Zelfregulatie als 21e-eeuwse vaardigheid - Artikel kennisbank Ina Terra

Zelfregulatie als 21e-eeuwse vaardigheid

Inleiding

Zelfregulatie is een begrip dat vaak wordt genoemd, maar zelden echt wordt uitgelegd. Het klinkt technisch en wordt soms verward met discipline of doorzettingsvermogen.

In werkelijkheid gaat zelfregulatie over iets veel fundamentelers: het vermogen om jezelf te sturen, van binnenuit.


Binnen de 21e-eeuwse vaardigheden is zelfregulatie misschien wel de meest bepalende vaardigheid — en tegelijk de minst zichtbare.


Een voorbeeld uit de praktijk

Een kind weet wat het moet doen, maar begint niet.

Een ander kind begint meteen, maar haakt halverwege af.

Weer een ander kind raakt overspoeld door emoties zodra iets niet lukt.

Aan de buitenkant lijkt het alsof deze kinderen “niet willen”. In werkelijkheid lukt het hen op dat moment niet om zichzelf te reguleren.


De centrale vraag

Wat is zelfregulatie als 21e-eeuwse vaardigheid, en waarom vormt dit de basis voor leren, gedrag en welzijn?

Hoofdstuk 1 - Wat is zelfregulatie?

Zelfregulatie is het vermogen om:

  • aandacht te richten en vast te houden
  • emoties te herkennen en hanteren
  • impulsen te remmen
  • gedrag aan te passen aan de situatie
  • door te zetten wanneer iets moeilijk is

Het is geen aangeboren eigenschap, maar een vaardigheid die zich ontwikkelt over tijd.


Hoofdstuk 2 - Zelfregulatie ontwikkelt zich niet vanzelf

Zelfregulatie groeit in interactie met de omgeving. Kinderen leren het onder andere door:

  • co-regulatie (een volwassene die helpt reguleren)
  • voorspelbaarheid en veiligheid
  • herhaling en ervaring
  • mogen falen en herstellen

Zonder deze voorwaarden blijft zelfregulatie kwetsbaar.


Hoofdstuk 3 - De relatie met executieve functies

Zelfregulatie hangt nauw samen met executieve functies zoals:

  • plannen en organiseren
  • werkgeheugen
  • flexibiliteit
  • inhibitie (impulsremming)

Wanneer deze functies nog in ontwikkeling zijn — wat bij kinderen normaal is — vraagt zelfregulatie extra ondersteuning.


Hoofdstuk 4 - Waarom zelfregulatie voor sommige kinderen extra moeilijk is

Sommige kinderen hebben meer moeite met zelfregulatie door:

  • prikkelgevoeligheid
  • stress of onveiligheid
  • hoge verwachtingen
  • eerdere negatieve ervaringen
  • neurodiversiteit

Dit betekent niet dat zij minder kunnen, maar dat hun systeem sneller overbelast raakt.


Hoofdstuk 5 - Zelfregulatie en school

In schoolsituaties wordt vaak een groot beroep gedaan op zelfregulatie:

  • stilzitten
  • concentreren
  • wachten
  • plannen
  • omgaan met prestatiedruk

Wanneer hier te weinig begeleiding bij is, ontstaan misverstanden over motivatie of gedrag.


Hoofdstuk 6 - De rol van volwassenen

Volwassenen ondersteunen zelfregulatie door:

  • nabij te blijven bij spanning
  • emoties te benoemen
  • structuur te bieden
  • het tempo van het kind te volgen
  • herstel belangrijker te maken dan controle

Zelfregulatie ontwikkelt zich niet door druk, maar door vertrouwen.


Tot slot

Zelfregulatie is een kernvaardigheid binnen de 21e-eeuwse vaardigheden. Het vormt de basis onder leren, gedrag en welzijn. Zonder zelfregulatie blijven andere vaardigheden kwetsbaar of oppervlakkig.


In het volgende en laatste artikel van deze reeks kijken we naar digitale geletterdheid — en waarom dit veel meer is dan ‘handig zijn met een scherm’.