ADHD met DSM uitleg - Artikel kennisbank Ina Terra

Wat is ADHD? – Een duidelijke uitleg voor ouders (inclusief DSM-5)

Inleiding

ADHD is geen gedragsprobleem, geen gebrek aan discipline en al helemaal geen “opvoedfout”.

Het is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, wat betekent dat het brein anders werkt in aandacht, impulscontrole, prikkelverwerking en motivatie.

Kinderen met ADHD zijn vaak creatief, intuïtief, energiek, slim en gevoelig — maar lopen vast wanneer hun omgeving niet aansluit bij hoe hun brein werkt.

De DSM-5 geeft duidelijke criteria voor ADHD. Ouders vinden die vaak ingewikkeld. Daarom leg ik in dit artikel uit wat ADHD is, hoe het brein werkt, en hoe je de DSM-5-informatie kunt vertalen naar de dagelijkse praktijk thuis en op school.


Voorbeeld uit de praktijk

Een jongen van zeven probeert stil te zitten tijdens de kring.

Hij wiebelt, schuift met zijn voeten, kijkt naar het raam, wiebelt nog meer — en krijgt uiteindelijk te horen dat hij moet opletten.

Maar híj probeert op te letten.

Zijn brein filtert geluiden, bewegingen en gedachten niet zoals bij andere kinderen.

Niet omdat hij niet wil, maar omdat hij het anders verwerkt.


Wanneer ouders en leerkrachten begrijpen wat er in het brein gebeurt, ontstaat er ruimte voor rust, begrip en passende ondersteuning.


Centrale vraag

Wat is ADHD precies, hoe werkt het brein bij ADHD anders, en wat zeggen de DSM-5 criteria op een manier die ouders kunnen begrijpen?


Hoofdstuk 1 – Wat ADHD écht is 

ADHD bestaat uit drie groepen symptomen:

  • problemen met aandacht vasthouden
  • impulsiviteit
  • hyperactiviteit (drukte in lichaam of hoofd)

Maar ADHD is veel meer dan deze drie woorden.

Het gaat over:

  • problemen met prikkelverwerking
  • moeite met plannen en organiseren
  • een brein dat snel afgeleid is door alles wat interessant is
  • een motivatie-systeem dat anders werkt (minder dopaminerespons)
  • moeite met volgorde, prioriteiten en starten
  • intens voelen, snel frustreren, snel enthousiast

ADHD is geen gebrek, maar een ander soort brein.


Hoofdstuk 2 – De DSM-5 uitgelegd voor ouders

De DSM-5 is het diagnostisch handboek dat beroepsprofessionals gebruiken.

Het noemt 18 criteria, verdeeld over twee categorieën:

1. Aandachtsproblemen (9 items)

Bijvoorbeeld:

  • moeite met aandacht houden
  • snel afgeleid
  • vergeetachtig
  • moeite met organiseren
  • taken niet afmaken
  • dingen kwijtraken

Voor ouders: dit zie je als “hij kan het wel… maar niet op het moment dat het moet”.

2. Hyperactiviteit/impulsiviteit (9 items)

Bijvoorbeeld:

  • wiebelen, draaien, friemelen
  • moeite met wachten
  • snel praten, door elkaar praten
  • impulsieve acties
  • altijd ‘aan’ staan
  • niet stil kunnen zitten

Voor ouders: dit zie je als “ze wil wel rustig zijn, maar haar lijf blijft bewegen”.

Diagnose volgens DSM-5

Een diagnose wordt gesteld wanneer:

  • er minimaal 6 symptomen voorkomen binnen één categorie (NB: bij 17+ jaar: 5 symptomen)
  • de klachten voor het 12e jaar begonnen zijn
  • problemen zichtbaar zijn in minstens twee omgevingen (school én thuis)
  • het functioneren ernstig wordt belemmerd


DSM-5 benoemt drie typen ADHD

  1. ADHD – overwegend onoplettend (vroeger: ADD)
  2. ADHD – overwegend hyperactief/impulsief
  3. ADHD – gecombineerd type


Belangrijk voor ouders om te weten

DSM-5 beschrijft gedrag, geen oorzaken.

Het zegt niets over:

  • gevoeligheid
  • intelligentie
  • temperament
  • executieve functies
  • overprikkeling
  • zelfbeeld

Daarom voelen ouders zich vaak niet volledig begrepen door alleen de DSM-beschrijving.


Hoofdstuk 3 – ADHD en het brein: hoe werkt het anders?

Bij ADHD werkt het brein anders in:

  • dopamine (motivatie, beloning, doorzettingsvermogen)
  • inhibitie (remknop)
  • executieve functies (plannen, tijdsbesef, werkgeheugen)
  • prikkelverwerking (filteren van geluid, beweging, informatie)

Gevolgen:

  • starten is moeilijk
  • volhouden is moeilijk
  • prikkels gaan alle kanten op
  • motivatie komt alleen bij interessante dingen
  • tijdsbesef is vaag
  • emoties zijn intens
  • feedback komt harder binnen
  • gedrag lijkt “impulsief”, maar is neurobiologie

Een ADHD-brein is niet lui — het is altijd bezig.


Hoofdstuk 4 – Misverstanden over ADHD

Veel ouders horen opmerkingen als:

  • “Hij is gewoon druk.”
  • “Ze kan het best als ze wil.”
  • “Iedereen is wel eens afgeleid.”
  • “Het ligt aan de opvoeding.”

Maar ADHD is géén keuze.

Het is een combinatie van:

  • aangeboren breinverschillen
  • gevoeligheid voor prikkels
  • moeite met executieve functies
  • een motivatie-systeem dat anders werkt

Begrip vervangt oordeel — en opent de deur naar ondersteuning.


Hoofdstuk 5 – Hoe herken je de impact op het dagelijks leven?

Ouders merken ADHD vaak in:

  • chaos in hoofd en kamer
  • vergeten van spullen
  • ruzie door impulsiviteit
  • moeite met taken afmaken
  • frustratie-uitbarstingen
  • eindeloos wiebelen
  • “in de film” zijn
  • motivatiedips
  • geen idee van tijd
  • voortdurend corrigeren moeten door ouders

Kinderen met ADHD willen het wél goed doen — maar hun brein werkt anders.


Hoofdstuk 6 – ADHD als kracht

ADHD heeft ook prachtige kanten:

  • creativiteit
  • humor
  • energie
  • originaliteit
  • hyperfocus bij interesse
  • snel schakelen
  • intuïtief denken
  • empathie

Als een ADHD-kind in de juiste omgeving komt, zie je deze talenten vanzelf opbloeien.


Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.