang werd van het plotselinge wegvallen van de routine.
Zijn reactie is intens, maar logisch vanuit zijn manier van verwerken.
Centrale vraag
Waarom reageren kinderen met autisme anders op emoties, en wat gebeurt er in hun brein op zulke momenten?
Hoofdstuk 1 – Emoties komen snel en intens binnen
Kinderen met autisme verwerken prikkels diep en gedetailleerd. Hierdoor:
- komen emoties sneller op
- voelt spanning intenser
- wordt frustratie snel overweldigend
- is de drempel voor stress lager
Het zenuwstelsel schakelt sneller naar een hoge staat van alertheid.
Hoofdstuk 2 – Moeite met het herkennen en benoemen van emoties
Veel kinderen met autisme hebben moeite met:
- woorden vinden voor hun gevoel
- lichamelijke signalen herkennen
- begrijpen wat er precies fout gaat
- onderscheiden tussen soorten emoties
Hierdoor worden emoties vaak pas zichtbaar als ze al hoog zijn opgelopen.
Hoofdstuk 3 – Meltdowns: een uitbarsting na overprikkeling
Een meltdown is geen driftbui. Het is een totale overbelasting van het zenuwstelsel.
Kenmerken zijn:
- schreeuwen
- huilen
- fysieke onrust
- wegduwen
- geen controle meer hebben
Het kind is in paniek, niet koppig.
Een meltdown vraagt om rust, veiligheid en daarna tijd om te herstellen.
Hoofdstuk 4 – Shutdowns: dichtklappen en terugtrekken
Sommige kinderen reageren niet naar buiten, maar naar binnen. Zij:
- zeggen niks meer
- staren weg
- bevriezen
- lopen weg
- sluiten zich af
Dit is net zo intens als een meltdown, maar veel subtieler. Het lichaam kiest voor bescherming door te “stoppen”.
Hoofdstuk 5 – Veranderingen en onduidelijkheid zijn grote triggers
Emoties lopen vaak op wanneer:
- routines veranderen
- plannen onduidelijk zijn
- regels onverwacht wisselen
- iemand iets anders bedoelt dan zegt
- er meerdere prikkels tegelijk zijn
Het brein heeft tijd nodig om alle informatie te ordenen. Als dat niet lukt, worden emoties snel te groot.
Hoofdstuk 6 – Wat helpt bij emoties?
Effectieve ondersteuning richt zich op veiligheid en voorspelbaarheid:
- rust geven in plaats van corrigeren
- minder woorden gebruiken tijdens emotionele piek
- voorspelbare reacties van ouders en leerkrachten
- een veilige plek waar het kind kan ontladen
- vooraf oefenen van lastige situaties
- duidelijke, concrete taal
- na afloop samen terugkijken wanneer het kind weer rustig is
Emotieregulatie begint niet bij praten, maar bij rust in het zenuwstelsel.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
