
ADHD en het brein – Waarom het anders werkt
Inleiding
ADHD is geen gedragsprobleem maar een manier waarop het brein informatie verwerkt. Het gaat om verschillen in aandacht, impulscontrole, motivatie en prikkelverwerking. Deze verschillen zijn aangeboren en zichtbaar in de hersenen zelf. Wanneer ouders begrijpen hoe het brein werkt, wordt duidelijk waarom een kind wél wil, maar niet altijd kan.
Voorbeeld uit de praktijk
Een jongen van negen wil zijn werkstuk afmaken, maar na vijf minuten dwaalt hij af. Hij zoekt een potlood, ziet iets anders, begint daaraan, vergeet zijn opdracht en raakt gefrustreerd. Hij zegt: “Mijn hoofd doet het niet.”
Zijn intentie is goed, maar zijn brein raakt overprikkeld, afgeleid en schakelt te snel tussen taken. Het probleem zit niet in motivatie, maar in neurobiologie.
Centrale vraag
Hoe werkt het brein bij ADHD anders en waarom leidt dat tot aandachttekort, impulsiviteit en moeite met plannen en organiseren?
Hoofdstuk 1 – De rol van dopamine en motivatie
In een ADHD-brein reageert het dopaminesysteem anders op taken. Dopamine zorgt voor motivatie, plezier, concentratie en doorzettingsvermogen. Bij ADHD komt dopamine minder vlot vrij, waardoor gewone taken weinig “startsignaal” geven.
Interessante taken leveren wél onmiddellijk dopamine op, waardoor het kind kan hyperfocussen. Het brein kiest niet bewust; het volgt de chemie.
Hoofdstuk 2 – Remfunctie en impulscontrole
Inhibitie is het vermogen om te stoppen voordat je iets doet, zegt of besluit. Bij ADHD werkt deze rem trager. Daardoor reageert het kind op impulsen zonder tijd om na te denken. Het brein registreert informatie wel, maar te laat om het gedrag te sturen. Dit verklaart spontane acties, door elkaar praten en moeilijk kunnen wachten.
Hoofdstuk 3 – Prikkelverwerking en filteren van informatie
Het ADHD-brein filtert prikkels minder goed. Geluiden, bewegingen, gedachten en geuren komen even sterk binnen. Daardoor raakt het kind sneller afgeleid, overprikkeld of chaotisch. Het kost meer energie om te focussen, en die energie raakt sneller op. Het brein werkt hard, maar niet altijd efficiënt.
Hoofdstuk 4 – Executieve functies en dagelijkse uitdagingen
Executieve functies zijn de regelfuncties van het brein. Bij ADHD zijn deze functies minder sterk ontwikkeld. Dat betekent:
- moeite met plannen en organiseren
- taken overschatten of onderschatten
- starten is lastig
- doorwerken onder tijdsdruk lukt niet goed
- werkgeheugen valt weg onder stress
- overzicht creëren kost veel energie
Deze uitdagingen zitten niet in gedrag, maar in de hersenen.
Hoofdstuk 5 – Het stresssysteem en emoties
Het brein van kinderen met ADHD reageert snel op stress en prikkels. Hierdoor zijn emoties vaak intens en kort van slag. Frustratie, teleurstelling of onduidelijkheid kunnen een sterke reactie oproepen. Het zenuwstelsel schakelt snel in een hoge stand, waardoor reguleren moeilijk wordt. Rust en duidelijke structuur helpen het brein om terug te schakelen.
Hoofdstuk 6 – Waarom begrijpen helpt
Wanneer ouders en leerkrachten begrijpen hoe het ADHD-brein werkt, verandert de benadering. Het gedrag wordt niet gezien als onwil, maar als een gevolg van neurobiologische processen. Met de juiste ondersteuning kan een kind leren omgaan met zijn brein, in plaats van zich ertegen te verzetten.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.
