- Hoofdstuk 1 – Gedragssignalen: wat zie je van buiten?
- Hoofdstuk 2 – Aandacht en concentratie: het wisselende beeld
- Hoofdstuk 3 – Impulsiviteit en remmen: eerst doen, dan denken
- Hoofdstuk 4 – Emoties en zelfbeeld: wat gebeurt er van binnen?
- Hoofdstuk 5 – Executieve functies: waar ADHD in het dagelijks leven zichtbaar wordt
- Hoofdstuk 6 – Verschil tussen thuis en school – en tussen kinderen
Hoe herken je ADHD bij kinderen? – Gedrag, emoties en signalen thuis en op school
Inleiding
ADHD herken je niet alleen aan “druk gedrag”.
Sommige kinderen zijn druk, aanwezig en altijd in beweging.
Andere kinderen hebben juist een hoofd vol gedachten, dromen weg, vergeten van alles en lijken stil en rustig – maar vanbinnen is het één grote snelweg.
ADHD uit zich in:
- het gedrag dat je ziet,
- de emoties die je kind voelt,
- én de dingen die simpelweg niet lukken in het dagelijks leven: plannen, starten, volhouden, organiseren.
Veel ouders voelen: “Er is meer aan de hand dan alleen drukte of dromerigheid.”
Voorbeeld uit de praktijk
Een jongen van acht wordt voortdurend aangesproken in de klas:
"Blijf zitten."
"Luister even."
"Niet door elkaar praten."
Thuis horen ouders:
"Hij kan het best hoor, als hij maar gewoon oplet."
Maar dezelfde jongen raakt elke ochtend zijn schoenen kwijt, vergeet voortdurend zijn schrift, struikelt over zijn eigen planning en zegt ’s avonds:
"Ik heb het weer verpest… ik kan ook niks goed."
In een ander gezin zit een meisje van negen urenlang dromerig aan tafel.
Ze staart naar haar werk, komt niet op gang, vergeet opdrachten, maar valt niet op als “druk”.
Toch liggen haar spullen overal, is haar hoofd vol en is ze snel overprikkeld en moe.
Beide kinderen kunnen ADHD hebben – alleen ziet het er aan de buitenkant totaal anders uit.
Centrale vraag
Hoe herken je ADHD bij kinderen - in gedrag, emoties, concentratie, planning en het dagelijks functioneren - zowel thuis als op school?
Hoofdstuk 1 – Gedragssignalen: wat zie je van buiten?
Druk gedrag (hyperactief/impulsief profiel)
Je ziet bijvoorbeeld:
- altijd wiebelen, friemelen, draaien op de stoel
- moeilijk stil kunnen zitten, overal op klimmen of hangen
- voortdurend aan het praten, door anderen heen praten
- antwoorden roepen zonder hun vinger op te steken
- zomaar weglopen of midden in een activiteit iets anders gaan doen
- “erdoorheen” praten of handelen zonder na te denken
Het lijkt soms op ongehoorzaamheid of “geen grenzen hebben”, maar het is vooral:
een lijf en brein dat moeilijk kan remmen.
Stil of dromerig gedrag (meer onoplettend/ADD-profiel)
Je ziet bijvoorbeeld:
- wegdromen in de klas of aan tafel
- veel “in gedachten” zijn
- lang naar een blad kijken zonder te starten
- traag lijken, maar vanbinnen druk bezig zijn
- vergeetachtig en chaotisch in spullen
- opdrachten niet afkrijgen, ondanks goede wil
Deze kinderen vallen vaak minder op en worden eerder “slordig”, “lui”, “niet gemotiveerd” of “dromerig” genoemd dan “ADHD”.
Hoofdstuk 2 – Aandacht en concentratie: het wisselende beeld
ADHD gaat niet over nooit kunnen opletten – het gaat over moeilijk kunnen sturen wanneer en hoe lang aandacht blijft.
Kenmerken:
- snel afgeleid door geluid, beweging, gedachten, prikkels
- moeite om te starten als iets saai, moeilijk of lang is
- tijdens taken van alles door elkaar doen
- luisteren en ondertussen dagdromen
- dingen half doen en dan iets nieuws beginnen
- dingen vergeten die net zijn gezegd
Maar óók:
- hyperfocus bij interesse
- urenlang opgaan in iets wat boeit (games, knutselen, bouwen, tekenen)
Dit zorgt voor verwarring:
"Hij kan zich wél concentreren als hij wil."
In werkelijkheid:
het brein “pakt” focus bij interessante dingen automatisch –
maar kan het niet bewust aanzetten wanneer het móet.
