Je ziet het gebeuren terwijl je erbij zit.
Je kind luistert, knikt, denkt mee. Als je vraagt hoe iets zit, krijg je een logisch antwoord. En toch… op school komt het anders terug. Fouten. Lage scores. Opmerkingen die niet passen bij wat jij ziet.
Dat is verwarrend.
En eerlijk? Soms ook frustrerend.
Want hoe kan een kind iets begrijpen, en het toch verkeerd doen?
Wat jij ziet, en wat school meet
Thuis zie je dat het begrip er is.
Je kind kan uitleggen wat de bedoeling is, ziet verbanden en stelt goede vragen. Maar zodra het op papier moet, lijkt het mis te gaan.
Op school hoor je dan dingen als:
- “Hij leest niet goed genoeg.”
- “Ze moet beter opletten.”
- “Het kwartje is nog niet gevallen.”
En jij denkt: maar hij snapt het wél.
Dat verschil tussen wat jij ziet en wat school meet, kan je flink aan het twijfelen brengen.
Begrijpen is iets anders dan laten zien
Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat begrijpen en laten zien twee verschillende stappen zijn.
Veel kinderen:
- begrijpen eerst vanbinnen
- denken in beelden of samenhang
- voelen aan hoe iets werkt
Maar het laten zien vraagt iets anders:
- woorden vinden
- stappen opschrijven
- overzicht houden
- tempo maken
Als dat laatste moeizaam gaat, lijkt het alsof het begrip ontbreekt — terwijl dat niet zo is.
Fouten zeggen niet altijd wat je denkt
Fouten op papier betekenen niet automatisch:
- dat een kind het niet snapt
- dat het niet geoefend heeft
- dat het te weinig inzet toont
Ze zeggen vaak meer over:
- hoe een kind informatie verwerkt
- hoeveel er tegelijk gevraagd wordt
- hoe het omgaat met druk en tijd
Voor sommige kinderen is dat simpelweg veel.
Wat dit doet met een kind
Als een kind merkt dat het steeds “fout” doet wat het wel begrijpt, gebeurt er iets vanbinnen.
Twijfel.
Onzekerheid.
Soms zelfs boosheid of terugtrekken.
Een kind kan dan gaan denken:
“Ik snap het blijkbaar toch niet.”
Of erger nog: “Ik ben hier niet goed in.”
En dat terwijl het probleem niet zit in het denken, maar in het laten zien.
Wat helpt, is anders kijken
Niet meteen harder oefenen.
Niet nóg meer herhalen.
Maar eerst begrijpen waar het vastloopt.
Bijvoorbeeld:
- raakt je kind het overzicht kwijt?
- kost schrijven veel energie?
- is er tijdsdruk?
- wordt alles tegelijk gevraagd?
Zodra dat duidelijker wordt, verandert de toon.
Voor jou én voor je kind.
Je hoeft dit niet meteen op te lossen
Je hoeft nu niet te weten wat de oorzaak is.
Je hoeft geen label te plakken of beslissingen te nemen.
Het is al helpend om te weten:
dit komt vaker voor
en
dit zegt niet wat mijn kind wel of niet kan.
Van daaruit ontstaat ruimte.
En vaak ook rust.
Wil je beter begrijpen waarom begrijpen en laten zien zo vaak uit elkaar lopen?
In de kennisbank lees je verder over:
Je hoeft het niet allemaal tegelijk te snappen.
Maar inzicht helpt om weer vertrouwen te voelen.