Hoofdstuk 3 – Impulsiviteit en remmen: eerst doen, dan denken
Impulsiviteit is één van de meest zichtbare kenmerken van ADHD.
Je ziet bijvoorbeeld:
- meteen doen wat in ze opkomt, zonder na te denken
- doorschieten in spel (te wild, te hard, te ver)
- per ongeluk dingen omstoten, botsen, vallen
- geheimen eruit flappen, dingen zeggen die “niet handig” zijn
- dingen doen waarvan ze zelf achteraf zeggen:“Ik wist wel dat het niet mocht, maar ik had er niet aan gedacht.”
Dit is geen onwil, maar een remsysteem dat te laat aangaat.
De rem is er wél, maar hij hapert.
Impulsiviteit zie je ook in:
- geld uitgeven zonder na te denken
- ineens weglopen in een winkel
- in toetsen meteen invullen zonder goed te lezen
- snel “ja” zeggen en dan spijt hebben
Kinderen met ADHD ervaren vaak zelf achteraf schaamte over hun impulsen.
Hoofdstuk 4 – Emoties en zelfbeeld: wat gebeurt er van binnen?
ADHD gaat nooit alleen over “aandacht”.
Het raakt ook de emotionele binnenwereld.
Je ziet bijvoorbeeld:
- snel gefrustreerd bij tegenslag
- korte lontjes, heftige uitbarstingen
- intens reageren op kleine dingen
- van heel blij naar heel boos kunnen gaan
- moeite hebben met teleurstelling, “verliezen” of kritiek
Omdat er vaak veel correctie is (“niet doen”, “let op”, “hou op”), ontwikkelen veel kinderen met ADHD:
- een negatiever zelfbeeld
- het gevoel dat ze “lastig” zijn
- schaamte achter hun gedrag
- uitspraken als: “Ik kan het toch niet”, “Iedereen vindt mij stom.”
Dit stuk zie jij natuurlijk heel goed passen bij je faalangst- en HSP-artikelen – hier kun je prachtig naartoe linken.
Hoofdstuk 5 – Executieve functies: waar ADHD in het dagelijks leven zichtbaar wordt
ADHD raakt vooral de uitvoerende functies – de regelfuncties van het brein.
Hier gaan dingen mis die ouders dagelijks zien:
Plannen en organiseren
- taken inschatten en op tijd beginnen is moeilijk
- werkstukken, spreekbeurten, huiswerk: alles komt “te laat” op gang
- geen overzicht in wat eerst moet en wat later kan
- spullen vergeten of niet logisch wegleggen
Werkgeheugen
- vergeet wat net gezegd is
- verliest de draad van de opdracht
- vergeet tussentijds instructies
- weet niet meer wat stap 2 was
Tijdsbesef
- denken dat iets “zo klaar” is, maar tijd verliezen
- niet voelen hoe laat het is
- te laat klaar zijn voor school, sport, afspraken
Starten en volhouden
- eindeloos uitstellen
- niet starten terwijl ze het wél willen
- na 5 minuten afhaken
- overschakelen naar iets leukers zodra het moeilijk wordt
Dit maakt dat ouders vaak zeggen:
"Hij wil wel, maar het lukt gewoon niet."
En dat klopt.
Hoofdstuk 6 – Verschil tussen thuis en school – en tussen kinderen
ADHD ziet er niet bij ieder kind hetzelfde uit.
En het kan ook verschillen per omgeving.
Verschil thuis – school
- Sommige kinderen houden zich op school “groot” en ontladen thuis.
- Andere kinderen zijn juist op school druk en thuis meer moe en leeg.
- In een kleine, duidelijke klas gaat het beter dan in een grote, drukke.
Verschil tussen kinderen
Je hebt:
- het drukke, impulsieve kind dat iedereen ziet
- het dromerige, stille kind (vooral meisjes) dat over het hoofd wordt gezien
- kinderen met ADHD én HSP (extra gevoelig voor prikkels én druk)
- kinderen met ADHD én hoogbegaafdheid (snel denken, maar chaotische uitvoering)
Belangrijk is niet: “Past mijn kind precies in het plaatje?”
Belangrijk is:
Heeft mijn kind herhaaldelijk moeite met aandacht, impulscontrole en organisatie, in meerdere situaties, en belemmert dat zijn/haar functioneren?
Dat is het signaal om verder te kijken.
Over de auteur
Ina Terra helpt ouders van kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat.
Ze vertaalt kennis over ontwikkeling, brein en leren naar heldere uitleg voor thuis — zonder kinderen te forceren of in hokjes te plaatsen.